Rozen uit Ethiopië – het vervolg…

Twee afspraken had ik achter de rug. Voor mijn werk was ik in Den Haag geweest en ik liep op een paar honderd meter van het treinstation – mijn hoofd nog vol met gedachten. Telefoon. Mijn vriend Rik aan de lijn. Dat komt wel vaker voor – wekenlang horen we niets van elkaar en dan praten we weer even bij alsof we elkaar zojuist nog gezien en gesproken hebben. Rik is een topgozer en hij werkt voor Compassion.

Hoe het met mij ging. Prima. Een mooie dag gehad – meer kon ik niet vertellen over de vertrouwelijke gesprekken. Wat ik aan het doen was in Den Haag. Een veilig antwoord dan maar: netwerken. “Mooi, ik wil je netwerk nog wat groter maken.” Ik ben even stil. “Hoe wil je dat doen, Rik?” “Ik wil dat je voor Compassion op reis gaat.” Oké, die zag ik niet aankomen. “En, waar gaat de reis dan heen?” Alsof het de gewoonste zaak van de wereld was: “Naar Ethiopië. Eind mei.”

Er staan bankjes in de buurt van Den Haag Centraal. Ik ben even gaan zitten.

Niets met Ethiopië

Ik had niets met Ethiopië. Kenia – dat was logischer geweest, want ik heb een lieve zus in Kenia die ik nog nooit gezien heb maar die ik toch in mijn hart heb gesloten. Ze heet Rebecca, ze is geboren met een open rug en woont in de op één na grootste sloppenwijk van de wereld: Kibera in Naïrobi. Daar geeft ze (handwerk)les aan gehandicapte meisjes uit dezelfde slum, terwijl ze nu Social Studies doet aan de katholieke universiteit. Ze gaf eens een comment op een blogpost in de tijd dat ik nog een Engelstalig blog bijhield. Ik bestelde via haar website voor 25 euro een zogenaamde kikoy, een kleurrijke omslagdoek – die ik keurig thuisbezorgd kreeg met twee kralenkettinkjes voor mijn dochters. Gratis. Sindsdien heb ik me wat voor Rebi ingespannen en een paar lieve bloglezers hebben me daarbij geholpen door foto’s te kopen. Lees deze gastblog van Rebi. Mochten er nog stoelen in de hemel te vergeven zijn: ik weet wel iemand.

Iedereen moedigde me aan om te gaan

Maar de reis ging niet naar Kenia – de reis ging naar Ethiopië. En ik zei niet direct ja. Het tijdstip was niet gelukkig – zo vlak voor een belangrijke deadline eind mei. Ik wist niet zeker of God het ermee eens was, niet onbelangrijk voor een gelovige, en ik wilde ook toestemming / instemming van Lydia, mijn kinderen, mijn baas en collega’s. Iedereen moedigde me aan om te gaan, inclusief mijn jongste dochter die liever heeft dat iedereen altijd thuis is. God liet ook subtiel van zich horen, zeg ik in alle eerbied en voorzichtigheid.

Rozen uit Ethiopië

Ethiopië? Ik had één keer over dit land geblogd. Je kunt het hier nog lezen. Maar waarom werd ik gevraagd? Omdat ik uitgever ben? Ik heb boeken over Noord-Korea, Afghanistan en China uitgegeven – zonder er ooit geweest te zijn en zonder het verlangen te hebben er naartoe te gaan. Als dat de bedoeling is, dan is het echt niet nodig – kom maar op met die manuscripten. “Nee, we stellen geen voorwaarden. Ik wil gewoon graag dat je naar Ethiopië gaat,” verzekerde Rik mij.

Ondernemend

Ik heb de vraag een aantal malen herhaald en tot op de dag van vandaag niet een glashelder antwoord gekregen. Waarom hebben ze mij gevraagd? Waren er geen dominees en artiesten meer beschikbaar? De reisgenoten waren ondernemers die sponsorkinderen bezoeken en / of zich wilden oriënteren om heel gericht een project te realiseren en kennis te delen. Zij beschikken over middelen en geld. Ik werk in loondienst en heb geen eigen bedrijf (ik ben wel ondernemend, maar dat is iets anders). Er was nog een journaliste van Eva in het gezelschap. Ook zij was niet gevraagd als ondernemer, maar als vrouw die het verhaal van Compassion kritisch kan toetsen en die speciaal aandacht kan geven aan de rol van de vrouw en moeder in Afrika. Ik mocht foto’s maken waarvan er in september een paar bij het artikel geplaatst zullen worden. Mooi, maar er zijn wel meer mensen die een aardige foto kunnen maken. Moest ik daarvoor naar Afrika?

Keurig in het gelid

Vandaag vroeg iemand in de kerk of ik namens de Meerkerk naar Ethiopië geweest ben. Aan die mogelijkheid had ik nog niet gedacht – maar het is niet het geval. We sponsoren als kerk 25 kinderen in Cebu City op de Filippijnen – een plaats waar de gemeente Haarlemmermeer een stedenband mee heeft. Het meisje van onze kring heet Claire. Als gezin hebben we een sponsorkind in India, ze heet Priyanka en we maken braaf een bijdrage over aan stichting Woord & Daad, dus niet aan Compassion. Priyanka is negen jaar oud – ik ken haar alleen van de foto waarop ze op een zwart wit geblokte tegelvloer staat met een blauwe jurk, lichtblauwe teenslippers en een oranje-geel blousje met korte mouwtjes. Een uitdrukkingsloos, knap gezicht, de armen los langs het lichaam – een meisje dat keurig in het gelid staat voor de camera. Ze weet dat haar foto bij een Nederlands gezin aan het prikbord hangt. Haar brief hangt er ook – de bekende wetenswaardigheden die je dan via een kerk, school of hulpverleningsorganisatie krijgt. Ik heb – tot verontwaardiging van mijn jongste dochter – in de marge van haar brief mijn pen geprobeerd. De pen deed het. Mijn dochter had gelijk, dat is respectloos. Ik heb er spijt van.

Voor het gemak

Mijn jongste dochter bidt voor Priyanka. En voor nog een hele serie mensen die ze als kralen aan een ketting rijgt. Ik bid vrijwel nooit voor Priyanka, maar we betalen netjes op tijd omdat mijn vrouw bekwaam de geldzaken regelt. Priyanka is ons aangeboden nadat ons vorige sponsorkind (hij had een voor ons onuitsprekelijke naam en daarom noemden wij hem voor het gemak maar Bodu) plots uit beeld was verdwenen. Waarschijnlijk meeverhuisd met zijn ouders die ergens anders konden werken. Dag Bodu – ik nam er kennis van. Mijn jongste dochter maakte zich echter zorgen om de jongen. Hoe zou het nu met hem gaan? Ik weet het niet. Wij hadden nu toch Priyanka?

In Ethiopië heb ik een jonge vrouw gezien die uit een hoekje van haar huisje (wat aarden wallen, één deur en één raam en golfplaten als dakbedekking) een kleine schat tevoorschijn haalde: handgeschreven brieven, stickers, boekenleggers, kaarten en andere papieren vriendelijkheden. Ze stalde ze uit op tafel als waren het sieraden. Ook liet ze de foto’s zien die ze van haar Amerikaanse sponsorouders ontvangen had. Ik heb nog nooit een brief aan een sponsorkind geschreven. Nog nooit. En ik slik nu mijn tranen weg.

It makes sense

Ben ik door Compassion gevraagd vanwege mijn sociale netwerk? Dat zou best een rol kunnen spelen – maar het is me niet met zoveel woorden gezegd. Nathan, onze reisleider, vertelde alleen dat zij het een goede investering vonden om mensen mee te nemen naar sponsorprojecten en de huisjes van sponsorkinderen. “Dat doen we liever dan adverteren, want het heeft veel meer effect.” Ik ben (ook) marketeer – it makes sense.

Afgelopen week heb ik een paar keer meegemaakt hoe sponsorkinderen en -ouders elkaar ontmoetten. Ik kan aardig met woorden overweg, maar ik kan niet beschrijven hoe kostbaar en ontroerend deze ontmoetingen waren. Ik heb ook een meisje gezien dat mijn hart gestolen heeft. God kent haar naam, ik heb alleen een paar foto’s. Als ik de moed bij elkaar geraapt heb, ga ik over haar schrijven. Ze is net zo oud en net zo mooi als Priyanka, alleen ziet ze er veel minder verzorgd uit. Ik heb haar niet uitgekozen, zij heeft mij uitgekozen. Op een wonderlijke manier is het gelukt haar te helpen – je hoort er nog van.

Compassion snapt het

Ethiopië – waar ligt dat land? Aan de kust? Direct onder Egypte of zit er nog iets tussen? Hoe groot is het land? Zijn het allemaal moslims? Is er vrijheid? Kun je er fijn op vakantie gaan? Ik had geen idee. En ik had ook geen tijd om me er al te veel in te verdiepen, ik had het razend druk. Nu weet ik meer. En ik heb meer dan wat feitelijke informatie over het land, ik heb de Ethiopiërs in mijn hart gesloten. En ik snap Compassion, want Compassion snapt het. Heel zorgvuldig en gericht wordt er liefde, energie, tijd en geld geïnvesteerd in de kleinste, zwakste inwoners van arme landen. Niet alle kinderen kunnen geholpen worden, want veel rijke mensen vinden die wervende onderbrekingen tijdens aangename gospel concerten maar hinderlijk. Alsof je weer een straatkrantverkoper bij de Albert Heijn moet ontwijken. Voor een klein bedrag red je een kind uit wanhopige armoede, maar je moet dan wel bereid zijn om je hart en je portemonnee te openen (in die volgorde alstublieft).

Vandaag ga ik mijn eerste brieven aan Priyanka en Claire schrijven. Het wordt een excuusbrief. Ik hoop dat ze me vergeven willen. En ik bid dat God meer liefde en aandacht aan Bodu schenkt dan ik ooit heb gedaan.

En, oh ja: ik weet ook iets meer over rozen uit Ethiopië. Ze zijn heel erg mooi en bijzonder kwetsbaar. Je kunt je er ook lelijk aan bezeren.

5 gedachten over “Rozen uit Ethiopië – het vervolg…

  1. waarom jij?

    ik ken je niet zo heel erg goed, maar daar geef ik dan maar mijn mening op!

    Omdat jij de kracht en de gave hebt om in beeld en woorden en vanuit je eigen hart en met je woorden ons er mee kunt weerspiegelen en raken.
    punt.

    Liefs

  2. Paul,

    Even aandachtig je blog zitten lezen.
    Grappig dat jij jezelf afvraagt “waarom ik’?
    Dat antwoord zal je dicht bij jezelf kunnen vinden.
    Als lezeres word ik geraakt door je verhalen, je foto’s maar vooral door de manier waarop je je gevoel weet te uiten in die verhalen en foto’s.
    Recht uit het hart opgestegen. Zoekende naar een landingsplaats.
    Bij mij ben je wel geland.

  3. Wauw, ik kan alleen maar zeggen: wauw! En dat na zo’n mooi, zorgvuldig gekozen verhaal, samengesmeed door woorden die me diep in m’n hart raken! Dank voor het delen van je hart en een stukje van wat je hebt beleefd!

    Zegen,
    Wendy

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s