Palmpasen: de intocht van Koning Jezus

Jezus zag een ezel staan en ging erop zitten, zoals geschreven staat: ‘Vrees niet, Sion, je koning is in aantocht, en hij zit op een ezelsveulen.’ Zijn leerlingen begrepen dit aanvankelijk niet, maar later, toen Jezus tot majesteit verheven was, herinnerden ze zich dat dit over hem geschreven stond, en dat het zo ook gebeurd was. (Johannes 12:14-16)

Palmzondag vieren we de zondag voor Paaszondag. Ik las dat het bij Palmzondag om een ‘verplaatsbaar feest’ gaat. Eigenlijk wel een aardig gegeven als we denken aan de intocht van koning Jezus op een ezelsveulen.

Bij een intocht denk ik aan een fanfare, een bloemencorso, een feestelijke sliert die blij en enthousiast door de straten kronkelt. Ik denk ook aan carnavalswagens en processies. Denk ik daarbij aan onze Heer, dan komt dat hele idee van een joelende, hossende massa mensen wat vreemd over. Een beetje onwaardig, als ik heel eerlijk ben.

En dan zie ik Jezus in gedachten ook nog op een ezeltje zitten. Was er geen wit paard of een verheven kameel? Dat was toch veel passender geweest? Bovendien: Jezus heeft ons toch gezegd dat zijn koninkrijk niet van deze wereld is… Waarom liet Hij zich dan als een vorst de stad binnen voeren?

Ik sta niet alleen in mijn verbazing, want uit de bijbeltekst blijkt dat de leerlingen van Jezus evenmin begrepen wat nu precies de bedoeling was. Later, toen Jezus zijn plaats als hemelse Koning had ingenomen, werd het duidelijk. En het kan niet anders of ook de historische koningslijn moet Jezus’ vrienden opgevallen zijn. De Zoon van David, is waarlijk de troonopvolger. Maar zijn koningschap zal geen einde kennen!

Lees Psalm 118 en je zult aan Jezus denken. Merk op dat de eerste woorden van vers 26 door de mensenmenigte gezongen werd: “Gezegend wie komt met de naam van de HEER!”

Waarom koos Jezus voor een ezeltje? Abraham ging op weg om zijn zoon te offeren – maar God weerhield hem hiervan. Gods eigen zoon werd wel geofferd ‘op het hout’…

‘Blijven jullie hier met de ezel. Ikzelf ga met de jongen verder om daarginds neer te knielen. Daarna komen we naar jullie terug.’ Hij pakte het hout voor het offer, legde het op de schouders van zijn zoon Isaak en nam zelf het vuur en het mes. Zo gingen zij samen verder. ‘Vader,’ zei Isaak. ‘Wat wil je me zeggen, mijn jongen?’ antwoordde Abraham. ‘We hebben vuur en hout,’ zei Isaak, ‘maar waar is het lam voor het offer?’ Abraham antwoordde: ‘God zal zich zelf van een offerlam voorzien, mijn jongen.’ En samen gingen zij verder. Toen ze waren aangekomen bij de plaats waarover God had gesproken, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout erop, bond zijn zoon Isaak vast en legde hem op het altaar, op het hout. Genesis 22:5-9

Een andere profetische heenwijzing vinden we hier:

Juich, Sion, Jeruzalem, schreeuw het uit van vreugde! Je koning is in aantocht, bekleed met gerechtigheid en zege. Nederig komt hij aanrijden op een ezel, op een hengstveulen, het jong van een ezelin. Zacharia 9:9.

En kijk ook eens hier – een gedeelte over de de intocht van koning Salomo (=Zoon van David):

Toen beval koning David: ‘Laat de priester Sadok, de profeet Natan en Benaja, de zoon van Jojada, hier komen.’ Zij kwamen naar de koning toe en deze zei: ‘Roep mijn hovelingen bijeen, laat mijn zoon Salomo op mijn eigen muildier rijden en begeleid hem naar de Gichonbron. Daar moeten de priester Sadok en de profeet Natan hem zalven tot koning van Israël. Blaas vervolgens op de ramshoorn en roep: “Leve koning Salomo!” Trek dan in zijn gevolg de stad weer binnen. Als hij hier aangekomen is, zal hij plaatsnemen op mijn troon en in mijn plaats koning zijn. Hem wijs ik aan als vorst over Israël en Juda.’ Benaja antwoordde de koning: ‘Zo zij het! Moge de HEER, de God van mijn heer en koning, uw woorden bekrachtigen. Moge de HEER Salomo terzijde staan zoals hij mijn heer en koning terzijde heeft gestaan, en moge hij zijn troon nog machtiger maken dan de troon van mijn heer, koning David.’ De priester Sadok, de profeet Natan en Benaja met de Keretieten en Peletieten begeleidden Salomo, die op het muildier van koning David reed, naar de Gichonbron. De priester Sadok nam de hoorn met olie, die hij uit het heiligdom had meegenomen, en zalfde Salomo. Toen werd er op de ramshoorn geblazen en iedereen riep: ‘Leve koning Salomo!’ De hele menigte volgde hem terug naar het paleis. Ze bliezen op schalmeien en juichten zo luid, dat de aarde ervan dreunde. 1 Koningen 1:32-40

Ook in het oudtestamentische boek Koningen zijn profetische aanwijzingen te vinden:

Toen Jehu terugkwam bij de dienaren van zijn heer vroegen ze hem: ‘Is alles in orde? Wat moest die gek van jou?’ ‘Ach, het gewone gezeur, jullie kennen dat wel,’ antwoordde Jehu. ‘Maak dat een ander wijs,’ zeiden ze. ‘Zeg op, wat had hij te vertellen?’ Toen zei Jehu: ‘Hij heeft me het volgende gezegd: “Dit zegt de HEER: Hierbij zalf ik jou tot koning van Israël.”’ Ogenblikkelijk deden ze allemaal hun mantels af en spreidden die voor hem als loper over de traptreden uit. Toen bliezen ze op de ramshoorn en riepen: ‘Jehu is koning!’ 2 Koningen 9:11-13

Heer, wat is uw Woord toch rijk! En hoe prachtig is het te zien hoe uw intocht al in het Oude Testament begon. Kom, koning Jezus!

Geschreven voor Preek door de Week van De Meerkerk

Bron afbeelding

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s