Een dagje sightseeing Nairobi, Kenia gastblog Marleen Verhulst

Vandaag naar ‘de rotonde’ geweest. De verhalen kende ik al. Er is al eens een documentairemaker van de EO bij geweest, Esther en JanJaap doen voldoende verslag, dus voor iemand op duizenden kilometers afstand was ik behoorlijk goed op de hoogte van het project van Stichting AltijdGenoeg onder dakloze vrouwen en hun kinderen, en de jongens en mannen die daar hun dagen slijten. Maar met eigen ogen kijken (en met eigen neus ruiken) is natuurlijk van hele andere orde. Esther nam me mee, in een stadsbus naar het centrum van Nairobi. Uit de bus kochten we bij een winkel een grote partij zeep. Grote repen die bij de kassa in handige stukken werd gesneden. Om uit te delen; een gewild item, want mensen willen zichzelf en hun kleren graag wassen.

Met een schok zat ze rechtop, even volop alert, maar daarna weer even slaperig

Bij de rotonde klommen we een hoge zanderige wal op, zo’n 3 meter boven een drukke weg, waar het verkeer volcontinu voorbijraast. Overal zwerfvuil, half weggespoeld door de regens van de afgelopen dagen. Esther zag al gauw een bekende, een vrouw die al bezig was haar kleren te wassen in een plastic bakje. We groetten haar, liepen verder en waar we twee voeten onder een doek uit zagen steken, lag een andere vrouw in de volle zon te slapen. Esther maakte haar zachtjes wakker, en met een schok zat ze rechtop, even volop alert, maar daarna weer even slaperig.

Bij het washuisje, waar ook openbare toiletten zijn (wie komt daar, behalve deze vrouwen? Voor wie is dat daar neergezet? Ergens stond een bordje ‘Minimarket’ — kun je er ook nog iets kopen?!), zat Dorkas tegen de muur in de schaduw. Haar kindje lag op een groot stuk karton naast haar, en zij zocht druk in een voorraad plastic tassen die ze om zich heen had verzameld. Ook zij ging met kleren wassen aan de slag.

Toen we door wilden lopen, kijken waar de meeste vrouwen zich ophielden, liepen we Peter tegen het lijf, een jochie van veertien. Esther kende hem niet, maar hij kende JJ wel van de bijeenkomsten die georganiseerd worden voor deze jonge knullen. Esther keek naar z’n voet, die er niet echt goed uitzag, dus ze vroeg wat hij had. Toen tilde hij z’n broekspijp op, en keek ze naar een wond die van de knie tot de wreef de hele voorkant van z’n onderbeen bedekte. Viezig, vol korsten en vlezige uitstulpingen. Hier en daar gedroogd, maar het wondvocht liep in een dun straaltje over z’n geslipperde voet. Met een paar tiewraps had hij een lap over een gedeelte van de wond vastgebonden, dat al aardig leek te vergroeien met de plakkerige korsten. Peter had er duidelijk pijn aan.

…hopend op eten of spullen, of toch op z’n minst wat aandacht, een hug en afleiding

We kwamen er niet uit wat er was gebeurd dat hij er zo uitzag, maar toen Esther er een telefoontje aan waagde, en haar vriend Pastor Bernard belde (een medewerker die de jongen vrijdag nog gezien had), bleek dat hij er al even mee rondliep en dat hij waarschijnlijk was aangereden op de weg. Duidelijk was in elk geval dat er snel wat mee moest gebeuren, dus Esther gebaarde hem mee te lopen. Niet ver van deze smerige plek staat namelijk een huisartsenpost, waarvan de huisarts al eens had gezegd dat Esther wel moch langskomen voor consult. Dit leek een uitgelezen moment om die aanbieding in te lossen.

Op weg er naartoe zagen mensen Esther al aankomen. ‘Esta-JéJé! Esta-JéJé!’ begonnen ze een voor een te roepen, terwijl ze op ons afkwamen. Natuurlijk hopend op eten of spullen, of toch op z’n minst wat aandacht, een hug en afleiding. Esther groette ze stuk voor stuk hartelijk, en beloofde later terug te komen, nadat we bij de huisarts waren geweest.

Die vriendelijke arts herkende Esther meteen, toen hij voor de volgende patient z’n hoofd om de hoek stak, en zei haar dat ze zich bij het loketje kon inschrijven. In de wachtkamer zaten een paar mensen te wachten. Na tien minuten waren we zowaar aan de beurt, en de arts, gezeten achter een tafel die vol lag met stapels tijdschriften, papieren en een groot beduimeld logboek, bekeek het been van de jongen, die zelfs in deze scharrige spreekkamer misplaatst was door z’n smerige verschijning.

De arts stelde wat vragen, maakte aantekeningen op de patientenkaart die we net hadden gekregen, krabbelde wat in z’n logboek, beantwoordde tussendoor een telefoontje, besprak het geval met Esther. Hij leek zeker niet onder de indruk van deze gruwelijke verminking. Omdat het niet handig is om zo’n straatjongen pillen mee te geven (waar láát hij die, neemt-ie ze wel in, worden ze niet gejat of verkoopt hij de stuff gewoon door? Wie weet), stond Esther er op dat hij injecties zou krijgen, van wat hij dan ook nodig had. Daar had deze huisarts alle begrip voor, maar dat leek toch niet helemaal te lukken. Want op de patientenkaart krabbelde de dokter met grote halen een onleesbare opsomming medicatie, die later toch deels uit pillen bleek te bestaan. Nu zou hij twee shots krijgen, tetanus en antibiotica, en de wond zou schoongemaakt en verbonden worden, maar de komende week zou hij nog een paar keer terug moeten komen voor wondverzorging en injecties. Daarnaast dus die pillen, die hij in verschillende doseringen zou moeten slikken de komende 5 dagen.

Is wereldwijd soms het vak ‘onleesbaar schrijven’ in het curriculum van de artsopleiding opgenomen?

In de wachtkamer, waar het recept bij loket nr 2 verder werd uitgezocht (ook voor de verpleegkundige was het handschrift onleesbaar; is wereldwijd soms het vak ‘onleesbaar schrijven’ in het curriculum van de artsopleiding opgenomen?) begon Esther het er steeds meer over eens te worden dat deze knul (wat een hoopje ellende; zo kwetsbaar. Niets was er over van z’n streetwise attitude) nú van de straat moest, want elke behandeling hier zou anders volstrekt zinloos zijn.

Na de wondverzorging (die echt gruwelijk pijn moet hebben gedaan, maar Peter gaf geen kik), bood Alex dé oplossing. Alex is zelf zo’n schoffie geweest, zo’n dakloos ventje met een grote mond. Maar zo moe van dat uitzichtloze leven, en helemaal gevuld met Gods liefde heeft hij zich er uit weten te werken. Nu doet hij niets liever dan die liefde doorgeven aan de volgende generatie, en is sinds kort een nieuwe aanvulling op het team. Hij was bereid om zich deze komende dagen over Peter te ontfermen, hem in z’n huis op te nemen waar hij kan uitrusten en waar die wond kan genezen. Esther gaf hem wat geld, zodat hij kleren voor ‘m kon kopen.

Ook Peter is een jongen die nog een sprankje hoop heeft. Terug naar huis wil hij in geen geval, om wat voor reden dan ook, maar naar school, en een dak boven z’n hoofd, ja, dat wil hij zeker. Hij heeft zich ook (nog) niet vergrepen aan de thinner, die andere jongens op viezige doekjes sprenkelen en inademen. Hij maakt werkelijk een kans om aan dit leven te ontsnappen.

Dus hij ging mee met Alex, nadat Esther stevig op hem had ingepraat althans, want er moet wel duidelijkheid zijn over zijn aandeel in de afspraken: ze wil zijn gezicht niet meer terugzien hier bij de rotonde! En nadat hij afscheid nam van zijn ‘vrienden’. Dat was interessant; sommige groetten hem wel, maar sommige leken hem liever meteen de rug toe te keren — dit is verraad! En weer anderen renden meteen op Esther af en riepen: ‘Ik wil naar school! Ik wil naar school!’ Goed zo, vond ze, laat ze maar even jaloers zijn, kijken wat voor uitwerking dat op ze heeft.

Op andere dagen zou dit een moment zijn om met de groep vrouwen samen te komen voor eten en naar een overdenking van Pastor Bernard te luisteren, maar veel vrouwen waren op dat moment op een andere plek, en het was al later op de middag, dus we besloten deze ontmoeting met het uitdelen van de blokken zeep. Daarvoor werd iedereen gemaand om te gaan zitten.

Hoewel ze hun best deden elk zoveel mogelijk zeep te bemachtigen en om ons heen kwamen dringen, verliep het uitdelen dankzij Bernards geduld bijzonder eerlijk en rustig. Later moesten wat vechtende jongens uit elkaar worden getrokken. ‘Laat een schoolklas zonder juffrouw op het schoolplein; dan heb je hetzelfde!’

Met de belofte dat we vrijdag terug zullen komen, met ‘delicious food’, zoals een van de jongens verlangend zei, namen we afscheid en vertrokken van deze plaats.

Hoe het vanaf volgende week verder moet met Peter — daar moet nog een oplossing voor komen. Een jongenstehuis bijvoorbeeld, waarvan er wel een paar betrouwbare te vinden zijn in de stad. Maar de eerste stap voor hem is alvast gezet. Hij is niet de eerste, en vast ook niet de laatste, die vanaf die troosteloze troep een uitweg heeft gevonden en een nieuw leven mag beginnen.

Website Marleen Verhulst Grafisch Ontwerp
Blog Marleen Verhulst op Tumblr

Een gedachte over “Een dagje sightseeing Nairobi, Kenia gastblog Marleen Verhulst

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s