Toen Jezus zijn moeder zag staan, en bij haar de leerling van wie hij veel hield, zei hij tegen zijn moeder: ‘Dat is uw zoon,’ en daarna tegen de leerling: ‘Dat is je moeder.’ Vanaf dat moment nam die leerling haar bij zich in huis. Johannes 19:26-27
Soms heb je geen tijd meer om lang na te denken, te wikken en te wegen. Dat was ook waar voor Jezus die, hangend aan het kruis, zijn lieve moeder en zijn beste vriend naast elkaar zag staan. Zij, Maria, mag dan ‘de gezegende onder de vrouwen’ zijn, en in haar hart weten dat ook ‘de vrucht van haar schoot’ gezegend is – ze staat daar toch maar als toeschouwer van een afschuwelijk schouwspel.
Lees verder








