Johan ter Beek vroeg me in de comments al hoe het symposium ‘de missionaire kerk’ in Utrecht was, dus laat ik niet aarzelen en jullie gelijk maar even bijpraten!
De PKN is als grote volkskerk landelijk gezien gefuseerd, maar op plaatselijk niveau moet er vaak nog hard gewerkt worden aan de eenheid in verscheidenheid. Juist in een kerk die stijf staat van de tradities (niet onaardig bedoeld) zal het niet meevallen om soepel te reageren op alle kansen en bedreigingen.
Het visiedocument Leren leven van de verwondering is de moeite van het lezen waard voor wie wil weten in welke richting het protestantse moederschip koerst en waar de discussies binnen de PKN over gaan. Een van de partijen die nadrukkelijk van zich laat horen is het Evangelisch Werkverband, een vernieuwingsbeweging binnen de PKN die de missionaire roeping van de kerk centraal stelt. In opdracht van deze beweging heeft CHE-student Jaap Jan Krikken zijn afstudeerproject over ‘missionair gemeente-zijn’ uitgevoerd. Uit dit onderzoek zijn een tiental kerkelijke gemeenten naar voren gekomen die door hem als ‘meest verrassende missionaire gemeenten’ zijn aangemerkt. Ik heb de presentaties van drie van die kerken (uit Gouda, Rotterdam en Ermelo) ‘s middags meegemaakt en zal hier nog afzonderlijk op terugkomen. Ook hoop ik nog aandacht te besteden aan de uitgaven Als de moederkerk zwanger wordt van ds. Hans Eschbach en ‘Groeikansen’ van ds. Leo van der Eijk (sorry, nog geen link naar uitgever IBB mogelijk – het boekje is pas verschenen).
De PKN heeft landelijk gezien te maken met grootschalige kerkverlating en met een afnemende betrokkenheid van gemeenteleden. Volgens het CPB zal in 2020 72% van de Nederlanders onkerkelijk zijn. Slechts 4% van de populatie zal zich tot de PKN rekenen en 7% zal tot de overige kerkgenootschappen behoren*. Als de PKN het tij nog wil keren, dan zal er niet te lang geaarzeld moeten worden met het nemen van maatregelen.
Jaap Jan Krikken bespreekt twee mogelijke strategieën voor de kerk om uit de impasse te geraken. De eerste mogelijkheid duidt hij aan als ‘kerkelijke kustvaart’. De kerk zou zich actief moeten uitstrekken naar de mensen die ‘een zekere band met de kerk hebben of hebben gehad’. Dit lijkt me een voor de hand liggende strategie. Mensen die wegblijven hoeven niet voor goed af te haken, soms zijn zij weer bij de kerk te betrekken, vooral als ze door de kerk weer benaderd worden en wanneer er oprecht naar hen geluisterd wordt. Dit houdt ook in dat de kerkmensen hun geheimtaal moeten opgeven en cultureel bepaalde barrieres moeten neerhalen. Men mag niet langer ‘vruchteloos vasthouden aan oude vormen’ en evenmin ‘vruchteloos meegaan met de tijdgeest’. De kerk moet nieuwe vormen vinden maar haar authentieke en onderscheidende boodschap behouden.
De tweede mogelijkheid verwijst naar het EWV-initiatief ‘Protestantse Pioniers Plekken’. Hierbij gaat het om de oprichting van een dochtergemeente vanuit de moedergemeente. Dit kan een revitaliserend effect hebben op de moedergemeente (al moet je niet uitsluiten dat de dochter de moeder overleeft…), maar het opent in ieder geval deuren voor mensen die zich in een traditionele kerk niet thuisvoelen. “Wanneer de dochtergemeente op haar manier de kerk kan vormgeven, op een manier die aansluit bij de hedendaagse Nederlandse cultuur, wordt de actieradius geweldig vergroot. Naast de bestaande vorm van kerk-zijn ontwikkelen zich hele nieuwe vormen.”
Het deed me goed om in de samenvatting van het onderzoek te lezen dat Jaap Jan Krikken naar het boek Aansluiting of kortsluiting van Michael Moynagh verwijst. Dat boek heb ik een aantal jaren geleden uitgegeven, maar zonder veel succes. Inmiddels hebben we het boek opgeruimd, maar je kunt het hier bijvoorbeeld nog voor een prikkie kopen. Je kunt ook op zoek gaan naar de Engelse editie: Changing World, Changing Church. Moynagh beschrijft waar de kortsluiting tussen kerk en seculiere samenleving optreedt, maar ook hoe de aansluiting hersteld kan worden. Niet vanuit de ‘kom bij ons’ gedachte, maar door de bereidheid om mensen op te zoeken daar waar zij zijn. Het ziet er naar uit dat de tijd nu rijp is voor meer boeken (vooral ook van eigen bodem!) over kerkvernieuwing en gemeentestichting. Ik doe m’n best om de buitenboordmotoren van de kerk (zo noem ik de missionaire werkers van de emerging church) te steunen door hun visies in boekvorm bekend te maken, maar wat zou het mooi zijn wanneer de haperende hoofdmotoren van het moederschip ook weer op volle toeren gaan draaien…
PS De foto van de teruggesnoeide en afgekapte boom maakte ik (met mijn mobieltje) toen ik van het Protestants Landelijk Dienstencentrum terugliep naar Utrecht CS. Moeten we maar helemaal kappen met de kerk of moet er radicaal gesnoeid worden zodat er ruimte komt voor frisgroene twijgjes? Ik ben benieuwd naar jullie meningen.
* Deze informatie heb ik overgenomen uit de samenvatting van het onderzoek van Jaap Jan Krikken. Ik weet niet hoe betrouwbaar de statistieken en prognoses zijn. Na wat gegoogel denk ik dat het ledental van de PKN inmiddels onder de 2 miljoen leden gezakt is, maar het is bovendien zeer de vraag hoe sterk de binding van deze leden met hun kerk is. Er is recent onderzoek gedaan door KASKI, maar de uitkomsten worden niet openbaar gemaakt. Als het waar is dat het ledental van de PKN elk jaar met zo’n 60 duizend mensen afneemt, dan moet de PKN zich grote zorgen maken voor de langere termijn. Is er iemand die een goede schatting kan maken van de getalsmatige verhoudingen op de kerkelijke kaart van Nederland? Daar ben ik wel benieuwd naar…