Ik was gewoon een voorbijganger

Ter voorbereiding van dit vraaggesprek heb ik me goed ingelezen. Eerlijk gezegd was dat niet veel werk, want er is maar heel weinig over u geschreven.

Dat is waar en dat geeft niets. Er zijn maar een paar feitjes over mij bekend en dat is meer dan genoeg.

Laat me u even uitleggen waarom ik met u wil praten. Ik werk aan een boek over het thema navolging en zocht naar persoonlijke verhalen. Ik moest direct aan uw bijdrage denken…
Mijn bijdrage? Nou, daar kunnen we dan kort over zijn, want mijn bijdrage stelt helemaal niets voor.

Niets? Maar u bent toch uit het publiek getrokken om die zware opdracht te volbrengen?
Dat zeg je goed. Ik was niet bepaald een vrijwilliger. Ik was gewoon een voorbijganger die iets te lang bleef staan kijken. Ik was net de stad binnengekomen toen ik al die schreeuwende mensen zag. Er waren soldaten bij en ik had direct al een vermoeden wat er aan de hand was. Sommige mensen stonden te huilen, vooral een paar vrouwen. Hartverscheurend was het. Anderen riepen dingen die ik hier niet wil herhalen. Voordat ik hem zag, riep een van die soldaten naar me: ‘Hé, jij daar, ja jij! Kom hier en pak aan!’ Ik had gewoon geen andere keuze.

Ik kan me voorstellen dat het moeilijk voor u is om hierover te praten, maar toch wil ik weten hoe het was en wat u zich ervan herinnert…
Dat kan ik je niet vertellen. Er zijn naderhand wel pogingen gedaan om die hele lijdensweg te verbeelden en onder woorden te brengen, maar er zijn geen woorden voor. Ik heb met eigen ogen gezien hoe hij behandeld werd – ik zag dat hij niet meer in staat was om verder te lopen met dat zware kruis. Ik was een sterke, gezonde kerel, maar zelfs voor mij was het een beproeving. Maar daar wil ik het niet over hebben. Het ergste was dat ze hem dit aandeden – deze man die absoluut niets verkeerd had gedaan. Hij verdiende dit zeker niet. Mensonterend en hemeltergend, dat was het!

Op een bepaald moment mocht u het kruis neerleggen en uw eigen weg vervolgen…
Inderdaad. En op die plaats is het voor mij pas begonnen. Mijn bijdrage is echt te verwaarlozen, dat zei ik je al. Wat ze op die heuvel met hem gedaan hebben is gruwelijk. Dergelijke straffen waren in onze tijd niet ongewoon, maar het leek wel of ze het voor hem extra zwaar wilden maken. Ze schepten er een duivels genoegen in om hem te pijnigen en te vernederen. Ik kon het niet aanzien. Wat ik voor hem deed is niets, maar wat hij voor mij deed betekent alles. Ik mocht een klein deel van de weg met hem afleggen, maar het zwaarste deel kwam nog. Alleen hij kon dat volbrengen.

Dank u wel voor dit bijzondere gesprek. Ik ben er stil van geworden.
Geen dank, graag gedaan.

Toen Jezus werd weggeleid, hielden de soldaten een zekere Simon van Cyrene aan, die net de stad binnenkwam. Ze legden het kruis op zijn rug en lieten het hem achter Jezus aan dragen. (Lucas 23:26)

Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen en dagelijks zijn kruis op zich nemen en mij volgen. (Lucas 9:23)

Eerder geschreven voor Preek door de Week van de Meerkerk en gepubliceerd in ELKE DAG OP WEG © 2008 Ark Media.

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s