Pagan Christianity – of hoe bouwen en breken een heidens karwei kan zijn…

Het lot van een uitgever is dat je een beroepslezer bent. Daar mag ik niet over klagen, want ik mag me gelukkig prijzen met een overvloed aan boeken en manuscripten. Het is wel een beroepsrisico dat je steeds meer gaat lezen binnen het eigen – beperkte – uitgeefgebied. Ook overkomt het mij dat ik bij elk nieuw buitenlands boek denk: kunnen wij dat misschien in het Nederlands uitgeven? Ik probeer die vraag wat weg te dringen, want lezen moet niet altijd werken worden.

Een ander professioneel nadeel is dat je voortdurend boeken en stapels A4 met je meesleept, van kantoor naar huis en andersom. Als er één vak is waar je gemakkelijk werk meezeult in tas, koffer, hoofd of laptop, dan is het wel het uitgeefvak. Voor de vakantie had ik me dan ook voorgenomen om vooral geen werkgerelateerde boeken en manuscripten te lezen. En dan komt er vlak voor vertrek een vriend langs die het boek Pagan Christianity op tafel achterlaat. Niet dat ik dit boek nu ga uitgeven, maar de verleiding is wel aanwezig… En ik ben blij dat ik dit boek in de vakantie gelezen heb, want het geeft me veel stof tot nadenken. Denk rustig even mee…

GOOGLE ZELF MAAR EVEN

Dit is geen plek voor een uitgebreide samenvatting van het boek van Frank Viola en George Barna. Een beetje googelen en je kunt allerlei teksten vinden van mensen die hun mening geven. Als je een paar van die blogs leest, hoef je het boek misschien niet eens meer in handen te nemen. Hoewel, dat moet je eigenlijk wel doen. Het is belangrijk dat je over elk intellectueel en creatief werk je eigen oordeel vormt. Het gevaar van vooraf googelen is dat je de meningen van grote gelijkhebbers als eerste leest en dat elke nuance in je oordeel er bij voorbaat wordt uitgeslagen. Maar mijn beoordeling kun je rustig lezen, want ik zal me niet bezondigen aan scherpslijperij of geestelijk extremisme. Tenminste, dat vind ik zelf 😉

Waar gaat het boek van Viola en Barna over? Over de oorsprong van kerkelijke tradities en praktijken. George Barna is een bekende onderzoeker die voortdurend rapporten en statistieken over de geestelijke staat van Amerika publiceert. Ik krijg regelmatig een nieuwsbrief per e-mail en die informatie is meestal zeer interessant, al moet je steeds weer bedenken dat de bevindingen op de VS betrekking hebben en niet gemakzuchtig op ons eigen land of continent geprojecteerd mogen worden.

De bekende naam van George Barna ‘draagt’  het boek, maar ik meen dat Frank Viola gezien mag worden als hoofdauteur. Viola is een bekende figuur binnen de huiskerkbeweging, hij is – zo luidt de flaptekst – “actively engaged in planting New Testament-styled churches” en is de schrijver van “eight revolutionary books on radical church restoration…”

PLEASE BE AWARE, HOWEVER

Het is opvallend dat het boek begint met een voorwoord van de uitgever. Kennelijk zijn de bazen bij Tyndale bang geweest voor een lawine aan kritiek en boze reacties, want deze pagina is duidelijk bedoeld om criticasters bij voorbaat de wind uit de zeilen te nemen.

“Perhaps you wonder why a publisher of Christian books would release a book that questions so many common church practices. Please be aware, however, that the authors are not questioning the validity or importance of the church. Instead, they are asking us to thoughtfully consider the source of our churches’ traditions and they ask how these practices square with Scripture and the practices of the first-century church.”

Slim, zo’n dislcaimer… of juist niet? Het doet mij denken aan een omroepbericht in een publieke plaats: “Geen paniek, er is niets aan de hand. Blijft u vooral rustig!” Ik zou bij het horen van zo’n geruststellend bericht direct maken dat ik een veilig heenkomen vond.

EXPLOSIEF

Is dit boek, Pagan Christianity, een onschuldige studie van Bijbel en jonge kerkgeschiedenis? Nee, het is een explosief boek en het dynamiet zit verpakt in een kist vol argumenten, tegenargumenten, vragen en antwoorden. Geen probleem, liever een boek dat voor opschudding zorgt dan een werk waar je bij in slaap sukkelt. En ook de auteurs spelen het spel slim: elk hoofdstuk wordt afgesloten met ‘Delving Deeper’ – een gedeelte waarin kritische vragen worden gesteld en beantwoord. Deze vragen komen uiteraard van mensen die het manuscript voor publicatie hebben gelezen en ik vind dit een briljante aanpak. Tegelijkertijd moet je je realiseren dat de auteurs bij de beantwoording van de kritische vragen toch weer het laatste woord hebben en uiteindelijk moet je als lezer gewoon je eigen keuzes maken.

INTUÏTIEF

En nu even iets over de inhoud. Ik kan het kort samenvatten. In een aantal hoofdstukken wordt de hele kathedraal van het christendom steen voor steen afgebroken totdat we verbijsterd op het kale fundament staan. Elke steen wordt losgewrikt, gewogen en te licht bevonden. Je gaat als lezer gewillig mee met deze deconstructie, want de argumenten van Viola en Barna zijn sterk onderbouwd (zowel bijbels als historisch). Maar misschien ken je dit gevoel: je hoort een toespraak of leest een boek en de hele tijd moet je eerlijk toegeven dat de spreker of schrijver een sluitend verhaal houdt. En toch… diep vanbinnen weet je de hele tijd, intuïtief, dat je meegenomen wordt naar een conclusie die verder voert dan de argumenten je dragen. Je moet op je hoede blijven.

GROF VUIL

Het is waar. Kerkgebouwen zijn verrezen op plaatsen waar ooit heidense tempels stonden. Veel zaken, rituelen en voorwerpen uit de (katholieke) eredienst  zijn rechtstreeks ontleend aan de klassieke Romeinse goden- en keizercultus. Veel van de kerkelijke instituten en hiërarchieën zijn gebaseerd op menselijke bouwwerken en bedenksels en kunnen – als je er heel eerlijk naar kijkt – geen stand houden in het licht van de Bijbel. Glas in lood-ramen, kaarsen, gotische kathedralen, de kerktoren, de preekstoel en de houten kerkbanken – we kunnen ze probleemloos bij het grof vuil zetten zonder de kern van het evangelie aan te tasten. (Maar het zou wel een barbaarse daad zijn, dit terzijde).

Het zijn niet alleen de uiterlijke en organisatorische zaken die door Viola en Barna met de grond gelijk worden gemaakt, ook de zondagse eredienst, de preek, de predikant of pastor, de ‘christelijke’ gewoonten, het kerkkoor, processies en het worshipteam mogen voor goed uitgebannen worden. Tienden geven? Dat is onbijbels (mee eens, want je moet 100% aan God geven, anders steel je 90% van wat je door Hem toevertrouwd is). Een betaalde dominee of kerkelijk werker… de auteurs spreken er eigenlijk schande van. Doop, avondmaal en christelijk onderwijs kunnen evenmin de toets der kritiek doorstaan.

PIJNLIJKE PUINHOOP

En daar zit je dan, na het lezen van dit doorwrochte boek, op de pijnlijke puinhoop van 2000 jaar christendom. Maar niet gewanhoopt, want de slopers van het kerkelijk bouwwerk zijn niet te beroerd om stenen aan te reiken voor een nieuw geestelijk thuis: de huisgemeente.

Zo. Nu ben ik aangekomen op het punt waar ik definitief afhaak. Ik ben heel erg voor huisgemeenten. Het is stellig waar dat de eerste christenen samenkwamen in huizen en op openbare plaatsen en die traditie moeten we vooral in ere houden. Met evenveel zekerheid is het christendom als culturele stroming volledig gecorrumpeerd door compromissen te sluiten met hun heidense omgeving en aansluiting te zoeken bij filosofieën en tradities die haaks staan op de boodschap van Christus. Maar dat alles zegt niets over het Lichaam van Christus.

Denken Barna en Viola nu werkelijk dat zij na grondig onderzoek tot de conclusie mogen komen dat het hele historische bouwwerk van 2000 jaar christendom in de ramsj mag? Moeten we op basis van dit studeerkamerwerk werkelijk geloven dat de Geest van Christus al die tijd heeft geslapen en dat we dankzij twee wakkere Amerikanen nu weer volledig bij de les zijn? Kom nou toch.

TOCH LEZEN DAT BOEK

Het is goed en zeer aan te bevelen om het boek Pagan Christianity te lezen. Je zult, net als ik, moeten toegeven dat veel kerkelijke instellingen, gewoonten en tradities niet gedragen worden door een bijbelse basis. En dat helpt je om allerlei wetjes, rariteiten en menselijke bedenksels te relativeren en negeren. Er is geen enkele reden om zondagochtend op een vast tijdstip naar een orerende man te luisteren die spreekt in een koude, galmende ruimte. Maar het mag wel. En ik geloof dat die man en die ruimte je veel goeds te bieden hebben.

Zo is er ook geen enkele reden om aan te nemen dat God blij is met onze kerkmuren en torenspitsen. Het omgooien van torens, het schoonvegen van tempels en het neerhalen van heiligdommen… ik sluit niet uit dat de heilige Drie-eenheid dit soms vanuit de hemel toejuicht en initieert. Maar het is geen doel op zich. De tempeldienst heeft lang gefunctioneerd in opdracht van God en onder zijn bescherming. Jezus verzette zich alleen tegen tradities die echt kwalijk en schijnheilig waren – voor de rest schikte hij zich in de gewoonten en zeden van zijn tijd. Jezus was geen relschopper of vandaal, hij was een Meester Timmerman.

Ik schreef het al in een recente blogpost: ik geloof dat Jezus nog steeds timmert aan de kerk. Dat doet hij door zijn Geest, zijn Woord en zijn Lichaam (alle gelovigen samen). Hij heeft echt geen prutswerk afgeleverd in afwachting van het moment dat twee Amerikaanse doe-het-zelf professionals hem komen vertellen hoe het echt moet, dat kerk-zijn.

GEDULD MET DE BOUWER EN ZIJN BOUWWERK

Nu naar ons land en onze tijd. Ik houd zielsveel van de kerk. Niet alleen van mijn thuisgemeente, maar van het hele Lichaam van Christus. Ik zie ook wel dat de kerk niet af is en dat er nog van alles aan mankeert. Maar ik loop niet langs de steiger om een bouwer te bekritiseren en ik ga al helemaal niet met mijn veiligheidhelmpje het bouwterrein op om wat eigenwijs breekwerk te verrichten. Ik heb geduld en ik heb vertrouwen. Het ziet er vaak niet uit, die kerk. Ze maken er soms werkelijk een zootje van, die bouwers. Maar ik stel mijn oordeel uit tot de dag dat heel dat schitterende bouwwerk van Gods gemeente af is en dan zal ik er deel van uit maken, van dat prachtige Lichaam, van die schitterende, stralende, volmaakt schone Bruid van Christus.

52 gedachten over “Pagan Christianity – of hoe bouwen en breken een heidens karwei kan zijn…

  1. Bedankt voor dit genuanceerde verhaal… Ik heb al eerder over dit boek gelezen, en kan natuurlijk geen goed oordeel vormen zonder het zelf gelezen te hebben. Maar wat ik toch meen te ontwaren in de hele redenatie van de auteurs is dit. Dat de traditie van de kerk minder waar wordt, omdat het op een boel punten aanhaakt bij pre-christelijke, heidense tradities. Ik heb die strenge scheiding nooit begrepen. Het christendom staat in een spanning met heidens geloof; op sommige punten bouwt het er op voort, op andere punten gaat het er nadrukkelijk tegenin. What’s the big deal? Ik vind het zelfs potentieel gevaarlijk; het hele idee van een zuiver onversneden oer-christendom is in mijn optiek een fundamentalistisch waandenkbeeld. Het ontkent de werking van de Heilige Geest in een heilzame traditie, die, geheel in lijn van Christus’ woord, alles onderzoekt en het goede poogt te behouden.

    G.K. Chesterton heeft naar mijn idee nuttige dingen over de complexe houding tussen heidendom en christendom geschreven, in zijn boek De eeuwige mens. Zie o.m. hier: http://www.antondewit.nl/snipper-20-een-heidense-christus/

    1. Dank voor je reactie, Anton – ik stel je bijdrage zeer op prijs en zal ook die link bekijken.
      Ik meen wel dat het goed is om kritisch te kijken naar geschiedenis en overlevering. Er kunnen wel degelijk gewoonten en leerstellingen binnen komen die schadelijk zijn. Ik denk aan alle waarschuwingen van Paulus (je moet jezelf niet opnieuw onder de wet stellen want in Christus ben je vrijgekocht) en van Jacobus (je moet niet alleen iets beweren en ‘geloven’, je maakt het pas waar als je het werkelijk DOET).
      Een beetje zwart-wit geredeneerd kun je zeggen dat de protestanten traditioneel meer nadruk leggen op het Paulus-aspect, terwijl de katholieken meer oog blijven houden voor de eigen praktische bijdrage van de gelovige – zeg maar de Jacobus-factor.
      Protestanten zijn in mijn ogen doorgeschoten in het afwijzen en ‘zondig’ verklaren van beeldende kunst en andere zintuiglijke vormen van creatieve aanbidding en visuele leerwegen, maar een correctie op de verering van relikwieën en verzet tegen de vercommercialisering van het heil (aflatenverkoop) was echt hoogst noodzakelijk. Zo moeten wij in onze tijd alert blijven op verkeerde interpretaties en valse leer. Bijvoorbeeld als het gaat om mensen die een schaamteloos welvaartsevangelie brengen en mensen niet vertellen dat ze voor Christus moeten willen lijden. We moeten zeker voor de zuiverheid van de kerk opkomen als zakkenvullers de boodschap voor hun eigen voordeel verdraaien – daar zijn wij het vast over eens.
      Als de kerk een Lichaam is – en dat geloven wij – dan heeft dat organisme een zelfreinigend vermogen en dan moeten de witte bloedlichaampjes hun werk doen…

  2. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar ben het al bij voorbaat met je recensie eens. In huisgemeentekringen zie je bij bepaalde stromingen (waar Viola een exponent van is) een niet erg constructief reactionisme. Een combinatie van het herontdekken van werkelijk nieuwtestamentische principes en praktijken (laten we dat vooral verder ontdekken en weer leren toepassen) met het radicaal (en je zegt terecht: barbaars) bij het vuil zetten van 2.000 jaar christelijke traditie, alsof er tussen Handelingen en nu alleen maar heidense onzin is verkocht.

    Dat Barna daar als statisticus met een lange staat van dienst in meegaat, verbaast me wel een beetje. Natuurlijk heeft de kerk in 2.000 jaar veel heidense (of in ieder geval buitenbijbelse) elementen overgenomen, maar het roept bij mij twee vragen op:

    1. Is het NT bedoeld als blauwdruk voor de kerk van nu? Welke elementen zijn dan prescriptief (essentieel om werkelijk gemeente te zijn) en welke zijn facultatief (ingevuld naar het inzicht van een specifieke tijd en plaats)?

    2. Is het vanuit contextualisatie niet logisch om heidense elementen (ik heb het niet over directe afgodendienst, maar over volkse gebruiken) te integreren in wat je doet? In een bepaalde tijd was het toch heel logisch om een heidense tempel of ‘hoogte’ af te breken en op die plek een kapel te bouwen. Oftewel: is de menselijke cultuur niet altijd deel geweest van de manier waarop de kerk zich manifesteert en is dat niet juist de bedoeling? Als de Geest in ons wordt uitgestort, zijn we toch ook niet 100% Geest, maar nog steeds ook volop mens? God werkt in en door onze menselijkheid en cultuur.

    Genoeg stof tot nadenken.

    1. Dank je, Marc – goede gedachten en vragen. De kerk is zo op het oog hopeloos verdeeld, maar de afgehaakte vernieuwers nemen stiekem oud bouwmateriaal mee en gaan op braakliggend terrein zitten mokken in hun zelfgebouwde hutjes. Een paar van die stenen gebruiken zij dan ook nog als munitie om de kerk onder vuur te nemen. En vormen zij, de vernieuwers, een eenheid? Ik dacht het niet.

      Ik heb veel sympathie voor (buiten)kerkelijke pioniers, dat mag bekend zijn. Ik deel veel van het ongeduld en iets van de teleurstelling, maar ik versterk alleen die geluiden die met liefde (en dat betekent niet kritiekloos) over de kerk spreken.

      Je twee vragen. Ik heb de antwoorden niet, maar wel wat gedachten. Ik denk inderdaad dat veel NT-voorschriften tijd- en plaatsgebonden zijn. De achterliggende principes (gastvrijheid, dienstbaarheid, vergevingsgezindheid, lijdzaamheid, liefde, verdraagzaamheid, eensgezindheid… je kunt het zelf wel aanvullen) zijn blijvend geldig. Christenen van nu moeten de boodschap van Jezus vertalen naar onze tijd en situatie – in de Geest van Christus.

      Je tweede vraag. Mee eens! Ik moet denken aan al te vrome zielen die Sinterklaas in de ban doen. Het is goed om te weten dat dit feest gezellige folklore is en op bepaalde aspecten (de rol en eigenschappen van zwarte Piet bijvoorbeeld) mogen we best wat corrigeren. Maar we zouden toch wel erg benepen en chagrijnig zijn als we onschuldig volksvermaak en een vrolijk familiefeest in de ban doen omdat het ‘onbijbels’ is.

      Aansluiten bij de gewoonten en belevingswereld van de mensen. Dat is pure missionaire strategie. Je kunt het in sommige gevallen ook zien als ‘terug claimen wat toch al van God is’. Dus ja, de menselijke geest wordt aangevuurd en ingeblazen door de Geest van God. En waar de Geest is, is vrijheid.

  3. @Anton: Je zegt: ‘Ik vind het zelfs potentieel gevaarlijk; het hele idee van een zuiver onversneden oer-christendom is in mijn optiek een fundamentalistisch waandenkbeeld.’

    Daar ben ik het qua strekking mee eens, maar ik denk dat het niet zozeer ‘gevaarlijk’ is als wel ‘naief’. Het is ‘fundamentalistisch’, maar meer nog ‘romantisch’. Niet zozeer ‘waan’ als wel ‘illusie’.

    Christenen hebben altijd al geworsteld met de kloof tussen ideaal en werkelijkheid. Op basis van die spanning wordt iets in het verre verleden (de NT gemeente) geidealiseerd, terwijl we uit de brieven wel weten dat ook daar behoorlijk wat zaken niet lekker liepen. Dus waarom idealiseren? Je kunt dan beter analyseren wat er toen goed ging en wat niet, en wat er nu goed gaat en wat niet. Elke tijd en context heeft z’n eigen specifieke uitdagingen.

  4. ja, natuurlijk, een boodschap mag/moet soms stevig aangezet worden om gehoord te worden. Back to basics en oog voor culturen en cultuurtjes vind ik nuttig en noodzakelijk. Alleen: zodra we het ene huis neerhalen bouwen we het andere, want we zijn geen Captain Beefheart (my head is my only house unless it rains). En dat moet je goed beseffen. Vanochtend nog in preek gebruikt: meiden in Staphorst die geen klederdracht meer willen dragen. Nee, groot gelijk. Maar ze dragen wel allemaal dezelfde truitjes, dezelfde spijkerbroek, dezelfde laarsjes…. klederdracht. We vervangen de ene regel door de andere, de ene gewoonte door de andere.
    Wees nuchter en wijs en plaats in alles de Heer van de kerk voorop, boven alle parafernalia. Ik heb dat zelf net weer gedaan in mijn prachtige boek (ja dat durf ik zeggen vanwege de boodschap!) ‘De ontdekking van het avondmaal’: alle aangroeisels er af en kijken wat het ook al weer was. En juist dan ben je vrij om het op alle mogelijke (ook hoog-liturgische!) manieren te vieren.
    Maar ook dit boek, Pagan Christianity lijkt mij nu juist weer bij uitstek een teken van zijn eigen tijd. Dat is prima, maar ga er wel zo mee om.
    goeie blog trouwens, Paul!
    Arie-Jan

    1. Dank, Arie-Jan. En ik ben het van harte met je eens – ook waar het jouw boek over het avondmaal betreft.
      Inderdaad worden tradities en maniertjes vaak vervangen door nieuwe tradities en maniertjes. In vernieuwende / emerging groepen komt vroeg of laat de vraag naar leiderschap aan de orde, moet er nagedacht worden over de geloofsopvoeding van de volgende generatie (hier heeft Stewart Murray met name op gewezen) en komt de vraag naar voren hoe om te gaan met evangelisatie. Er zijn losse groepen en geloofsgemeenschappen die heel effectief zijn in het bereiken van ongelovigen, maar veel blijft ook wat marginaal en soms wat elitair. Ik denk dat Rick Janssen in Arnhem en Matthijs Vlaardingerbroek in Den Haag daadwerkelijk een brug slaan naar hun volkswijken en datzelfde kan gezegd worden van Daniel de Wolf in Rotterdam waar het Antilianen in de Millinx betreft. (Grappig: als je alleen ‘Millinx’ in Google typt, hebben de eerste resultaten allemaal te maken met het werk van YfC en the Mall – kennelijk is dit werk echt goed aangeslagen).
      Deze groepen zijn belangrijk en vernieuwend, verdienen steun en sympathie (ik heb er al veel over geschreven op Vrijspraak – klik op de categorie Emerging Church voor besprekingen hier en elders op WordPress blogs of zoek binnen dit blog) maar ze zullen in mijn ogen niet de plaats innemen van gevestigde, meer traditionele kerken waar de IKEA-gezinnen en doorsnee Nederlanders komen. Daarnaast zijn er veel migrantenkerken die qua omvang en betekenis veel meer aandacht zouden moeten krijgen. Daar moet ik ook maar eens wat meer over schrijven hier…

  5. Indeed Paul, een mooie bespreking van een gevoelige kwestie. Leuke discussie ook. Althans, tot nu toe. Ik vraag me zelfs af of dit in het Nederlands taalgebied op deze wijze al heeft plaatsgevonden. Ben jij de eerste? Ik Google de laatste tijd wat minder. ben te lui om het antwoord zelf te geven. 🙂
    Wat mij het meest trof in Pagan Christianity, is de verwerping van enige vorm van ordination. De rehabilitie van de gemeenteleden bijdrage, ten koste van de ambten. In detail zal ik het niet terughalen, maar het is te vinden op pag. 123 t/m 127. Ik weet dat Jos Strengholt hier wel het e.e.a. over weet te zeggen, maar ik heb begrepen dat hij het heel erg druk heeft. Wat was jouw eerste reactie toen je daarover las?

    1. Goed, ik heb het weer even opgezocht. Het was niet een gedeelte dat veel bij mij losmaakte, maar ik kom uit een vrije groep (je zou het bijna een huisgemeente mogen noemen als je naar de samenstelling en informele sfeer en werkwijze kijkt) en ben van huis uit dus een beetje christelijk anarchistisch 😉
      Nu heb ik me, samen met vrouw en kinderen, aangesloten bij een onafhankelijke baptistengemeente, de Meerkerk. Ik ben van harte lid geworden van deze gemeente omdat ik me thuis voel in deze gemeenschap en in de manier waarop er met mensen en hun geloofsvragen wordt omgegaan. Maar dit formele lidmaatschap belet mij niet om me net zo verwant te voelen met broers en zussen van andere kerken, richtingen en overtuigingen.
      Ik heb er geen enkel probleem mee om integer geestelijk leiderschap te accepteren. Dat doe ik binnen mijn kerk, waar ik aanvaard dat mensen – mannen en vrouwen – op bepaalde posities komen vanuit een besef van roeping en met een mandaat van de geloofsgemeenschap, en dat doe ik bijvoorbeeld ook binnen mijn werkomgeving en in mijn vrijwilligerswerk in de gevangenis waar ik een oud-katholieke voorganger mag helpen bij wat praktische zaken.
      Hoe mensen op bepaalde leidinggevende posities komen en hoe de inzegening of bevestiging wordt vormgegeven – dat is nogal verschillend. Dit is nou tevens een goed voorbeeld van gewoonten en tradities die ik niet verkeerd vind en die ik eenvoudigweg accepteer. Pas als ik zou merken dat er gemanipuleerd wordt of dat er mensen zonder mandaat of gezag (op basis van karakter, capaciteiten en getuigenis) op bepaalde leidinggevende posities komen zal ik daartegen protesteren. Als ik daarbij geen gehoor vind of in gewetensnood zou komen, zou ik de gemeente verlaten en elders een geestelijk thuis zoeken.
      Misschien is dit niet het antwoord waar je naar op zoek bent, maar het is het beste antwoord dat ik je nu kan geven.

      1. Ik vind het juist een heel bruikbaar antwoord. Dat mandaat aspect lijkt me een goed uitgangspunt. Bedankt voor de moeite die je genomen hebt om dit punt verder voor mij/ons uit te werken.

      2. Dan ben je dus telkens op zoek naar een geestelijk “thuis”. Die heb ik gevonden in de geborgenheid van mijn maker: God zelf. Het gaat er niet om dat we ergens een thuis zoeken en vinden, maar dat we gehoor geven aan de radicale geboden van het NT. Mijn thuis is Jezus en van daaruit kan ik iedere christen, maar sterker nog: ieder mens, ontmoeten. Door omgang te zoeken met alle christenen in mijn buurt en samenkomsten te hebben, ervaar ik gemeenschap over de kerkmuren heen. Dat is tegelijkertijd evangelisatie. Want in de eenheid ligt het getuigenis. Geloofsopvoeding verloopt dan op een spontane wijze en leiderschap op een natuurlijke wijze. Er zijn juist leiders nodig om de huisgemeentebeweging meer impuls te geven en niet om leiding te geven aan een dood gebouw.

  6. Hoi Paul!

    Tot NU TOE was het een leuke discussie……. 😉
    Je weet het, ik ben scherp, bij voorbaat: “sorry” 😉

    Ik geloof dat de analyse van 2000 jaar christendom niet zo ver terug gaat. Jij suggereert alsof er tweeduizend jaar wordt afgebroken in het boek. Zo zie ik het niet.

    Het gaat terug tot de Romeinen een bepaald stelsel introduceerden in de vijfde eeuw na Christus. Jezus heeft zijn kerk gebouwd, ook na de oprichting van de Katholieke Kerk. Er zijn altijd kleine groepen geweest (Emerging Churches) die vervolgd werden als sektarisch.

    Het gaat er niet zozeer om dat twee Amerikaanse mannen kritiek hebben, maar dat de Geest een geluid laat horen om meer relevant kerk te zijn in onze tijd. Deze twee Amerikanen zijn echt niet de enigen en dat weet jij best heel goed! 🙂 Je lijkt in je blog ergens te suggereren dat alle tradities (die eerst de Bijbelse toets niet konden doorstaan) toch aan het end weer wel meeklinken in het “hele lichaam”. Dat vind ik een beetje dubbel… mag ik dat zeggen?

    De traditie heeft in zijn tijd misschien betekenis gehad, nu zijn er weer andere tradities nodig. Religie zal altijd bestaan, omdat religie bij de hardcore geestelijke elite hoort. Het gaat er niet om fundamentalistisch te zijn, maar om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de huidige cultuur en het leven dat bedoeld is voor de kerk.

    Het probleem met de grote georganiseerde kerk is dat mensen uit zijn op eigen meerdere eer en glorie. En daarnaast wordt de menselijke relatie waarin we gevormd worden binnen de kerk ingeleverd voor een goedkope consumptie dienst. Het is niet aan mij om te oordelen of dat wel of niet bij het lichaam hoort. Het feit dat wij geen geestelijk leven ervaren zoals in de tijd van de Bijbel, zegt mijns inziens genoeg.

    Dat wij als ‘vernieuwers’ de Alpha-cursus gebruiken, wil nog niet zeggen dat we dat ‘stiekum’ doen. Natuurlijk heeft God altijd in de kerk gewerkt en daarin neem je de goede dingen mee. Behoudt het goede. Die eenheid onder vernieuwers zie jij misschien niet, maar wordt die niet onzichtbaar als je eenn dubbele bril op hebt? Werkelijke eenheid is namelijk niet zoals we misschien gewend zijn in megacultussen waarin je jouw eigenheid moet conformeren aan de verheerlijking van grote leiders. Die eenheid komt naar voren in het volgen van Jezus in het persoonlijke leven.

    Ik voel me niet zo erg welkom in een elitaire paneldiscussie met dure woorden die om je oren vliegen. Waar zijn de mensen die zich bekommeren om de kleinen, de onbetekenende woestijnbewoners die initiatief nemen en in hun gebrokenheid naar antwoorden zoeken?

    De zogenaamde ‘arrogantie’ van vernieuwers herken ik niet. Maar het is een veelgebruikt argument tegen huisgemeentes, kleine groepen enzovoorts. Ik begrijp dat niet, maar het is dan ook niet aan mij om te oordelen… En ik leef ook niet voor menselijke beoordelingen, dus ik ga lekker door zogenaamd ‘arrogant’ te zijn 😉

    Maar wijs me vooral terecht……

    Hoogachtend,

    Ds Kok

    1. Dank, Jeroen. Grappig dat je over de alphacursus begint en dit op jezelf betrekt. Ik had jou en dit initiatief helemaal niet in gedachten. Huisgemeenten zijn prachtig en ik heb er NIETS tegen. Mijn bezwaar tegen dit boek is dat de auteurs ons willen laten geloven dat zij in wezen de enige juiste Nieuwtestamentische gemeentevorm hebben als ‘huisgemeente’. Dat vind ik aanmatigend in de richting van de historische kerk der eeuwen en veroordelend richting de kerk van vandaag die in alle diversiteit toch het Lichaam van Christus vormt. Mensen die uit de traditionele kerken stappen om te pionieren hebben mijn sympathie – dat schrijf ik hierboven ook en als je ziet hoezeer ik me de laatste jaren ook met deze pioniers en ploeteraars verbonden heb, kun je concluderen dat ik het niet bij woorden laat. Maar ik blijf tegelijk trouw aan de ‘gevestigde’ kerk en kom voor de traditionele gemeenten op als deze te lichtvaardig worden afgeschreven. Het is mijn verlangen om verbindend te zijn – hier op internet, maar meer nog in het dagelijks leven in de ‘buitenwereld’
      Bedankt voor het uitlenen van dit boek – ik vind het zoals gezegd een goed boek met een kundige historische en bijbelse analyse, maar ik deel de conclusie niet. Maar we hoeven het niet over alles eens te zijn, toch?

      1. Nee, we hoeven het niet over alles eens te zijn. Dat zou niet eens kunnen, want dan waren we geen unieke, ‘eigen’ mensen.

        Ik probeer een matching te vinden voor ‘de analyse onderschrijven’ maar ‘de conclusie niet’. Van het een komt het ander. Laat ik het dan vragen: met welke conclusie zou volgens jou een boek met een dergelijke analyse moeten eindigen?

        Dat zou misschien een goed boek voor de Nederlandse markt zijn… je weet, mijn hart gaat uit naar de kerkverlaters (en dat zijn er heel wat!). Zijn dat wellicht de ‘verlorenen’………….

        En ik neem je aanbod aan: we blijven wandelen, maar dat is iets tussen jou en mij 🙂

        1. Ik geef mijn weg al aan in de tekst, Jeroen. Wetend dat veel dingen tradities zijn en op zich niet tot de kern van ons geloof behoren, kun je er ontspannen mee omgaan. Mijn persoonlijke weg is: verbindend zijn tussen gelovigen onderling en met mensen die (nog) buitenstaan. En als het moet: op zoek naar die ene met achterlating van de 99.

  7. Pagan Christianity is een boek dat al minstens acht jaar oud is (lang uitgegeven voor de editie in samenwerking met George Barna). Sindsdien heeft Frank Viola veel geschreven en veel groepen christenen begeleidt, en een behoorlijke ontwikkeling doorgemaakt.

    Ik denk dat hij een stuk breder ontwikkeld is dan ‘Pagan Christianity’, dat blijkt voor mij duidelijk uit de andere boeken die ik van hem gelezen heb. Sterker nog: ‘Pagan Christianity’ is bijvoorbeeld maar een opwarmer voor ‘Reimagining Church’. En die beide boeken passen bijvoorbeeld binnen het grotere plaatje van ‘God’s ultimate passsion’.

    Het idee dat ‘huisgemeentes’ ergens een compleet antwoord op is , is natuurlijk kolder. Viola zal de eerste zijn die dat met je eens is, maar daarvoor zul je je wel iets meer in zijn ideeën moeten verdiepen. http://frankviola.wordpress.com/ is een leuk being daarvoor.

    Een boek niet gelezen hebben en er toch een mening over te moeten geven vind ik niet erg sterk.

    1. Eh… Heb je m’n blogpost wel gelezen? Ik vertel juist dat ik dit boek juist wèl gelezen heb. In alle rust en met veel waardering. Ik ben nu niet thuis, dus ik kan even niet in het boek kijken. Ik kan je niet vertellen van wanneer dit boek precies is, maar ik meen dat het nog niet zo lang geleden via de nieuwsbrieven van Barna als nieuw gepresenteerd werd. Ik baseer mijn oordeel op dit boek en niet op latere uitgaven of een weblog. Daar wil ik me bij gelegenheid best in verdiepen, maar alles op z’n tijd.

  8. @Paul: Ik herken deze zin ook niet: ‘De afgehaakte vernieuwers nemen stiekem oud bouwmateriaal mee en gaan op braakliggend terrein zitten mokken in hun zelfgebouwde hutjes.’

    Veel te generaliserend en hiermee doe je de ‘ploeterende pioniers’ (laat ik die term maar gebruiken, want die herken je als uitgever vast) echt tekort! De kerk lééft bij deze pioniers. Als ik kijk wie de afgelopen decennia vernieuwend zijn geweest aan de missionaire kant van de kerk, waren het vrijwel altijd mensen die buitende gevestigde kaders moesten pionieren omdat de gevestigde kerken die ruimte niet gaven. Nu zie je dat gevestigde kerken juist van die pioniers leren.

    Ik ken weinig mensen die ‘op braakliggend terrein zitten te mokken in zelfgebouwde hutjes’, net zo min als ik de boute uitspraak van Jeroen herken dat ‘het probleem met de grote georganiseerde kerk is dat mensen uit zijn op eigen meerdere eer en glorie.’ Met dit soort stigmatiserende uitspraken kom je geen steek verder. Destructief voor elk gesprek.

    Wat betreft ‘oud en nieuw bouwmateriaal’: huisgemeenten zijn niet nieuw, ze hebben oudere papieren dan de gevestigde kerken, terzij je die gevestigde kerken als ‘heidens’ bestempelt. 😉

    1. @Marc Oké, dat was een beetje plagen. Het valt me op dat vernieuwers vaak vrij genadeloos met de kerk afrekenen (niet zelden op basis van pijn) maar vervolgens weinig incasseringsvermogen tonen als ze een tikkie terug krijgen. Daarbij denk ik aan de kritische plaagstootjes die Jos Douma in Delfshaven uitdeelde bij de presentatie van Ploeteren en Pionieren. Ik merkte dat sommige vernieuwers hier wat bezeerd op reageerden.

      En als we dan man en paard noemen, bij die zin moest ik denken aan Johan ter Beek die onlangs zeer scherp uithaalde in een blogpost over ‘De kerk is dood, leve de Koning’. Inmiddels is die post wat afgezwakt en meer genuanceerd, maar nog steeds vind ik dat hij bozig spreekt over gevestigde kerken en christelijke groepen die niet bij hem in de smaak vallen. Misschien reageert Johan hier ook nog, maar ik biecht maar alvast eerlijk op dat ik aan hem moest denken bij het schrijven van die wat provocatieve zin 😉

  9. @Rudolf: Ik ken de schrijvers en hun boeken en artikelen al jaren, en heb ook zelf veel over deze thematiek geschreven. Ik voel me dus vrij daar een visie op te ventileren zonder dit specifieke boek al geheel te hebben gelezen.

  10. Inderdaad ben ik bout, maar dat is ook een onderdeel van het organische of mechanische lichaam.

    Een bout is een ronde staaf van metaal of ander materiaal waarop schroefdraad is aangebracht en die voorzien is van een kop. In combinatie met een moer, is het een middel om twee of meer voorwerpen met elkaar te verbinden.

    Leef ik toch heel dicht bij de visie van Paul: verbinden. Een bout is een verbindingsmiddel!

    Let op! Onderstaande is puur satire. Dit even vooraf als disclaimer.

    (Paul, je kan wel tegen een grapje toch!)

    Lieve kerkverlaters,

    Ja, er klopt niets aan onze manier van kerkje spelen. Maar ja, het is niet anders. We moeten niet zo arrogant zijn te denken dat we daar eeuwen lang mee hebben lopen niksen. Of je komt terug naar onze kerk, of je houdt je liefdeloze kritiek voor je. Ik hoop dat jullie zo een beetje bij je zinnen zijn gekomen.

    Natuurlijk mogen jullie zelf ook kerkje gaan spelen in jullie eigen huisjes, maar denk dan niet dat je daarmee de ‘ware kerk’ bent! Wij zijn óók de ware kerk, ook al doen we niets wat Bijbels is. Dat is een juiste analyse, maar daar hoef je ons niet mee te veróórdelen.

    Ik vind het zo erg fijn om in de kerk te zijn en samen te zingen. Jullie zijn maar met een paar. Het streelt toch wel het vlees. En ik heb goede PR…

    En ik kom heus wel eens langs om te zien hoe jullie met je verwonde hartjes stenen lopen te gooien naar de gevestigde kerk. Maar dat veroordeel ik niet. Ik wil me immers verbinden. Dus ik gooi een paar steentje mee. Als je daarmee maar niet denkt dat ik tegen de kerk ben, want zo bedoel ik het nou ook weer niet.

    Een liefdevolle gemeentegroet,

    Een trouw (maar wel emerging) kerklid

  11. Bovenstaande discussie in de bijdragen van Marc en Jeroen brengen me terug bij mijn vraag. Een begin van een antwoord is er nog niet. Maar misschien overvraag ik wel of spreek ik voor mijn beurt?

    1. Hoi Paul

      Ja, Frank V. is inderdaad kritisch naar de instelling van ambten in de kerk. Hij doet daar ook een woord-studie over. Wordt het woord ‘ambt’ in de Griekse grondtekst van de Bijbel ook genoemd?

      De ambten in de kerk zijn een afleiding van de taken oudste/opziener/voorganger/diaken/bisschop die de Griekse tekst vermeldt. De vraag is hoe deze taken bedoeld zijn, maar misschien meer nog: hoe ze werden gehanteerd in de eerste kerk en door bijvoorbeeld een man als Paulus.

      Vervolgens kun je kijken hoe ze zijn doorgevoerd in de Rooms Katholieke Kerk. Niet om kritisch te zijn of afkeurend, maar om te evalueren hoe bepaalde taken in de kerk zowel voldoen aan de behoefte aan leiderschap en organisatie als aan de woorden van Jezus.

      Bij het laatste denk ik aan uitspraken die te vinden zijn in Lucas 22 en Matteus 23. Hoe kunnen we binnen de kerk recht doen aan het volgen van Jezus en tegelijkertijd de gemeentegroei ‘in goede banen leiden’? Ik denk dat het antwoord daarop is: celvermenigvuldiging.

      De kerk functioneert als een lichaam, dus met levende cellen. Cellen hebben de eigenschap zichzelf af te splitsen, te vermenigvuldigen. Kerksplitsingen zijn dus denk ik bedoeld om door te groeien en wanneer we daar lang mee wachten, dan zal dit een meer pijnlijk proces van ‘afscheiding’ worden. De kerkgeschiedenis staat bol van de voorbeelden.

      Wanneer kerken kleine groepen blijven, dan zullen de ambten niet een issue zijn, denk ik. Oudere mannen en vrouwen zullen als van nature respect ontvangen van de jongere mensen. Op den duur worden ze aangesteld naar gelang van hun inzet voor de gemeente en noemt een man als Paulus hen ‘oudsten’. Volgens mij hanteert Paulus niet zo gek veel ambten, slechts twee: oudsten (opzieners) en diakenen. Daarnaast was de eerste gemeente relatiegericht en omgevingsrelevant, dus er was niet zo veel behoefte aan organisaties om de lacunes aan te vullen.

      1. Ik lees nu pas je verhaal over de ambten. Ik ben ook benieuwd naar wat Paul hier over wil zeggen, maar je antwoord zie ik als stap in de goede richting.
        Ken jij het boek The Second Reformation, van William A. Beckham? Een aanrader voor celgroep gemeenten. Ik heb een dagseminar gevolgd bij hem en het is uitdagend en interessant genoeg om je er grondig in te verdiepen.

        1. Hoi Paul Miller,

          Het boek ken ik niet. Is het ook vertaald? Ik zie zelf de cel-groep-beweging als een transformatie-tussenstap. Mijn ervaring is dat in celgroepen nog steeds sprake kan zijn van “1 is de leider en de rest luistert”. De pastor in de Bijbel waren pastors (meervoud). Denk je niet?

  12. Rond mijn 18e verliet ik de gereformeerde kerk en raakte ik verzeild in de meer vrije groepen. De officiële kerk heeft ook altijd het doorgeven van het leergezag tot taak gehad. Maar bij de Reformatie ging dat natuurlijk al fout. Afgescheidenen kunnen makkelijker een eigen weg inslaan en zo dwaalleringen navolgen. Misschien zit daar het probleem wat ‘wij’ bij de moderne huisgroepen hebben: wie heeft de leiders daarvan benoemd, gezegend en uitgezonden? Zoiets.

    1. Zie mijn bovenvermelde reactie.

      Ik denk dat er praktisch alleen al een probleem is. Er zijn zo ontzettend veel kerken, dus bij welke moet ik me laten ‘zegenen’ om er zeker van te zijn dat ik niet “in een dwaalleer” zit?

      Daar zijn de meningen namelijk ook over verdeeld…

  13. @Jeroen
    Het begint natuurljk met de bereidheid om je te willen laten zegenen. Ik weet niet precies wat je doet, maar als je lokaal bezig bent, dan zou je kunnen denken aan een lokale kerk waar je je thuis bij voelt. Elke denominatie heeft wel een beetje dwaling in zich. Ook begrijp ik dat je al gauw als concurent wordt gezien en men begint over opleidingen e.d. Maar helemaal losgaan en zomaar een kring opzetten en dat de kerk van Jezus Christus noemen, lijkt mij toch een tikje aanmatigend.

    1. Zo simpel ligt het niet, denk ik.

      Er wordt vrijblijvend tegen de huisgemeente aangekeken; de zoveelste club in een rij kerken. Ik geloof daar niet in.
      De huisgemeente is een praktische invulling, maar we moeten met zijn ALLEN nadenken over hoe we Jezus volgen. Dat betekent ook je comfortzone achterlaten. Nu wordt er zo naar gekeken van: SOMMIGEN hebben daar een roeping voor en we wensen hen het allerbeste toe. (Eigenlijk moeten ze zich nog laten uitzegenen en onder de bedekking stellen van de gezalfde leider.) Jezus volgen is niet een roeping voor sommigen. Als de kerk – zoals Paul schrijft – geen gehoor geeft aan de Bijbelse opdrachten van Jezus (de analyse) en geen gestalte weet te geven aan discipelschap, dan hebben we een groot probleem met elkaar. Wat is dan onze conclusie? Dat het toch wel goed komt? Het is dan ook goed dat twee Amerikaanse mannen een stevig statement neerzetten. De kerk moet veranderen. Ik geloof volledig in de genade van God. Die genade is er voor ons, christenen. Want we maken er een potje van. Dan moeten we ook bereidwillig willen veranderen en ons meer laten toerusten discipelen te zijn/worden. Anders kunnen we geen andere discipelen maken. Als ik niet leef naar de geboden van Jezus, hoe kan ik dan mensen voor hem winnen? Als ik geen geloof heb voor ziekengenezing, hoe kan ik hem dan daarin volgen? Als ik geen geld aan armen geeft, maar aan gebouwen, hoe ben ik dan een volgelingen in woord en daad? Dan zijn het toch gewoon holle woorden?

      1. “Als de kerk – zoals Paul schrijft – geen gehoor geeft aan de Bijbelse opdrachten van Jezus (de analyse)” ho, ho, ho…
        dat is in het geheel NIET de analyse.
        De analyse is dat allerlei elementen en gewoonten die een plaats hebben gekregen in de christelijke leefwereld bij nadere studie niet gebaseerd zijn op bijbelse uitgangspunten maar een annexatie zijn van heidense riten en gewoonten. Marc heeft terecht al opgemerkt dat dit een vorm van contextualisatie kan zijn, een missionaire strategie. Viola neemt veel vormen op de korrel en concludeert dan dat de inhoud niet deugt. Ik stel daar tegenover dat veel vormen min of meer neutraal zijn en dat je soms een prima kerk kan bouwen op de ruïne van een heidens bouwwerk. Misschien zelfs met stenen van die ruïne – who cares? Dit is ook de strekking van de eerst reactie die we hier kregen van Anton.
        Het is toch niet in alle ernst vol te houden dat de kerk der eeuwen ‘geen gehoor heeft gegeven aan de bijbelse opdrachten van Jezus’? Jeroen geeft dit weer als ‘analyse’, maar ik meen dat Viola zich hier niet in zal herkennen.
        Viola heeft naar een conclusie toegeschreven, mogelijk om zichzelf te rechtvaardigen. Daarin is hij in mijn oordeel doorgeschoten. Je kunt alles stuk analyseren (en bijvoorbeeld concluderen dat er geen gitaren in de kerk mogen omdat dit niet nieuwtestamentisch is… ik geef maar even een absurd voorbeeld), maar je kunt ook voortbouwen op wat generaties voor ons hebben gerealiseerd. Wat een domme (materiële en intellectuele) kapitaalvernietiging zou het zijn als we dat alles als ‘misinterpretatie’ als verloren beschouwen om in eigen huiskring ‘helemaal opnieuw’ te beginnen.
        Wil je verder met een huiskring? Ga onder Gods zegen, je bent geen slaaf. Besluit je trouw te blijven aan de plaats waar je gesteld bent? Blijf daar onder Gods zegen, je bent Gods kind aan huis. Zo zie ik het.

            1. Ik vraag me af wat Jezus bedoelde toen hij de discipelen trainde: mensen die “geloven” in Jezus en dit belijden met hun liederen en preken en/of mensen die in de praktijk brengen wat Jezus zegt. Geloof zonder werken is dood, toch?

              Om deze vraag praktisch te kunnen beantwoorden, moeten we kijken wat Jezus geboden heeft.

              De zieken genezen. Doet de kerk dat?
              Onze bezittingen verkopen en aan de armen geven. Doet de kerk dat?
              Geen lange gebeden uitspreken en al helemaal niet op tv. Doet de kerk dat?
              En zo kan ik nog wel door gaan. We kunnen wel zeggen en zingen dat we in Jezus geloven, maar is dat geloof dan levend of dood?

              Let op! Dit is geen oordelen. Dit zijn VRAGEN die ik heb, maar niet alleen ik, ook mensen die “in de wereld” leven. Zien mensen ons getuigenis? Ook weer een vraag, geen oordeel.

              Als je alle geboden van Jezus naast elkaar legt, dan zie je daarin een hechte gemeenschap van gelovigen naar voren komen die hun geld aan de armen geven. Ze komen bij elkaar in huizen van mensen, omdat ze geen geld hebben voor dure gebouwen.

              Zie ik dit verkeerd? Corrigeer me alsjeblieft!

              De kerk heeft door de eeuwen heen gehoor gegeven aan de opdrachten van Jezus. Natuurlijk! Maar dan niet in een buitenkant religie met dure gebouwen. Hoe kan het tegenovergestelde van wat Jezus leerde nu hetzelfde zijn als gehoor geven aan wat hij leerde? En waarom zou ik iets goed praten wat niet goed is? Deden de discipelen dat? Vraagt God dat van mij? Zeer zeker niet! Zachte heelmeesters maken stinkende wonden.

              Ben ik nu in een dwaalleer of nog steeds op “de goede weg”? 😉

  14. Het nadeel van zo laat inhaken op een discussie is dat heel veel al gezegd is, maar ik ben toch zo vrij om ook nog mijn plasje erover te doen: In de eerste plaats valt me op dat het werk van Frank Viola heel onbekend is. Ik ben er zelf “al” een jaar of 3 mee op de hoogte. Het boek Pagan Christianity heeft Viola zelf een aantal jaar geleden al in eigen beheer uitgegeven en is toen een beetje onder de radar gebleven. Later heeft Viola contact gekregen met George Barna en een vernieuwde versie geschreven waar Barna onder andere wat statistieken aan heeft toegevoegd. Dat is de versie waar hier over gesproken wordt. De eerste versie van het boek heb ik zelf gelezen en ik was toen zelf diep onder de indruk van wat Viola schreef.
    Ik ben het eens met je, Paul, als je zegt dat het naar een conclusie toe wordt geschreven. Dat is duidelijk een minpunt aan het boek. Ik heb wel heel veel respect voor het bronnen onderzoek dat Viola heeft gedaan, want dat is best uniek te noemen. Ik heb (nog) geen andere boeken van hem gelezen, maar wel diverse interviews en lezingen van hem gehoord en ook daarvan ben ik erg onder de indruk. Viola is vol van Jezus en kan niet ophouden over Hem te praten, en dat werkt erg aanstekelijk. Viola geeft ook voortdurend aan dat Pagan Christianity niet op zichzelf moet worden gelezen, maar in samenhang met de opvolger: Re-imagining Church. Daarnaast heeft hij ook nog een aantal andere boeken geschreven die met elkaar een serie vormen van hoe Viola tegen de kerk aankijkt. Misschien is het de moeite waard om het totale werk van Viola te beoordelen.
    Sowieso is het goed om te zien waar onze kerktradities vandaan komen, om zo een goed beeld te krijgen van waarom wij de dingen doen zoals we ze doen.

    Wat voor mij het belangrijkste punt is in de discussie die Viola op gang brengt, is dat door de hedendaagse structuur in de kerk, of het nou katholiek, hervormd, baptist of evangelisch is, de deelname van gemeente leden aan een bijeenkomst vrij mager is. Er is weinig meer over van de aansporing van Paulus in 1 Kor. 14:26 “Wanneer u samenkomt draagt iedereen wel iets bij: een lied, een onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan.” Zelfs in huiskring bijeenkomsten of huiskerken zie je vaak dat 1 iemand aan het woord is, en de rest luistert. Het risico hiervan (wat zich ook vaak openbaart), is dat “gewone” gemeenteleden te weinig hun geestelijke gaven ontwikkelen en als het ware parasiteren op wat de leiding van een gemeente of groep aandragen.

    1. Bedankt voor deze zinvolle bijdrage, David. Ik ga nu zeker dat andere boek van Viola lezen – Re-imagining Church. Het is goed mogeljk dat Pagan Christianity de weg vrij moest maken voor de auteur, als een soort spirituele exercitie, om de volgende fase in te gaan. Goed om dan ook te zien hoe hij na de deconstructie ook weer verder gaat met bouwen.
      En dat brengt mij op een punt wat ik nu – na alle reacties – ook beter voor mezelf in het vizier heb. Een gevaar van visionaire mensen is dat zij een boodschap gaan uitdragen van: ‘My way is your way’. Dat geef ik hierbij ook ter overweging door aan Jeroen, die kennelijk moeite heeft met mijn bewuste keuze om voluit deel te blijven uitmaken van een plaatselijke geloofsgemeenschap – inclusief lidmaatschap. Ik respecteer de keuze van anderen om uit zo’n gemeenschap te stappen om te gaan ‘ploeteren en pionieren’ en ik spreek daar in het geheel niet meewarig over (wel plagerig, maar de alinea die wat vragen opriep heb ik toegelicht en ook als je de alinea direct daarna leest zie je dat ik het allemaal niet zo ernstig meen. Ik heb het over dat stukje over ‘mokken in je zelfgebouwde hutje’).

      De redenen waarom de ene persoon een gemeenschap verlaat, zijn de redenen waarom een ander persoon besluit om aan boord te blijven. Alle argumenten die Viola aanvoert tegen ‘het bijbelse / nieuw testamentische’ karakter van ‘christelijke’ instellingen, tradities en gewoonten (al valt er ook wat af te dingen op de stelligheid waarmee hij deze verwerpt, alsof de traditie helemaal ongedaan moet worden gemaakt) overtuigen mij er niet van dat ik nu uit de kerk moet stappen. Je neemt zo’n beslissing op basis van een innerlijke drang en overtuiging en moet je geroepen voelen om een andere weg te gaan (met of zonder de zegen van degenen die je achterlaat, maar bij voorkeur graag MET).

      Viola geeft aan het eind van het boek eigenlijk het advies om zijn voorbeeld te volgen en de wereld van huisgemeenten te versterken. En daar haak ik af. Er zijn goede redenen om binnen de kerk te blijven en daar deel uit te maken van de vernieuwing. Dat doe ik met volle overtuiging en met een vrij geweten, niet uit gemakzucht of behoefte aan een comfortzone (want daar ben ik toch veel te ongeduldig en eigenwijs voor).

      Het punt van actieve participatie van alle gemeenteleden (een ieder draagt iets bij) is belangrijk. Daar zijn zeker verbeterpunten, ook in de kerk waar ik bij hoor, want het risico van consumeren is daar zeker aanwezig. Tegelijkertijd, en dat kun jij zeker bevestigen, David, zie ik dat er ontzettend veel mensen geactiveerd en ingezet worden – op allerlei terreinen.
      De meeste tijd gaat bij mij ‘op’ aan familie, vrienden en werk. De kerk volgt daarna (valt er soms mee samen). Binnen mijn gezin, (extended) familie en vrienden-/kennissenkring kan ik getuigend aanwezig zijn – tussen gelovigen en ongelovigen. Vanuit mijn werk kan ik heel goed verbindend zijn, ook met vertegenwoordigers van andere geloofsrichtingen en vernieuwers uit de emerging church. Mijn lidmaatschap van een ‘gevestigde’ kerk is op geen enkele manier een beletsel om voluit door en over kerkmuren heen toenadering en samenwerking te zoeken. Concreet: volgende maand presenteer ik mijn boek ‘Naar zijn beeld’ in de boekhandel bij de katholieke kerk in Hoofddorp. De eerste exemplaren wil ik overhandigen aan pastoor Kees van Lent en dominee Wigle Tamboer. Hier komen ‘mijn’ werelden samen.

      Ik voel geen behoefte om mensen ‘uit’ of ‘in’ een bepaalde kerk te praten. Zelf voel ik mij, met mijn vrouw en kinderen, heel erg thuis in de Meerkerk. Dit is ons stukje van het lichaam, maar ik zoek actief mijn broers en zussen op die zich elders thuisvoelen.

      Binnenkort hier een gastblog van een Vlaamse vriend die vanuit de evangelicale beweging is overgegaan naar de katholieke kerk. Ik houd het gesprek gaande en respecteer zijn keuzes.

      De ‘satirische’ bijdrage van Jeroen glijdt dan ook – eerlijk gezegd – langs me heen. Ik voel me niet aangesproken omdat ik me er totaal niet in herken. Het respect voor de keuze van de een (uitstappen en ‘emergen’) zou – in mijn ogen – beantwoord moeten worden met een zelfde achting voor mijn keuze om met overtuiging binnen de kerk actief te blijven.
      Maar goed, we raken hier niet zo gauw over uitgesproken, dat mag duidelijk zijn. 😉

      1. Inderdaad weet ik uit eigen ervaring dat in de kerken een hoop te doen is en je dus echt een “meelevend kerklid” kan zijn. Maar dat betekent nog niet dat je groeit naar volwassenheid als christen, en dat is wat ik probeer aan te geven als gevaar.

        Na het lezen van Pagan Christianity voelde ik inderdaad de neiging om alles van de “gevestigde” kerk te veroordelen en op zoek te gaan naar iets meer Nieuw-Testamentisch. Ik heb me ook afgevraagd waarom kerken die niet voldoen aan het profiel wat Viola beschrijft toch ook gezegend worden. Toen kwam ik tot de conclusie dat er niet maar 1 “model” is wat God zegent. God zegent zijn kinderen!

        De conclusie die ik zelf getrokken heb, is dat elke kerk of gemeenschap moet kijken wat God van hen vraagt, hoe zij kerk/gemeenschap zijn, en dan kan je op hele verschillende modellen uitkomen. Niet elke kerk hoeft G12 te doen, of huiskerk te zijn.
        En voor elke gelovige geldt ook dat hij/zij zich moet afvragen: waar roept God me voor? Dat geldt in alle aspecten van het leven, maar zeker ook voor de keuze van gemeenschap om het geloof mee te beleven.

  15. Ho, ho, ho… ik ben ook lid van een gemeente. Het is maar hoe je de kerk definieert. Mijn vrienden zijn de kerk. Is dat niet oneerbiedig te zeggen? Daarnaast zijn wij officieel nog lid van een plaatselijke gemeente, al bezoeken we de zondagsdiensten sinds een paar jaar niet meer. Ik voel me verbonden met de mensen om me heen.

    Ik geef toe dat mijn analyse iets verder gaat dan Viola. Ik combineer zijn analyse met eigen bevindingen en dat is misschien nogal ‘explosief’. Anders dan kan je bijna niks meer voluit uitspreken.

    Ik heb geen missie om mensen uit de kerk te krijgen, maar met mensen na te denken over het volgen van Jezus. En dan kan ik niet anders dan wat kanttekeningen zo nu en dan te plaatsen. Maar daarmee kijk ik er wel voor uit om op een solotoer te belanden.

    Getuigend aanwezig zijn doe je als kerk: een geheel. Juist die eenheid werkt daar aan bij, dus ik ben ook geen voorstander van aparte huiskerkeilanden. Het idee gaat voor mij veel verder: ik voel me verbonden met ALLE christenen om me heen, niet alleen met huiskerkmensen.

    Dat is misschien een bezwaar dat ik met het boek van Viola heb. Aan de andere kant moet je wel een passie uitdragen en dat praktisch maken.

    1. Lees dan nu je ‘satirische’ stukje, nog eens terug Jeroen, en kijk eens eerlijk hoe je mij daar neerzet / wegzet. Heeft niets met humor te maken, maar alles met een eerlijke poging iemands hart en hoofd te begrijpen.
      Satire is niet: iets zeggen wat je denkt of meent en er een smiley achter zetten om weg te kunnen duiken voor reacties. Satire is zeggen wat waar is, maar op een grappige manier (uitvergroot, hilarisch weergegeven – zie het stukje Antifries op de site van Propria Cures voor een aansprekend voorbeeld http://www.propriacures.nl )
      Ik heb geen uitspraken gedaan over wie er wel/niet bij de ‘ware’ kerk hoort. Ik heb niet gezegd dat je formeel lid moet zijn om bij het Lichaam te horen – dat zijn jouw verkeerde conclusies.
      Jouw reactie was wel degelijk een (luchthartig verpakte) veroordeling van mijn positie binnen een ‘traditionele’ gemeente en mijn pogingen om te verbinden leg je bijna uit als een poging om te verwonden. Dat is niet erg aardig. En toch houd ik van je. En dat is NIET satirisch bedoeld. En we gaan deze week wandelen – oké?

      1. Hoi Paul,

        Als je mij niet grappig vindt, dan kan ik daar niks aan doen… Net zo min als ik Goedgelovig.nl kan verwijten niet grappig te zijn. Dat is een kwestie van smaak. Mijns inziens is de disclaimer voldoende. En ook heb ik, toen ik aan deze discussie begon (zie boven), van te voren mijn excuses aangeboden, omdat ik er rekening mee hield dat ik dingen verkeerd zeg. Ik ben immers mens en hoef niet door iedereen aardig gevonden te worden. De staat van de kerk gaat mij aan het hart. Uit liefde kun je dan ook soms de dingen bij hun naam noemen, juist omdat ik van de kerk hou.

        Sorry, maar ik heb deze week geen tijd om te wandelen, wel om te joggen. Maar dat laatste is een grapje, ook al is het misschien niet GRAPPIG… We hebben deze week een pleegkind erbij gekregen, dus het is even te druk om iets af te spreken.

        Met vriendelijke groet,

        Jeroen

        1. Ja, gevoel voor humor is niet bij alle mensen hetzelfde. Never mind.
          En aan wandelen kom ik nu ook even niet toe, want ik ren me rot voor allerlei andere zaken. Maar op dit blog voeg ik nog wel het een en ander toe, want wie schrijft die blijft.
          Succes met het pleegkind en we spreken elkaar nog wel.
          Groet!

  16. @Jeroen
    Mooie discussie. Dat boek is vast niet vertaald. Ik sta behoorlijk anders tegenover leiderschap dan jij denk ik. Dat mensen meer mee moeten doen, lijkt me overigens een gedeelde wens. Ik zie mooie en minder fraaie voorbeelden van huisgroepen. Fijn te horen dat jij het naar je zin hebt. Ik zit niet in een huisgroep. De discussie vind ik voorlopig mooi zo.

      1. @Jeroen
        Stel je die vraag aan mij?
        Zo ja, welke vragen… en, denk je echt dat ik ze naar tevredenheid kab beantwoorden?
        In dat geval nodig ik je uit even bij wordpress.entgegnung langs te gaan. Volgens mij heb ik daar nog een blogje staan over kerk en gemeente.

  17. Deze discussie heb ik blijkbaar gemist… Ik vond Pagan Christianity heel interessant, ook vanwege de indrukwekkende compilatie van gegevens en bronnen die Viola met hulp van Barna hier neerzet.

    Dat hij naar een conclusie toeschrijft is duidelijk. Zo ken ik hem ook, maar ik weet dat hijzelf uitgeblust geweest is in de institutionele kerk, en op een veel diepere manier zijn geloof beleefd heeft in de organische huiskerken waarvan hij nu een groot voorstander is… Ik heb dus de neiging om zijn ophemelen van dat soort kerkvormen te zien als de lens van iemand die verliefd is (en dus zijn grote liefde ziet als een lelie onder de distelen)

    Zijn meest indringende boek tot nu toe vind ik zijn meest recente, het beruchte ‘Jesus manifesto’ dat hij met Leonard Sweet heeft geschreven. Wederom zal ik het niet met alle details eens zijn, maar ik hou van de manier wsaarop hij Jezus zo sterk als het middelpunt van het Christendom positioneert…

    Een vertaling van Pagan christianity zou ik wel kunnen smaken, maar dan alleen als reimaginig church ook vertaald wordt…

Zeg iets terug op Vrijspraak

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s