Anne van der Bijl: “Ik weet niet wat de Koran zegt over gijzelingen. Maar ik weet wel wat de Bijbel erover zegt: dat het tegen de wil van God is.”

In 2004 mocht ik het boek Een leger van licht – Hoop op vrede in het Midden-Oosten uitgeven. Anne van der Bijl, oprichter van Open Doors, schreef dit boek met zijn Amerikaanse vriend Al Janssen. Meer recent verscheen van deze auteurs Geheime Gelovigen – Wat er gebeurt als moslims Jezus volgen.

Als uitgever is de verleiding groot om ‘eigen’ boeken aan te prijzen en zo nu en dan doe ik dat dan ook onbeschaamd. Ik ben namelijk enthousiast over deze boeken!

Anne van der Bijl sprak vandaag drie maal achtereen in Crossroads International Church Amsterdam. Mijn zoon Robin wilde graag weer eens naar een Engelstalige samenkomst dus vandaag hebben wij – nadat we de vrouwen ontbijt op bed, een Valentijnskaart en een roos gegeven hadden – eens ‘buiten de deur gegeten’. We voelen ons eigenlijk helemaal thuis in Crossroads en ik bedenk weer dat het fantastisch is om overal broers en zussen te hebben. In dit land, maar ook overal daarbuiten. Ik ben een rijk mens.

Anne van der Bijl heeft een leeftijd bereikt waarop je alle schroom van je af kunt gooien. Hij grapt over het feit dat hij z’n eigen boeken staat aan te prijzen. Hij kan dat ook rustig doen, want deze man is geen rentenier – zelfs niet in geestelijk opzicht – hij blijft nog altijd tijd en energie steken in de missie die hij van God gekregen heeft. Ik weet dat hij nog altijd naar landen als Afghanistan en Pakistan gaat en dat hij niet alleen zonder schroom, maar zelfs zonder vrees achter zijn Heer aan gaat. We moeten mensen niet gaan verheerlijken, maar ik heb diep respect voor Anne want deze breekbare, oude man is een held voor Jezus.

Toen ik de eindredactie deed van “Een leger van licht” stuitte ik op een passage die me direct naar de boekenkast deed lopen. Anne vertelt in dit boek over een ontmoeting met sjeik Mohammed Hoessein Fadlallah in Beiroet, Libanon. Deze ontmoeting vond plaats in 1990 en tijdens dit korte gesprek deed Anne een onvoorstelbaar aanbod: hij vertelde dat hij de plaats wilde innemen van een gijzelaar. Uit de context en het tijdstip maakte ik op dat dit wel over de Anglicaanse geestelijke Terry Waite moest gaan. Ik had in 1993 zijn boek De Bemiddelaar (Taken on Trust) gelezen en toen ik dit boek uit m’n kast haalde vielen de puzzelstukjes op hun plaats. Anne heeft daadwerkelijk aangeboden de plaats van Terry Waite in te nemen en dat vind ik ontzagwekkend mooi. Vanmorgen liet Anne de naam Terry Waite terloops ook vallen tijdens zijn preek en toen wist ik het zeker. Lees deze passage en wees – met mij – onder de indruk van dit overrompelende getuigenis. Voel je vrij om te reageren. Over een paar maanden geef ik bij Ark Media opnieuw een boek uit van Anne van der Bijl en Al Janssen – nu over de kracht van het gebed.

Ik zat in de hal van het Garden Hotel in West-Beiroet en tikte nerveus met mijn voet op de grond. Op mijn schoot rustte een grote, Arabische, goud-op-snee Bijbel, verpakt in een simpel papiertje. Die had ik gekocht bij mijn vrienden van het Bijbelgenootschap. Ik was te weten gekomen wie er achter de ontvoeringen zat: een duistere groep die zich ‘Islamitische Djihaad’ noemde. Achter deze groep zat een goedgeorganiseerde beweging, Hezbollah genaamd. De inspirator van de Hezbollah was de charismatische islamitische prediker Ayatollah Fadlallah. Ik had gevraagd of ik hem kon ontmoeten. De man die deze ontmoeting had geregeld, heette ironisch genoeg ook Djihaad en zou mijn tolk zijn.

Wat zou de Hezbollah ervan weerhouden mij aan hun verzameling gijzelaars toe te voegen? Ik had daarover nagedacht en ervoor gebeden en was tot de conclusie gekomen dat ik niet bang was om aan de gijzelaars toegevoegd te worden, maar dan wel op mijn voorwaarden.

Plotseling verscheen een aantal mannen in de hal. De receptionist hield ons vanachter de balie nauwlettend in de gaten en de andere aanwezigen in de hal gingen er snel vandoor. De leider van de groep keek rond. Ik stond op. ‘Bent u Anne?’ vroeg hij.

‘Ja, ik ben Anne.’

‘Heeft u een auto?’

‘Ja, die staat voor de deur.’

‘U kunt ons volgen. Eén van de mannen hield de deur open. Vier anderen omringden mij en samen verlieten we het hotel. Vlak voor de ingang stond een busje dat in een soort primitieve overvalwagen was omgetoverd. Ik zag geweerlopen uit de ramen steken. Er stonden een paar mensen aan de overkant van de straat nieuwsgierig toe te kijken. Ze vroegen zich vast af of er weer iemand ontvoerd werd.

Djihaad (de tolk) en ik stapten in zijn auto en we volgden het busje. Daarvoor reed een auto met zwaailichten en gillende sirene. Achter ons reed weer een auto met gevaarlijk uitziende kerels. Het konvooi scheurde weg met 90 km per uur. Elk stoplicht werd genegeerd (de meeste deden het trouwens niet). Niemand waagde het ons aan te houden. Ik moest eigenlijk wel lachen om de absurditeit ervan. Daar reden we met gierende banden door smalle straatjes, richting snelweg. Het leek wel een scène uit een James Bond-film.

Deze ‘achtervolging’ duurde ongeveer dertig minuten. Uiteindelijk passeerden we een zwaar bewaakte controlepost. Daar stopten we op een parkeerplaats. Een kordon zwaar bewapende soldaten stond om ons heen op het parkeerterrein. Eén van hen pakte mijn pakje af en keek wat er in de verpakking zat om er zeker van te zijn dat het geen bom was. Ik glimlachte naar de mannen en grapte: ‘Wat een bewaking voor een ongewapende Nederlander.’ De mannen glimlachten ook en knikten. Waarschijnlijk hadden ze geen woord verstaan van wat ik zei.

Ik werd al gauw geëscorteerd naar een ontvangstkamer, waar een man mij verwelkomde. Hij had een korte zwarte baard en droeg een wit hemd, zonder stropdas. ‘De sjeik verwacht u. Hij zal u zo ontvangen. Wilt u soms koffie?’ Behalve de aanwezigheid van de soldaten, zou het een westers kantoor kunnen zijn. De telefoon ging over. Een jongeman stond te kopiëren. Het enige verschil was, dat er geen vrouwen werkten. Een soldaat met geweer over de schouder, gaf me een kopje heerlijke koffie.

Terwijl ik aan mijn koffie nipte, bad ik: Heer, geef me alstublieft de juiste woorden. U heeft Uzelf gegeven voor mij aan het kruis. Ik ben bereid mijzelf te geven voor één van mijn broeders. Ik bid dat ik een licht in de duisternis mag zijn.

De telefoon ging. De receptionist nam op en knikte naar me: ‘De sjeik kan u nu ontvangen.’ Twee soldaten escorteerden me door een kleine binnenplaats naar een ander gebouw. We gingen de trap op. Boven kwamen we in een grote ontvangstruimte met stoelen langs de muur.

Een assistent van de sjeik kwam me tegemoet. Hij schudde mij de hand en liet een cassetterecorder zien. ‘Ik hoop niet dat u het erg vindt dat we dit gesprek opnemen. De sjeik wil al zijn ontmoetingen vastleggen.’

‘Nee hoor, dat vind ik niet erg’, antwoordde ik.

‘Dan zijn we nu klaar.’ Hij opende de dubbele deuren naar een andere kamer, waar ook stoelen langs de wand stonden. Daar stond Mohammed Hoessein Fadlallah, gekleed in een lange grijze kaftan, met daarover heen een soort zwarte cape. Hij had een goedverzorgde, grijze baard. Hij droeg een zwarte tulband.

Ik stelde mezelf voor en we schudden elkaar de hand. ‘Ik heb een geschenk voor u meegenomen’, zei ik en haalde de Bijbel uit het papier. Ik overhandigde de Bijbel met beide handen. Camera’s klikten terwijl de sjeik het grote boek aannam. Sjoekran – ‘Dank u’ – zei hij zachtjes. Daarna bood hij me een stoel aan, links van hem. Djihaad zat weer links van mij en tegenover ons zaten twee assistenten van Fadlallah.

Het behang op de muur had een subtiel grijs patroon en er hingen grijze gordijnen aan weerszijden van een groot raam. Het geheel paste goed bij de kaftan van de sjeik. De andere stoelen in de kamer bleven onbezet, maar ik kon me zo voorstellen dat deze ruimte vaak gevuld was met moslimgeestelijken en politieke leiders. De enige vorm van kunst die zich in deze kamer bevond, was een ingelijste foto van Ayatollah Khomeini, die streng op ons neerkeek. Deze Iraanse geestelijke leider was vorig jaar overleden, maar hij bleef een geestelijke en politieke inspiratie voor de radicale islamitische beweging in de gehele Arabische wereld. Ik concludeerde hieruit dat Sjeik Fadlallah met de foto de bron van zijn gedachtegoed aangaf.

‘Ik waardeer uw bereidheid mij te ontvangen’, zei ik en Djihaad vertaalde dat onmiddellijk in het Arabisch. ‘Ik kom al vele jaren in Libanon. Ik ben een christen en ik vertegenwoordig hier Jezus Christus. Ik wil doen wat in mijn vermogen ligt om vrede te brengen in dit land.’

De sjeik knikte. Hij streek met de rechterhand over zijn zwarte mantel. In zijn linkerhand draaide hij een snoertje gebedskralen rond.

‘Daarom wil ik u ook deze Bijbel geven. Ik weet niet wat de Koran zegt over gijzelingen. Maar ik weet wel wat de Bijbel erover zegt: dat het tegen de wil van God is. Daarom hoop ik dat u dit boek wilt lezen. Het is mijn geschenk aan u.’

Ondertussen kwam een assistent binnen die ons weer koffie serveerde. De sjeik glimlachte en antwoordde: ‘Wij zijn bevriend met christenen. Christenen zijn onze broeders. Als moslims en christenen beiden hun heilige boeken zouden lezen, dan zouden ze elkaar beter begrijpen.’

Na een slokje koffie vatte ik de koe bij de horens en begon over de voornaamste reden van mijn komst: ‘Met dit in gedachten, zou ik u willen vragen de gijzelaars vrij te laten. Allemaal.’

Hij antwoordde niet direct. Ik hield mijn adem in. Toen zei hij met zijn zachte bariton: ‘Ik zou niet weten hoe ik u hierin van dienst kan zijn.’

‘U bent de leider van Hezbollah. U kunt toch bevel geven dat de gijzelaars worden vrijgelaten?’

Er kwam een wrange glimlach op zijn gezicht. ‘U kunt Hezbollah-leiders ontmoeten, maar ik vertegenwoordig Hezbollah niet.’

De verbazing was ongetwijfeld op mijn gezicht te zien. ‘Men heeft mij gezegd, dat u de man was met wie ik zou moeten praten als ik in contact wilde komen met Hezbollah.’

‘De bewering dat ik de leider van Hezbollah ben, is onjuist. Ik vertegenwoordig geen enkele partij of organisatie.’

‘Wie vertegenwoordigt dan de Hezbollah?’

‘Hezbollah heeft zijn eigen leiders. U kunt ze ontmoeten en met ze spreken.’

Het Engels van mijn tolk was afschuwelijk en ik was er niet zeker van of ze mij begrepen. Maar van één ding was ik wel overtuigd: sjeik Fadlallah was de geestelijke inspirator achter de Hezbollah. Misschien had hij niets van doen met de dagelijkse organisatie, maar hij had wel degelijk een grote invloed. Als ik wilde dat de boodschap overkwam, dan kon ik er zeker van zijn dat het via Fadlallah bij de juiste mensen terecht zou komen.

Maar hoe moest mijn boodschap luiden? Onder de gijzelaars was een bekend christelijk leider. Hij was drie jaar geleden ontvoerd en ik had gehoord dat hij er slecht aan toe was. ‘Ik ben hier gekomen om u te zeggen dat ik bereid ben de plaats van deze man in te nemen’, zei ik na het noemen van deze gijzelaar.

Voor het eerst reageerde de sjeik oprecht. Hij keek me geschokt aan. Hij vroeg zich kennelijk af of ik soms gek geworden was.

‘Deze man heeft al genoeg geleden’, vervolgde ik. ‘Laat hem naar zijn vrouw en kinderen terugkeren. Ik heb mijn zaken op orde. Ik zal zijn plaats innemen. Keten mij vast aan de radiator, stop mij in een donkere cel, maar laat hem gaan.’

Er kwam even geen reactie. Ik keek hem aan en probeerde zijn gezichtsuitdrukking en lichaamstaal te peilen, maar zijn gezicht bleef onbewogen. Rustig antwoordde hij: ‘Hoe kunt u zoiets zeggen?’

‘Dat is wat Jezus ook gedaan heeft’, zei ik hem. Ik had mijn verdediging goed voorbereid. ‘Hij stierf aan het kruis, zodat wij vrijuit gingen. Hij stierf zodat wij konden leven. Daarom ben ik bereid mijzelf over te geven, zodat mijn vriend in vrijheid kan worden gesteld. Daar draait het om in het christendom.’

‘Ik heb nog nooit iets gehoord over dat soort christendom’, zei Fadlallah. Dus raakten we erover in gesprek. Ook vertelde ik hem dat het als evangelist mijn taak was om het Evangelie te prediken; het goede nieuws dat God de prijs heeft betaald voor onze zonden door de dood van Jezus aan het kruis. Ik wist dat moslims niet geloofden dat Jezus was gestorven, maar dat Judas zijn plaats had ingenomen op het kruis en dat Jezus was opgenomen in de hemel. De consequentie hiervan was dat moslims niets wisten over vrijheid. Ayatollah’s als Fadlallah en Khomeini wisten alles van de wet, maar niets van de genade. Deze boodschap was nieuw voor mijn gastheer.

Het uur ging snel voorbij. Eén van de assistenten stond op om de sjeik eraan te herinneren dat er nog andere bezoekers zaten in de wachtkamer. Fadlallah ging staan en een fotograaf nam foto’s van ons. Toen de dubbele deuren werden geopend, draaide hij zich om en zei: ‘Dank u wel voor uw komst. Ik kan uw aanbod niet aannemen, maar als u weer in Libanon bent, kom me dan opzoeken.’

Had ik nu werkelijk gedacht dat Sjeik Fadlallah een plaatsvervanging voor een gijzelaar zou accepteren? Ik had dit aanbod in alle oprechtheid gedaan en zo had hij dat waarschijnlijk ook begrepen. Maar ik begreep nu ook dat hij zich met opzet had gedistantieerd van de Hezbollah en het gijzelen van westerlingen. Natuurlijk had hij mijn aanbod kunnen bespreken en zo het besluit van de Hezbollah kunnen beïnvloeden. Aan de andere kant: misschien waren de gijzelaars helemaal niet het doel van deze bijeenkomst. Misschien ging het wel om de ziel van de Ayatollah zelf.

Met toestemming van de uitgever 🙂 overgenomen uit Een leger van licht, Hoop op vrede in het Midden-Oosten, Anne van der Bijl & Al Janssen, Ark Boeken Amsterdam 2004. Lees ook deze mooie blogpost van Martijn Rutgers, pastor van Xroads.

6 gedachten over “Anne van der Bijl: “Ik weet niet wat de Koran zegt over gijzelingen. Maar ik weet wel wat de Bijbel erover zegt: dat het tegen de wil van God is.”

    1. Jammer dat ik je niet even gesproken heb, maar zo kun je via twitter en blogs nog een ‘nabespreking’ doen en anderen laten delen in onze ervaringen.
      Robin gaat graag naar Xroads en toen ik hoorde dat Anne zou komen was er een extra aanleiding om daar vandaag heen te gaan. Heb jij alle drie de diensten meegemaakt? Ik denk zomaar dat Anne drie verschillende preken heeft gehouden. Ik zou ze alle drie wel willen horen! 😉

  1. Hi Paul, twitterde je net dat ik in de tweede dienst was en nog rondgekeken had voor jou. Was niet in alle drie de diensten(hoe graag ik de drie waarschijnlijk totaal verschillende verhalen graag had gehoord), want moeder en dochters hadden mijn hulpvolle aanwezigheid weer hard nodig 😉

  2. Daar zit ik dan in ons CAMA gemeentetje (Keizer Karel College) op zondagmorgen. Nog geen 2-3 kilometer van Crossroads vandaan.

    Waarom weet ik dit soort dingen niet… Ik was zeker komen kijken om bemoedigd te worden door brother Andrew! Toen ik in 1989 een christen werd las ik zijn belevenissen in één adem uit.

    Zeker een man van God en een volgeling van Jezus.

    Grt,
    Walter

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s