de klokken zwijgen
als het graf
de tijd tikt door
de dood wacht bang
het licht uit beeld
de nacht zo koud
blijft tot de stilte breekt als glas
het leven zingend overwint
met de allerhoogste C
ik heb vandaag de dood gezien
het gaat niet goed met hem
zijn ogen zijn zo dof en droef
hij heeft een kille stem
zijn kleur is bleek, zijn adem slecht
hij wordt nooit echt mijn vriend
ik heb hem naar de hel gewenst
dat heeft hij wel verdiend
ik zag vandaag het leven staan
en werd verliefd op haar
een engel kan niet mooier zijn
vergeef me als ik staar
haar kleur is glas, zij ruikt naar zon
zij heeft geen mens bedrogen
ze krijgt een zoen en ik ontdek
de hemel in haar ogen
hoeveel tijd is er verstreken
ik stond gewoon als iedereen
te kijken naar het schouwspel
één man in de massa
een spel was het, inderdaad
en iedereen deed rolvast
precies wat werd verwacht
van barabbas tot kruisig hem
hij gaf dennis van der geest
en niemand zag hoe mooi dat was
de doodgewaande kampioen
legt zich er nog bij neer
maar wanhoop niet, want er komt meer
de comeback king lijkt uitgeteld
zwijgt als het graf waar hij alleen
de opstand rustig voorbereidt
Ik doe soms net of dode dingen bezield zijn. Zo praat ik wel eens tegen m’n computer en de stofzuiger – vaak niet op vriendelijke toon. Zij blijven daar redelijk onverschillig onder. Ook kan ik me herinneren dat ik als kind een kusje gaf op het raam van onze 6-cilinder Opel Kapitän Olympia de Luxe (vergeet die laatste twee woorden niet!) toen wij afscheid namen van deze mooie, klassieke oude bak (klik op de foto). Ik vond het zielig voor de auto dat hij onze familie moest verlaten. Nu vind ik het geestig dat ik ooit zo gedacht heb. Maar eerlijk is eerlijk: ik heb dat soort gevoelens nog wel als ik een auto na jaren trouwe dienst van de hand doe – het is alsof je een geliefd paard afdankt.
Dit doet mij denken: we hebben een lichaam. Maar hebben we ook werkelijk een ziel én een geest? Zelf denk ik van wel. Over dat lichaam ben ik zelfs behoorlijk zeker. Lees verder
Dodenherdenking is alweer ingehaald door bevrijdingsdag, maar vanavond blijven we toch weer even droevig stilstaan. Terwijl ik dit schrijf wordt op de TV een herdenkingsdienst uitgezonden. Nederland staat stil bij de mensen die door één redeloze daad uit het leven werden weggerukt. Ook ik heb aan Koninginnedag 2009 een wat verdrietig, melancholisch gevoel overgehouden. Het lijkt passend en respectvol dat zelfs de lente zich aan deze najaarsstemming heeft aangepast. Houd goede moed: de zon komt wel weer tevoorschijn… Maar nu de stemming nog wat somber is, sta ik hier stil bij de dood en bij de wijze waarop wij het levenseinde een plek geven. Mijmer even mee. Lees verder
Ook het financiële persbureau Bloomberg moet vooruit denken. De schommelende markt kan alle kanten op gaan en om adequaat te reageren op het laatste nieuws, kun je het best vooraf wat brainstormen over de meest voor de hand liggende scenario’s. Het weer kun je nog min of meer voorspellen, maar het wereldnieuws is nog een stuk grilliger en stoort zich niet aan de planning op redactieburelen.
Gelukkig zijn er ook zekerheden in het leven waar je met een gerust hart op kunt anticiperen. Zo staat het vast dat alle groten der aarde uiteindelijk ook maar gewone stervelingen zijn. Een beetje redactie heeft daarom sinds jaar en dag in een stoffig hoekje van het kantoor een ladekastje met concept-necrologieën staan. In elke lade zitten hangmapjes waarin, keurig op alfabet gerangschikt, nabeschouwingen van beroemde mensenlevens worden bewaard. Alleen voor het geval dat…
Moderne redacties hebben dat ladekastje natuurlijk allang naar grof vuil gebracht, want in dit digitale tijdperk worden de vooraf geschreven necrologieën keurig in een mapje op de server bewaard. Op elk document uit dit bestand met (nu nog) springlevende bekende wereldburgers staan kreten als ‘do not use’ of ‘nog niet publiceren’. Maar een enkele keer slaat het noodlot toe en wordt de levensloop van een beroemdheid nabeschouwd terwijl deze nog volledig in de race is. Dit is een enkele VIP in de geschiedenis al overkomen en afgelopen week was het de beurt aan Steve Jobs, de grote man van Apple.
Slechts korte tijd stond het twaalf pagina’s tellende verhaal on-line, maar snelle internetjongens pikten het op en maakten het wereldkundig. De schrijver van het stuk staat nu in zijn hemd, terwijl het doodshemd van de heer Jobs gelukkig nog even netjes opgevouwen in de kast mag blijven liggen.
Ik ken iemand die haar eigen naam in een rouwadvertentie heeft zien staan. Het bleek gelukkig om een naamgenote te gaan, maar het was toch even schrikken. Stel je die situatie eens voor. Een kortstondig moment zul je jezelf afvragen waarom je het slechte nieuws zelf als laatste te horen hebt gekregen, terwijl het jou toch heel persoonlijk aangaat. En dat je dan zoiets ook nog eens uit de krant moet vernemen! Tssss…
Terug naar de realiteit. Steve Jobs is behandeld voor alvleesklierkanker. Dit is geen onwaar of prematuur bericht, het is een medisch feit. Maar dit gegeven alleen al is genoeg om aandeelhouders en journalisten zenuwachtig te maken. En dan hebben we het nog niet eens over al die Apple-fans die zich bezorgd afvragen hoe het straks verder moet met hun favo micro-elektronicamerk. Omdat de uitventers van nieuwsberichten stapelgek zijn op primeurtjes, staan zij voortdurend op scherp. De dokter heeft de dood van een vooraanstaand wereldburger nauwelijks vastgesteld of de multimedia doodsklokken doen direct hun werk. In no-time kunnen alle informatieconsumenten (na)genieten van alle wetenswaardigheden en saillante details uit het leven van de overledene. Zo schijnt er in het verhaal over Steve Jobs gemeld te zijn dat de stoute CEO van Apple zijn auto wel eens op een invalidenparkeerplaats achterliet om sneller in zijn kantoor te kunnen zijn. De insider die dit rotte plekje van de opper-apple wereldkundig heeft gemaakt, kan maar beter gauw gaan solliciteren bij Microsoft.
Oswar Wilde, inmiddels morsdood – als ik mij niet vergis – werd in zijn tijd ook iets te vroeg opgehemeld. Destijds kon hij zijn medemensen geruststellen (of wie weet teleurstellen) met de fameuze uitspraak: “The reports of my death are greatly exaggerated”. Dezelfde woorden zijn ook in de mond gelegd van Mark Twain en Bob Hope, maar ik vermoed dat zij deze quote alleen maar instemmend aanhaalden in vergelijkbare omstandigheden.
Terug naar Steve Jobs. Kan er voor deze man nog iets goeds voortkomen uit deze gênante blooper? Ik denk het wel. Om te beginnen zal de man opgelucht ademhalen omdat hij zijn eigen overlijdensbericht in levenden lijve mocht vernemen. Hij heeft nu nog de kans om wat onjuiste feitjes te weerleggen (ik ben helemaal niet dood) en wat verraders te degraderen of te ontslaan. Bovendien kan hij op een aantal punten zijn leven beteren, zodat zijn echte necrolgie er straks wat vriendelijker uitziet. Zo kunnen de invalidenparkeerplaatsen bij zijn kantoor voortaan beschikbaar blijven voor mensen die er echt aanspraak op mogen maken. Om maar eens wat te noemen.
Misschien heb je het ook gelezen. Erik Visser uit Schagen is 27 augustus jl. overleden. Met zo’n algemene naam is het risico van persoonsverwisseling bijzonder groot, dus als je nu aan een bekende denkt, check dan even of het inderdaad deze Erik Visser betreft alvorens uit te barsten in ontroostbaar gesnik. Mocht je na deze controleactie nog steeds onaangenaam getroffen zijn: gecondoleerd en welgemeende excuses voor mijn tactloze directheid.
Erik Visser is mij verder niet bekend, maar al was dat wel het geval, ik zou geen gehoor geven aan zijn laatste wens. Ik citeer: “Erik neemt zijn iPhone op zijn laatste reis mee. Niet iedereen zal op zijn uitvaart aanwezig kunnen zijn, maar hij wil graag een laatste sms ontvangen op 06-23542262. Zoals Erik zei: zo heb ik nog wat te lezen onderweg.”
In de krant stond dat deze vorm van condoleren – voor zover bekend – uniek is. “Deskundigen herkennen hierin een tijdsbeeld van de moderne mens die erg bezig is met de dood,” voegden de redacteuren er gewetensvol aan toe, want ik citeer natuurlijk een kwaliteitskrant en niet een of ander sensatieblaadje.
De iPhone is een kakelvers hebbedingetje, dus het is goed mogelijk dat Erik Visser de eerste is die met dit kostbare bezit ondergronds gaat. Maar is zijn opmerkelijke en nieuwswaardige posthume actie werkelijk uniek? Ik lees wel vaker een afscheidsgroet van overledenen in hun eigen doodsbericht en nog frequenter zie ik dat nabestaanden in rouwadvertenties het woord richten tot hun overleden geliefden. Youp van ‘t Hek schamperde al eens : “Denken ze werkelijk dat de overledene nog steeds de krant leest?”
Laat dit duidelijk zijn: ik geloof dat het niet met ons is afgelopen na het uitblazen van ons allerlaatste hapje lucht. Maar het is bizar om te denken dat je daarna nog plezier zult hebben van je elektronische speelgoedjes. Als je nog in staat bent om op een of andere manier informatie uit te wisselen met achtergebleven geliefden, dan toch niet via de iPhone. Steve Jobs is machtig, maar we moeten niet overdrijven. (Zie post scriptum!)
Als je iets dieper graaft – in de menselijke geschiedenis, niet in de aarde alsjeblieft – dan zul je ontdekken dat de gedachte achter Erik’s opvallende actie helemaal niet zo uitzonderlijk is. Bezoek het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden en je zult bedolven worden onder grafgiften. Bij wijze van spreken, uiteraard. Het heeft wel iets liefs. Dat mensen een cadeautje of lievelingsbezit in kist of sarcofaag meegeven, bedoel ik. In het oude Egypte werd er van alles en nog wat in het graf gelegd, want je kon een dode farao natuurlijk niet zonder hulpmiddelen naar de overkant laten vertrekken. En wat te denken van het terracotta leger van de eerste keizer van Qin, Qin Shi Huangdi? In China vergapen toeristen zich vandaag de dag nog steeds aan zijn leger van duizenden manshoge aarden krijgers. Wikipedia laat ons weten: “Qin geloofde dat het graf zijn paleis voor de eeuwigheid was en dat het leven onder de grond een vervolg was van zijn leven op de aarde. Rond zijn tombe bevinden zich grafkamers met giften, die ervoor moesten zorgen dat zijn ziel in het hiernamaals gevoed en beschermd werd. Van de kleine honderd grafkamers zijn er nog maar enkele geopend, dus er liggen nog ontelbare schatten onder de grond.”
Ik kan het niet helpen, maar deze laatste zin brengt mij op een lugubere gedachte. Hoe lang moet ik wachten op het krantebericht waarin melding gemaakt wordt van een unieke, hedendaagse vorm van grafschennis? Ik hoop dat we daar bewaard voor blijven, maar als iemand mij laat weten dat zijn nieuwe telefoonnummer 06-23542262 is, dan doe ik ogenblikkelijk telefonisch aangifte met mijn klassieke Sony Ericsson. Het is maar dat je het weet.
——
PS Over Steve Jobs gesproken, de grote man achter Apple is nog springlevend, ondanks recente berichten die het tegendeel beweren. Per abuis verscheen zijn necrologie op het internet dankzij een domme actie van Bloomberg. Zie mijn post van 1 september!