Wees ook eens genadig voor jezelf

Vraag vol vertrouwen, zonder enige twijfel. Wie twijfelt is als een golf in zee, die door de wind heen en weer wordt bewogen. Wie zo aarzelend en onberekenbaar is bij alles wat hij doet, moet niet denken dat hij iets van de Heer zal krijgen. (Jakobus 1:6-8)

En nu verwacht je misschien een overdenking waarin je nog eens flink de oren wordt gewassen: “Twijfel jij nog? Ongelovige! Ga je schamen!” Het kan geen kwaad om elkaar de spiegel van Gods Woord voor te houden. Maar we zijn geroepen om waarheid in liefde te spreken. Verwacht hier dus geen genadeloze veroordeling.

Geloof is genade! De bijbel leert duidelijk dat mensen van nature op zichzelf gericht zijn en niet op Gods wil. Dat is in wezen het diepste probleem van de mens: we geven de Schepper niet de plaats die Hem alleen toekomt. In onze ongehoorzaamheid maken we keuzes die slecht voor ons zijn. We verlangen vanuit onze natuurlijke gesteldheid soms naar dingen die ons kapot maken!

God kon onze hopeloze staat niet aanzien en stuurde zijn Zoon Jezus om ons te redden. Jezus liet ons zien wie de Vader is (heilig en rechtvaardig, vol liefde en genade). Jezus leefde een perfect leven – volmaakt gehoorzaam aan Gods wil.

Alle mensen rondom Jezus waren twijfelende gelovigen en gelovige twijfelaars. Geen van zijn volgelingen was 100% standvastig en gehoorzaam. En Jezus had hen desondanks lief, vergaf hen en leerde hen steeds meer op de Vader te vertrouwen.

Wees ook eens genadig voor jezelf. Er wordt nog volop aan je gewerkt en God weet dat wij ‘maar’ mensen zijn: “Want Hij weet waarvan wij gemaakt zijn, Hij vergeet niet dat wij uit stof zijn gevormd.” (Psalm 103:14)

Is twijfel nu goed of fout? Soms is het verstandig om te twijfelen. Moet je wel of niet een bepaalde keuze maken? (Denk aan opleiding, partner, baan…). Niets mis met die aarzeling en bedenktijd – leg je vragen eenvoudig voor aan God. Maar als twijfel een bewuste keuze voor ongeloof is, dan is twijfel wel zonde. Je kiest er dan voor om niet Gods wil te doen. Maak jouw wil ondergeschikt aan de wil van Degene die weet wat goed voor je is.

God, als ik U iets vraag wat niet goed voor me is, wilt U het me dan alstublieft niet geven? Van U verwacht ik altijd iets beters.

(Deze overdenking is geschreven voor Preek door de Week van de Meerkerk).

2 gedachten over “Wees ook eens genadig voor jezelf

  1. Hoi Paul,

    Ik las deze “preek van de week” (vind ik altijd bemoedigend om te lezen!). En jouw laatste zin daarin, bleef in mijn hoofd hangen. In eerste instantie zeg ik gewoon “amen” daarop, maar in tweede instantie realiseer ik me, dat ik met die ene zin een hele hoop kanten op kan. Die levert een zee van vragen op… niet allemaal mijn vragen, maar wel wat om me heen borrelt en bruist.
    Je schrijft: “Maak jouw wil ondergeschikt aan de wil van Degene die weet wat goed voor je is.”

    En toen ben ik maar eens wat vragen gaan opschrijven, bijna bij ieder woord ;>)
    1. Maak? Ben ik in staat dat zelf te sturen? Heb ik hulp nodig? Van welke kant dan. Moet ik gelaten het mij laten overkomen?

    2. Jouw? In hoeverre is “mijn”wil bepaald door mijn omgeving? Wéét ik wat ik zelf wil? Hoe “geïndoctrineerd” ben ik?

    3. Wil? Onderken, herken, erken ik eerlijk wat ik eigenlijk wil? In hoeverre is het moeten, sociale dwang, angst, droom, ideaal, manipulatie, vlucht, ambitie, overleving,….?

    4. Ondergeschikt aan? Hoe maak ik iets méér leidend dan mijn eigen willen? Motivatie? Gaat mijn willen altijd onder de Zijne? Hoeveel marge zit er in “Zijn wil”, welke mensen spreken deze woorden?

    5. De wil van? Is die “wil” niet altijd een interpreteren? Vanuit mijn omgeving, mijn eigen context? Is die “wil” wel duidelijk? Of is die wil juist heel abstract (op hoog niveau) beschreven… Hoe vertaal ik dat naar details? Projecteer ik “iets”” op de wil van God? Is Hij de enige die mij kent of is er ook een tegenstander? Hoe integer ben ik, is mijn gesprekspartner?

    6. Degene die weet? Kan ik God beschrijven als een “iemand”, als een persoon die zich met mij persoonlijk bemoeit? In termen van “bestaan”, bestaat God zoals ik Hem denk te zijn? Waar is mijn onderbouwing van God als Degene die mij persoonlijk benadert?

    7. Wat goed? In de hele context lijkt dit subjectief, bepaalt Hij wat goed is? Onderdeel dan van een plan, wat zijn mijn vrijheden? Is “goed” objectief te definiëren? Welke maatstaven heeft God en kán ik me überhaupt toe eigenen?

    8. Voor mij? Geen robot? Wel leiden? Hij weet wat goed is en dat doe ik? Wie ben ik dan?

    9. Is? Is er maar één goede oplossing? Biedt Hij misschien meer wegen? Tegenwoordige tijd, voltooid onvoltooid, gebiedende wijs, verleden tijd, toekomstige tijd?

    Kortom, hoe een simpel ogende vraag een oceaan van diepte onder zich heeft. Vond ik een leuke exercitie. Misschien is het beantwoorden dat nog meer (dat is niet wat ik je nu vraag, hoor!)

    Groet, Rob

  2. Dag Rob, bedankt voor je reactie!

    Tja… Zo zie je maar wat één regel allemaal kan oproepen!

    Mijn reactie kan vrij kort zijn: de zin moet niet ontleed worden, maar heel eenvoudig worden opgevat! (Zoals bij je eerste lezing).

    Maar ik wil er best dieper op in gaan, want je snijdt belangrijke punten aan. 

    Als wij wensen en plannen hebben, dan is het goed om die in gebed voor te leggen aan God de Vader. Hij wil ons geven wat we nodig hebben en soms is dat niet wat we vragen. Dan is het een ‘vrome levenskunst’ om het antwoord te accepteren dat je krijgt. Bij Paulus was dat eens: ‘mijn genade is u genoeg’. Hoe dat precies zit met het afstemmen van onze wil op die van God weet ik ook niet. Ik denk aan een zender en ontvanger, je moet op de juiste frequentie zitten en de volumeknop voldoende opendraaien. Het kan zijn dat er geen stilte is en dat je daardoor te veel wordt afgeleid van Gods zachte stem. Ik krijg gewoonlijk geen verbale, hoorbare ingevingen van hogerhand, maar ik weet me wel geleid door God. 

    Ik moet bij het lezen van jouw reactie sterk denken aan deze tekst: “Daarom, mijn geliefden, gelijk gij te allen tijde gehoorzaam zijt geweest, blijft, niet alleen zoals in mijn tegenwoordigheid, maar nu des te meer bij mijn afwezigheid, uw behoudenis bewerken met vreze en beven, want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.” Fil. 2:12-13

    Ooit legde ik ook zo’n kluwe aan gedachten voor aan mijn oudste broer Bob (woont in Finland, is theoloog). Het ging toen om een vraag over goddelijke genade en de menselijke wil. Ik probeerde dit vraagstuk van alle kanten te doordenken en kreeg een ontluisterend kort antwoord: “Het is ook genade dat je een vrije wil hebt”.

    Met andere woorden: onze wil is een mysterie. We weten niet of we onafhankelijk tot bepaalde keuzes komen, soms doen we maar wat. Onze omgeving heeft invloed, maar ook de zondige natuur die in ons leeft. Paulus geeft aan dat we soms doen wat we niet willen en dat we daarom ‘ellendige mensen zijn die verlost moeten worden’. Jezus laat zien hoe hij voortdurend afstemde op de wil van zijn Vader – tot in de hof en daarna aan het kruis. De tekst uit Filippenzen maakt duidelijk dat God door zijn Geest het willen en werken in ons bewerkt. Ik denk dat we hem daar de ruimte voor geven door onze gehoorzaamheid. Dat vergt een toegewijd leven en een houding van voortdurende overgave. Geen overgave in slaafse horigheid, maar als liefdevolle uitlevering. Zoals je jezelf volledig aan je geliefde kunt toevertrouwen, zonder daarbij je persoonlijkheid of identiteit te verliezen. It is a love affair!

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s