Wat moet je doen om gered te worden?

Misschien heb je nog tijd om dit door te lezen voor de bijeenkomst van vanavond rond het boek van Rob Bell – Love Wins. Maar los daarvan, mijn blogposts blijven gewoon staan en vanavond is nog maar het begin van de discussie in ons taalgebied, lijkt mij. In deze blogpost wil ik stilstaan bij de ‘vormen van bekering’ (of ‘redding’ zo je wilt) die de revue passeren in het eerste hoofdstuk van dit boek. Kom je tot geloof door een zondaarsgebed? Moet je iets speciaals doen, een handeling verrichten, naar voren komen bij een kerkdienst of iets dergelijks? Laten we daar even over nadenken, het is belangrijk genoeg.

Retorische vragen

Het is prima om een serie retorische vragen op de lezer af te vuren in het begin van een boek. Het maakt je natuurlijk wel nieuwsgierig naar de antwoorden die in het vervolg gegeven moeten worden. In een van de comments bij mijn voorgaande blogpost is gesteld dat Rob Bell ‘alleen maar vragen stelt’ – maar dat trek ik dan weer in twijfel. Bell geeft wel degelijk antwoorden, maar die zijn in mijn ogen niet zo goed als zijn vragen en het zijn dan ook zijn (impliciete) antwoorden die tegenspraak en tegenvragen oproepen. Persoonlijk ben ik nog niemand tegengekomen die het verkeerd vindt dat deze vragen gesteld worden.

Wat moet je doen om gered te worden?

Rob Bell schrijft terecht: ‘Mensen die claimen dat er een select clubje gered wordt, rekenen zichzelf gewoonlijk bij dat clubje.’ Een studente die door een auto-ongeluk om het leven kwam zou volgens een vrouw niet in de hemel komen omdat ze niet gelovig was. Bell vraagt of we dit wel kunnen zeggen en of het klopt met het goede nieuws dat zo iemand, na een kort leven, naar de hel gaat. Sowieso ben ik van mening dat het ons niet gegeven is om te oordelen over wie er wel of niet door God zal worden binnengelaten of uitgesloten en ik denk dat dit de mening is van vrijwel alle christenen.

Hoe oud of wijs moet je zijn?

Sommige mensen denken dat je een bepaalde leeftijd kunt bereiken waarop je ‘gered’, ‘bekeerd’ of ‘wedergeboren’ kunt worden. Onder die leeftijd (tienerjaren?) ga je vrijuit, maar vanaf die leeftijd ben je verloren en ga je naar de hel als je niet tot geloof in Christus gekomen bent. Dit roept bij Bell dergelijke vragen op: ‘Als een zendelinge een lekke band heeft en jou niet op tijd weet te bereiken om je het evangelie te brengen – ben je hierdoor dan verloren?’ Het is een vraag die bij een weldenkende gelovige direct dit antwoord zal oproepen: dat lijkt me onwaarschijnlijk en oneerlijk, dus God zal daar in zijn wijsheid en genade wel rekening mee houden want Hij is goed en rechtvaardig – maak je daarover geen zorgen.

Welke Jezus?

Gelovigen zullen vaak zeggen: het gaat erom hoe je op Jezus reageert. Daar is Bell het van harte mee eens. Maar hij zegt daarbij: welke Jezus? Sommige mensen hebben een verknipt beeld van Jezus gekregen, door christenen die niet leven als Jezus ons opgedragen heeft. Het afwijzen van de kerk en het christelijk geloof kan voortkomen uit afwijzing van ideeën die door gelovigen worden verkondigd – en die niet in overeenstemming zijn met de boodschap van Jezus zelf. Daar ben ik het helemaal mee eens. Aan ons de taak om een juister beeld van Jezus te geven, dat verandert dus niets aan de waarheid dat je in Jezus moet geloven om tot God te kunnen komen.

Gaat het om een persoonlijke relatie?

Ben je ervan afhankelijk of iemand anders je goed informeert over Jezus en het geloof? Moet je een ‘persoonlijke relatie met Jezus hebben’? Bell zegt dat deze uitdrukking nergens in de Bijbel voorkomt en pas in de laatste honderd jaar zoveel nadruk heeft gekregen. Daar heeft hij gelijk in en ik denk dat het nogal aanmatigend is om Jezus voor jezelf te claimen. Maar een gedachte kan juist zijn, ook als deze niet letterlijk in de Bijbel is terug te vinden, lijkt mij. Los daarvan, ik geloof inderdaad dat het in het geloof vooral om relatie gaat en niet zozeer om religie. Dit is een geestelijke zaak, een zaak van het hart ook. Ik bid niet tegen een leeg heelal of een abstracte oerbron, ik richt mij door Jezus – met de kracht van zijn Geest die Hij ons heeft nagelaten – tot de Vader. En ja, dat is heel persoonlijk – ook in de beleving van mijn geloof.

Moet je iets speciaals doen?

We moeten ‘accepteren, belijden, geloven’ – dingen die uiteindelijk ook een actie van ons vragen, het zijn werkwoorden. ‘Je hoeft niets te doen, want God heeft alles al door Jezus gedaan’, wordt vaak beweerd. Zie je wel, zegt Bell – het klopt niet. Je moet dus kennelijk wél iets doen om gered te worden. Dat lijkt me logisch. Als je dreigt te verdrinken, dan kan een behulpzaam persoon je een reddingsboei toewerpen, maar je zult die kans op redding wel aan moeten grijpen. De redding komt van boven, de acceptatie vanuit de nood. Hier is sprake van een schijnbare tegenstelling en het is veel minder problematisch dan Bell ons laat denken. Ook in mijn vorige blogposts heb ik aangegeven dat het bij genade om een interactie gaat: je krijgt vergeving aangeboden, maar je hebt de keuze om de redding aan te nemen of af te wijzen.

Even door de Bijbel spitten

Rob Bell noemt een heleboel bijbelteksten met voorbeelden over ‘redding’. Een aantal van deze teksten zal ik hier bespreken.

In Lucas 18 vertelt Jezus een verhaal over twee mensen die naar de tempel gaan om te bidden. De ene persoon bidt dat hij blij is dat hij geen zondaar is zoals de andere mensen, terwijl een ander op afstand blijft staan en bidt: ‘God, wees mij zondaar genadig.’ In Lucas 23 wordt verteld over een misdadiger die aan het kruis naast Jezus hangt en deze vraag stelt: ‘Jezus, denk aan mij wanneer u in uw koninkrijk komt.’ Jezus verzekert deze man ervan dat ze samen in het paradijs zullen zijn.

Wedergeboorte

Maar in Johannes 3 zegt Jezus tegen Nicodemus dat je opnieuw geboren moet worden. In Lucas 20 zegt Jezus over het hiernamaals dat het gaat om mensen die waardig bevonden worden om deel te krijgen aan de komende wereld. Gaat het om wedergeboren worden of om waardig bevonden worden? Is het wat je zegt, of gaat het om wie je bent? In Matteüs 6 onderwijst Jezus zijn leerlingen over het gebed. Hij zegt dat als zij anderen zullen vergeven, zij ook vergeving van God zullen ontvangen. Doen zij dat niet, dan vergeeft God ook niet. In Matteüs 7 zegt Jezus dat niet iedereen die ‘Heer, Heer…’ zegt het koninkrijk zal binnengaan, maar ‘alleen zij die de wil van mijn Vader doen’. In Matteüs 10 leert Jezus dat degenen die standhouden tot het einde, gered zullen worden.

Moeten we anderen vergeven, de wil van de Vader doen of standhouden tot het eind om gered te worden? Is het wat we zeggen, wie we zijn, wie we vergeven, of we wel of niet de wil van God doen of gaat het erom of we standhouden?

In Lukas 19 wordt het verhaal van Zacheüs verteld. Deze man zegt dat hij de helft van zijn bezit aan de armen zal geven en het viervoudige van wat hij mensen schuldig is – wanneer hij hen iets heeft afgeperst. Jezus zegt hierop: ‘Vandaag is dit huis redding ten deel gevallen, want ook hij is een zoon van Abraham.’ Bell vraagt zich af: gaat het bij onze redding dan om wat we doen, of om wat we beloven te doen? In Marcus 2 laten mannen hun verlamde vriend door het dak van een huis zakken om hem bij Jezus te brengen. Als Jezus hun geloof ziet (het geloof van de vrienden!) zegt Hij tegen de verlamde man: ‘Zoon, je zonden zijn vergeven.’ Worden zijn zonden vergeven op basis van het geloof van zijn vrienden? Gaat het er bij je redding dan om wie je vrienden zijn en wat zij voor je doen?

Demonen geloven ook

Bell gaat verder. Veel mensen – ook de mensen dichtbij Jezus – wisten dus niet precies wie Hij was en waarom Hij kwam – op de demonen na, die wisten het precies. Jacobus schrijft (hoofdstuk 2): ‘U gelooft dat God de enige is? Daar doet u goed aan. Maar de demonen geloven dat ook, en ze sidderen.’ In Lucas 7 is er een vrouw die een zondig leven geleid heeft. Ze komt een huis binnen waar Jezus te gast is en waar zij zijn voeten voeten met haar tranen wast terwijl zij ze met haar haren droogt. Jezus zegt haar daarop dat haar zonden vergeven zijn.

Demonen geloven? Het wassen van Jezus’ voeten brengt je redding? Bell kan er met zijn verstand niet bij. Ja, kennelijk wel – want Jezus kon deze handeling van liefde (ik heb het uiteraard over de vrouw) interpreteren als blijk van geloof. En alleen geloven is klaarblijkelijk niet genoeg – het vraagt ook om acceptatie en een reactie van onze kant. Je kunt ook pas in een liefdesrelatie betrokken zijn als je het liefdesaabod aanneemt – zo ingewikkeld is dat toch niet? En die tekst over demonen die in God geloven – dat versterkt alleen maar de gedachte dat je genade moet aannemen. Afwijzen kan dus kennelijk ook – dat doen al Gods tegenstanders en ze doen dat heel bewust.  Geloven dat God de enige is – dat doen de demonen ook, zegt Jacobus – dat geloof alleen zal je niet redden. Je geloof zal ook uit je daden en uit je levenswandel moeten blijken. Niets in dit alles is in strijd met de opvatting dat bekering en wedergeboorte noodzakelijk zijn om deel te kunnen hebben aan het heil in Christus. (Excuses voor het jargon).

Bijzonder bekeringsverhaal

Rob Bell wijst op het bijzondere bekeringsverhaal van Saulus (later Paulus) die van een fanatiek christenvervolger in een enthousiast verkondiger van het goede nieuws van Jezus Christus verandert. Een echte metamorfose! Ik denk dan: ja, er zijn kennelijk veel verschillende manieren om tot geloof te komen – daarmee is niet gezegd dat bekering niet van belang is. En ja, het kan langs de weg van geleidelijkheid en het kan ook op een spectaculaire manier. Dus?

Fundamentele fout

Bell zegt dat we heel lang kunnen doorpraten over redding, hemel en hel. De Bijbel is geen boek van vragen, het is een boek met reacties op vragen. Mooi, maar ik denk dat er hier toch een fundamentele fout wordt gemaakt en dat Bell tegenstellingen ziet die er domweg niet zijn. Heb je nog even?

De meeste voorbeelden die Rob Bell hier noemt kun je zo opzij schuiven omdat het om gebeurtenissen vóór het kruis gaat. Dit is zo evident dat ik er licht verbijsterd over ben dat de auteur dit zelf niet gezien heeft. De antwoorden die Jezus geeft hebben meestal betrekking op het gered worden in de periode vóór kruis en opstanding – vallend onder het oude verbond. Daarom krijgen de rijke jongeling, Nicodemus en Zacheüs – bijvoorbeeld – de antwoorden te horen die op de Wet gebaseerd zijn. Je zou kunnen veronderstellen dat Jezus in zijn nachtelijke onderwijs aan Nicodemus wel al vooruitwijst naar de redding die er aan staat te komen, de redding door wedergeboorte, en we zien dat Nicodemus samen met Jozef van Arimathea na de kruisiging kleur bekent en het lichaam van Jezus een waardige begrafenis geeft. Vast en zeker in de hoop op wedergeboorte! Snapte Nicodemus dit volledig? Nee, dat denk ik niet en wie het wel 100% snapt mag het zeggen. Pas na de opstanding van Jezus zullen veel van zijn volgelingen begrepen hebben waar Hij op doelde.

Hinderlijk vast

De man aan het kruis naast Jezus kreeg toegang tot het paradijs. Op grond waarvan? Op basis van zijn geloof. Hij kon namelijk helemaal niets meer doen met zijn handen of voeten, want die zaten hinderlijk vast. Zelfs dopen was geen optie meer. Het woord van Jezus was genoeg en dit woord komt met autoriteit tot hem omdat hij heeft laten zien dat hij in Jezus gelooft. Genade en geloof – dat zijn de twee kanten van dezelfde medaille. Genade komt van boven, geloof van beneden – heel erg moeilijk is dit niet.

Dat GELOOF vanuit de mens bezien het enige juiste en reddende antwoord is, dat wordt volkomen duidelijk als je Hebreeën 11 leest. Dit is zowel in het Oude Testament als in het Nieuwe Testament de basis van onze redding. Geloof in God die genade biedt. Maar… ongeloof is ook een optie en dan betekent het gewoon dat je de genade afwijst / niet dankbaar accepteert. Dat is dan JOUW keuze. Na kruis en opstanding wordt het goede nieuws aan alle mensen gebracht, zonder daarbij terug te wijzen naar de wetten die alleen voor het joodse volk golden. Dat daarbij andere uitdrukkingen en woorden gebruikt worden verandert niets aan dit algemene bijbelse gegeven: je wordt gered uit genade en door geloof.

Een duidelijk bekeringsverhaal

Wil je een duidelijk voorbeeld van een bekeringsverhaal uit de periode na het kruis? Dat kun je vinden in Handelingen 16 waar een abrupte bekering plaatsvindt. Het gaat om een gevangenbewaarder die de schrik van zijn leven krijgt. Let op wat er hier gezegd wordt en trek je eigen conclusies. Ik zeg: genade is de basis van onze redding, maar geloof zorgt ervoor dat we ons de vrijspraak van God kunnen toe-eigenen. En dit gaat inderdaad wel veel verder dan een individuele keuze – dat valt hier ook op. Kennelijk straalt de genade royaal af op onze directe omgeving, op de mensen die met ons verbonden zijn – al zien we hier dat die ook van harte instemden met het prille geloof van de gevangenenbewaarder en dat zij zich gelijk – na de verkondiging van het goede nieuws! – lieten dopen. Lees het zelf maar:

De gevangenbewaarder schrok wakker, en toen hij zag dat de deuren van de gevangenis openstonden, trok hij zijn zwaard om zelfmoord te plegen, want hij dacht dat de gevangenen ontsnapt waren. Maar Paulus riep hem luidkeels toe: ‘Doe uzelf niets aan, we zijn immers nog allemaal hier!’ De bewaarder vroeg om een fakkel, rende naar binnen en viel bevend voor Paulus en Silas op de grond. Hij bracht hen naar buiten en vroeg: ‘Zegt u mij, heren, wat moet ik doen om gered te worden?’ Ze antwoordden: ‘Geloof in de Heer Jezus en u zult gered worden, u en uw huisgenoten.’ En ze verkondigden het woord van de Heer aan hem en aan iedereen die bij hem woonde. Hoewel het midden in de nacht was, nam hij hen mee en maakte hun wonden schoon. Meteen daarna werden hij en zijn huisgenoten gedoopt. Hij bracht hen naar zijn woning boven de gevangenis en zette hun daar een maaltijd voor. Hij en al zijn huisgenoten waren buitengewoon verheugd dat hij nu in God geloofde. Handelingen 16:27-34

27 gedachten over “Wat moet je doen om gered te worden?

  1. Dus, uiteindelijk draait het om de worsteling van Luther, en daarmee van alle mensen, voor en na Christus, oude en nieuwe verbond: ‘hoe krijg ik een genadig God?’ Het antwoord dat Luther in de Bijbel vond: ‘Abraham werd door het geloof gerechtvaardigd.’
    De prediking van Johannes de Doper en Jezus zelf ging gepaard met de oproep ‘Bekeert u’. De enige keer dat Jezus over wedergeboorte sprak, was met Nicodemus, een schriftgeleerde, die het vervolgens niet snapte.
    Vooral in reformatorische kerken zijn we blijven hangen bij de wedergeboorte en durven we niet meer te ‘kiezen’. In evangelische kringen kiezen we, maar vergeet men vaak de wedergeboorte, het is genade, aangeboden door God.
    Jezus zelf zei ook: ‘aan de vruchten zal men de boom kennen.’ Dus, blijkt je geloof uit je daden? Zie ook Jakobus, die hier sterk de nadruk op legt.
    Het aanbod is dus genade, mogelijk gemaakt door het kruisoffer van Jezus. Geloven c.q. bekeren is ons ‘werk’, het aannemen van het offer, de genade, het kado. En dat blijkt uit de werken. Zie de voorbeelden die je zelf hierboven noemt.
    De bekering van Paulus wordt vaak aangegrepen als een ‘krachtdadige bekering’, waar mensen vervolgens tegen op gaan kijken. Onhaalbaar, want er ‘gebeurt’ niets met mij, en dus kan ik ook niets doen. Maar hij wordt feitelijk alleen stilgezet, met blindheid geslagen. Dan lees je iets opvallends, bij de opdracht aan Ananias om Paulus op te zoeken, zegt God zelf: ‘Zie, hij bidt’. Hij bidt zelfs drie dagen lang. Ik denk dat er in die tussentijd een shift in denken, voelen en willen heeft plaatsgevonden. Van schriftgeleerde en letterknecht, naar kind in geloof, open naar boven.
    En dat is nu precies wat er met ons moet ‘gebeuren’. Is dat genade? Ja. Is dat van ons afhankelijk? Ja, in die zin, dat we het wel moeten geloven. En dat dan vervolgens moet blijken.
    In Openbaringen wordt gesproken over twee boeken, die geopend worden. Het ene boek is het boek des levens, daar staan de namen in. Het andere boek is gevuld met de ‘daden van de mensen’.

    1. Prachtige aanvulling op dit stuk, de quote van zojuist op ‘Early Church Daily’:
      ‘God orders what we cannot do, that we might know what we ought to ask of Him.’ – Augustine

  2. Je punt dat Jezus’ uitspraken vallen onder het oude verbond, kan ik echt niet volgen. Jezus’ onderwijs en dus ook z’n antwoorden in gesprek met mensen biedt juist een enorme verdieping en verbreding van het oude verbond. Jezus schaft het oude verbond ook nergens af, maar vervúlt die wel. Niet pas na z’n opstanding, maar al tijdens zijn hele leven. Antwoorden die op de wet gebaseerd zijn willen nog niet zeggen dat die horen bij het oude verbond. De wet zelf is niet fout, dat blijkt ook uit de brieven van Paulus. Het gaat er alleen om hoe je ermee omgaat.

    1. Nee, de wet is niet fout, maar wel bedoeld voor de periode vóór het kruis. Citaatje van Paulus?

      Galaten 5,4

      Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld.

  3. De wet is een bediening des doods. De wet leidt tot veroordeling. De bergrede is feitelijk een aanscherping van de wet, maar alle boeken daarover zeggen dat het niet haalbaar is, dus waar hebben we het over?
    Jezus heeft de wet vervuld en daarmee de weg geopend om door de Geest te leven. Wie het van de wet verwacht, maakt het kruis tot een aanfluiting.

  4. Je moet de wet ook niet (meer) willen houden om daardoor ‘als rechtvaardige aangenomen te worden’. Maar wél om als christen een leven te leiden waar God blij mee is. Ook wat citaatjes van Paulus? 😉

    ‘Want besneden zijn betekent niets, en onbesneden zijn betekent niets, maar wèl het houden van Gods geboden’ (1 Kor. 7:19)

    ‘Stellen wij dan door het geloof de wet buiten werking? Volstrekt niet; veeleer bevestigen wij de wet’ (Rom. 3:31).

    1. Natuurlijk niet, Harco. Ben jij besneden? Slacht jij nog offerdieren? Is het offer van Jezus niet voldoende? De teksten die je citeert zijn niet strijdig met wat ik zeg. Het naleven van de wet kan ons niet redden – een christen IS NIET MEER ONDER DE WET. Lees nou toch, ik verzin dit niet, het staat er gewoon:

      15 Hoewel wij Joden van geboorte zijn en geen zondaars uit andere volken, 16 weten we dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven, maar door het geloof in Jezus Christus. Ook wij zijn tot geloof in Christus Jezus gekomen om daardoor, en niet door de wet, rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven. 17 En in ons streven om door Christus rechtvaardig te worden, blijkt dat wijzelf ook zondaars zijn. Betekent dit dat Christus dus in dienst staat van de zonde? Natuurlijk niet. 18 Maar wanneer ik weer aanneem wat ik had verworpen, maak ik van mezelf opnieuw een overtreder. 19 Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God. Met Christus ben ik gekruisigd: 20 ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. 21 Ik verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn. Galaten 2

  5. En hoe zit het met jouw punt dat Jezus’ uitspraken vallen onder het oude verbond? Ik kan dat niet volgen. Alles wat Jezus zegt en doet is volgens mij nieuwe verbond.

    1. Dat punt heb ik niet gemaakt. Jezus heeft het nieuwe verbond tot stand gebracht en natuurlijk spreekt Hij daar over. Maar mijn blogpost gaat over de voorbeelden van ‘redding’ of ‘bekering’ die Rob Bell aanhaalt. Als iemand vóór het kruis gered werd, dan was dat door het houden van de wet: ‘doe dit en je zult leven’.

      Jezus is de eerste van de nieuwe schepping, de 2e Adam, in en door Hem begint God opnieuw met de mensheid. Het is logisch dat er op dit scharnierpunt tussen oud en nieuw verbond een overgangssituatie is. Jezus hield zich keurig aan de Joodse wetten en roept mensen ook op om te doen wat hun geestelijke leiders hen leren, want die wet was nog volop van kracht vóór het kruis. (Doe alleen niet wat ze doen, zegt Jezus erbij, want de geestelijke leiders gingen schijnheilig om met de wet en maakten de naleving onnodig zwaar voor de mensen).

      Jezus schaft de wet niet af, Hij vervolmaakt hem en vervult hem. Er is een nieuwe tijd aangebroken en daar spreekt Jezus over. Eerst in verborgen toespelingen, later steeds openlijker (zeker tegen zijn leerlingen).

  6. Hier staat het weer zwart op wit. Ook al geloven evangelicalen dat Jezus de Waarheid zelve is, het Woord van God, toch concluderen zij dat Jezus met regelmaat een beperkte boodschap sprak.

    “De antwoorden die Jezus geeft hebben meestal betrekking op het gered worden in de periode vóór kruis en opstanding – vallend onder het oude verbond.”

    Daar gaan katholiek en evangelicaal ver uit mekaar. Want voor de katholiek zijn de woorden van Jezus nu net het volle Evangelie. Wanneer uit de evangelieën wordt voorgelezen, gaat de katholiek staan.

    Mij lijkt dat de evangelicaal enkel rechtstaat voor Paulus als ik het symbolisch mag uitdrukken.

    Maar, voor de evangelicaal is alles gebaseerd op hun niet-historische interpretatie van het begrip wedergeboorte. En wanneer Jezus het daar over heeft krijgen we wel deze reactie:

    “Je zou kunnen veronderstellen dat Jezus in zijn nachtelijke onderwijs aan Nicodemus wel al vooruitwijst naar de redding die er aan staat te komen, de redding door wedergeboorte”.

    Dan spreekt Jezus plots wel vol. Hoe dramatisch als we dan tot de vaststelling moeten komen dat nu net het evangelicaal verstaan van ‘wedergeboorte’ het grote probleem is. Hiervoor verwijs ik graag naar mijn twee blogposts over dit onderwerp.

    Groet

    Rob

    1. @Rob
      Heb onlangs pas begrepen dat Katholieken hier zoveel moeite mee hebben. Jezus sprak intiemer en vollediger met zijn discipelen dan in zijn onderwijs aan de schare, alsmede gedetailleerder naarmate Golgotha naderde. Vreemd dat je die progressie van openbaring in het evangelie niet wilt inzien. Natuurlijk spreekt Jezus woorden van eeuwig leven. Maar er is nu eenmaal een spanning tussen de schaduw en de vervolmaking, als je begrijpt wat ik bedoel. Zo wimpelde hij de Grieken af en verbood hij de discipelen te onthullen wie hij werkelijk was. Niet dat dit gemakkelijk te begrijpen is, maar daarover is zoveel gepubliceerd, dat de moed me nu in de schoenen zinkt.
      Anderzijds vind ik je benadering wel zinvol en constructief. In de liberale ontmythologiserende theologieën probeert men altijd een wig te drijven tussen de visies van Jezus, Petrus, Paulus en Johannes. Jij benadrukt de eenheid, zij het anders dan wij. En dat is ook goed, want naast verschillen is er natuurlijk een grote eenheid. En het bewaren van eenheid is onze Roomse broeders wel toevertrouwd. 🙂

      1. @Paul Miller

        Het onderscheid tussen de omgang met en de boodschap aan de schare en de leerlingen is van immens belang in het katholiek begrijpen van het Evangelie. Daar kan ik een blogpost in twee delen over schrijven :-).

        Ook is het ons duidelijk dat Jezus steeds meer openbaart naarmate de tijd vordert. Maar … voorafgaand aan zijn hemelvaart heeft Hij alles geopenbaard en er bovendien voor gezorgd dat over de leerlingen de heilige Geest werd geblazen opdat zij in staat zijn deze boodschap te verkondigen en de genademiddelen die Jezus instelde te kunnen doorgeven. (Deze tweede dimensie is geschrapt in het evangelicalisme)

        Maar, opnieuw, het ganse Evangelie is door Jezus gesproken en ik zal de evangelicaal blijven uitdagen (dat is voor Anton 🙂 om in te zien dat de theologie die men uit elementen van de brieven van Paulus gedistilleerd heeft, niet compatibel is met heel wat grondgedachten uit de verkondiging van het eeuwige en geïncarneerde Woord van God, namelijk, Jezus Christus, ons aller Heer en Verlosser.

        Groet!

        1. @Rob
          Dus toch weer twee nieuwe blogposts… Waarom verbaast mij dit niet?! 🙂 Tja, pas jij nu maar op dat je Paulus niet gaat verkrachten man, want ik heb een mooi Katholiek boekje over de theologie van Paulus, dat ik koester, en reken er maar op dat ik je bevindingen scrupuleus naast de meetlat leg.

  7. Wat moet men doen om gered te worden heel eenvoudig. Geloven dat Jezus voor je aan het kruis is gestorven en bidden voor vergeving en de verkeerde dingen in het leven voor het altaar.
    Godszegen.
    Here God, U ziet alles in mij, U kent mij helemaal zoals ik ben. Psalm 139:1

    Een fijne dag

  8. Harco,
    Ik zal op mijn eigen blog t.z.t. proberen een aantal gedachten nader uit te werken. Maar Jezus leefde onder de wet. Er was toen nog geen nieuwe openbaring. De OT-wet was uitsluitend bedoeld voor het Joodse volk. Wij leven inderdaad onder de voorwaarden van het nieuwe verbond in Zijn bloed. Dat is dus per definitie pas van kracht ná Golgotha. De wet is heilig en goed, dat moet ik inderdaad met je eens zijn, maar waar leidt het toe de wet te willen volbrengen? Tot frustratie en veroordeling. Beter te leren leven door de Geest. Al was het alleen maar omdat het de Geest is die ons heidenen is gegeven en NIET de wet. Of ben jij soms van Joodschen bloed? Nou ja, om alles heel zorgvuldig te beschrijven vraagt wel meer dan een blogje. Weet jij misschien een goed boek waarin dit betrouwbaar wordt uitgelegd?. W.s. niet uitgegeven bij KOK Kampen. Bij Ark Media misschien. 🙂

  9. @Instantypo Ik ben het bijna met je eens. Ik zou zeker geen wig willen drijven tussen Jezus en de apostelen. Maar als jij zegt dat alles voor de hemelvaart geopenbaard is dan heb ik daar een groot vraagteken bij.

    Wat in Joh. 16:12 en 13 staat moeten we namelijk wel serieus nemen. Jezus heeft niet alles geopenbaard. Er is een aanvullende openbaring geweest die de apostelen van de heilige Geest hebben gekregen. Een aanvullende openbaring aangaande Jezus zelf: “hij zal het uit het mijne nemen en het u verkondigen”. Ik zie die aanvullende openbaring niet eens zozeer als nieuwe informatie. Maar wel als een nieuw verstaan van Jezus vanuit de opstanding. Alle evangelien getuigen er van dat de apostelen voor de opstanding er geen sikkepit van begrepen.

    De apostelen hebben na pinksteren dus niet letterlijk de boodschap van Jezus herkauwd (ook de 4 evangelisten niet) maar naar zijn diepere bedoeling doorgegeven. Vandaar ook dat de Jezus van Johannes een duidelijk andere taal spreekt dan de 3 andere evangelisten. Het zijn niet de ipsissima verba van Jezus die op papier staan, maar de boodschap van en over Jezus, bemiddeld door apostelen die daarbij, verlicht door de heilige Geest, de diepste intentie van Jezus aan het licht brengen.

    Vandaar dat het ‘geloof alleen’, wel degelijk ook in de evangelien terecht is gekomen (Joh 3:16).

    @Paulmiller, mijn vragen aan jouw adres zijn veel groter. Jezus heeft in eigen persoon laten zien wat het leven als vervulling der wet inhoudt. Leven door de Geest van Jezus Christus is niets anders dan zelf ook leven vanuit de vervulling der wet (Rom. 8:2).
    De eis die Jezus steeds (bergrede!) stelt gaat hierom ook boven de wet uit. Het is de wet in zijn radicaalste en diepste zin. De opmerking van jou dat we de bergrede kunnen parkeren omdat het toch niet haalbaar is, komt op mij haast blasfemisch over. Of bedoel je dat anders? Dat zou ook kunnen.

    1. @Wim de Bruin
      Mijn opmerkingen komen natuurlijk uit een bepaalde koker van theologie die, toegegeven, meer uitleg vereist. Het ligt er ook aan, denk ik, wat jouw achtergrond is en hoe jij e.e.a. verstaat. Zelf wil ik er ook nog veel meer op studeren, maar de basisgedachte, die ik hier heb proberen te verwoorden, heb ik altijd vanzelfsprekend gevonden (oude aantekeningen van vroeger).

      En wat ik zeg over de bergrede? Daar heb ik redelijk op gestudeerd. Wat mij opvalt is dat iedereen ervan overtuigd is dat het van alles en nog wat met de wet te maken heeft en dat het in redelijkheid niet haalbaar is ernaar te leven. Komt dat je bekend voor? 🙂 Het evangelie is anders. “Zo is er dan nu geen veroordeling meer voor hen die in Christus Jezus zijn.” Over de wet kun je in het NT overal teksten vinden, dus ik wil hier niet gaan citeren. Je moet ook altijd lezen in de context van het betoog. Helaas heb ik er geen tijd en gelegenheid voor om dat nu allemaal in detail te gaan uitzoeken. Als jij inspiratie put uit de bergrede voor een goed leven, dan lijkt me dat prima. Maar wil jij gaan leven uit de vervulling der wet? Ik snap niet eens wat je er mee bedoelt.

  10. Zo… waar zal ik beginnen? Bedankt voor jullie comments – het gaat me vast niet lukken om alles aan elkaar te knopen c.q. te ontvlechten, maar ik waardeer jullie reacties en zal proberen mijn blogpost toe te lichten.

    Jezus brengt het volle evangelie – het Goede Nieuws – daar is helemaal geen discussie over. Vergeet niet dat ik schrijf naar aanleiding van het boek van Rob Bell (hebben jullie dat al gelezen?) en daar worden een aantal voorbeelden gegeven van ‘redding’. Nu zal geen van jullie toch met mij van mening verschillen dat het kruis een cruciaal (jawel) verschil uitmaakt in deze opsomming. Het evangelie blijft goed nieuws, je zult mij nooit iets anders horen zeggen – voor Paulus ga ik recht staan, voor Jezus buig ik neer – maar Jezus laat geen geweldige evangelisatiemogelijkheid passeren (zoals Rob Bell plagend schrijft) als Hij de rijke jongeling niet vertelt over redding door dood en opstanding. De rijke jongeling moest – als elke vrome jood – leven volgens de Wet en Jezus bevestigt dat.

    Als Nicodemus – een leraar van de Wet – ’s nachts met Jezus in gesprek gaat, gaat Jezus in op het geestelijke karakter van wedergeboorte. En dat was voor deze man iets nieuws. In dat gesprek met Nicodemus wijst Jezus vooruit naar het kruis, dat verzin ik niet, Rob @instantypo – het staat er gewoon, direct voorafgaand aan de meest bekende bijbeltekst ter wereld: “De Mensenzoon moet hoog verheven worden, zoals Mozes in de woestijn de slang omhooggeheven heeft, opdat iedereen die gelooft, in hem eeuwig leven heeft.” Dus ja, Jezus wijst vooruit naar de redding die er aan staat te komen. Ik zeg hier gewoon wat Jezus zegt – daar zal je toch geen probleem mee hebben, hoop ik…

    De boodschap van redding is na kruis en opstanding anders. Jezus heeft Gods geboden perfect nageleefd – als jood! – en Hij doet er niets aan af. Hij heeft de Wet vervuld (vervolmaakt – zie ook de Bergrede – er staat geschreven, maar Ik zeg u… – de lat wordt alleen maar hoger gelegd), maar de tijd van de wet als tuchtmeester is na Jezus’ dood en opstanding VOORBIJ @harcoploegman – er is een Nieuw Verbond en inderdaad, daar spreekt Jezus over (je kunt er ook al over lezen in Jeremia 31 vanaf vers 31, by the way).

    Het kruis van Christus is een scharnierpunt in de heilsgeschiedenis – Jezus breekt de scheidsmuur af. Zie Efeziërs 2 waar sprake is van Gods toorn waarvan wij inderdaad gered moeten worden; er is namelijk sprake van een natuurlijke zondige staat die Gods toorn opwekt en van vijandschap tussen God en mens die in en door Christus verzoend is. Wat is het probleem hiermee, Rob @instantypo ?

    Hoe zit het dan met genade en goede daden? Daar geeft Paulus glashelder antwoord op in datzelfde gedeelte en daar sluit mijn uitleg m.i. eenvoudig op aan. De genade van God is onze redding, wanneer wij deze gelovig aanvaarden. Maar de redding vindt niet plaats op basis van goede werken, daar kan niemand zich op laten voorstaan, maar op basis van genade en geloof. Goede werken komen daar als vruchten uit voort, en ook die zijn door God voorbereid (opnieuw: genade). Lees maar mee Ef. 2:9,10:

    Door zijn genade bent u nu immers gered, dankzij uw geloof. Maar dat dankt u niet aan uzelf; het is een geschenk van God en geen gevolg van uw daden, dus niemand kan zich erop laten voorstaan. Want hij heeft ons gemaakt tot wat wij nu zijn: in Christus Jezus geschapen om de weg te gaan van de goede daden die God heeft voorbereid.

    Rob, als ik schrijf: “De antwoorden die Jezus geeft hebben meestal betrekking op het gered worden in de periode vóór kruis en opstanding – vallend onder het oude verbond.” – zie dan het woord MEESTAL niet over het hoofd en bedenk in welke context ik dit zeg. Het gaat om de voorbeelden die Rob Bell geeft (veel daarvan heb ik opgesomd) en waarbij Jezus antwoordt op basis van de geldende Wet. Het is niet zo dat die antwoorden ineens (in mijn ogen) niet goed meer zijn, er is alleen onder het nieuwe verbond – sinds dood en opstanding van Christus – een andere tijd aangebroken.

  11. 7 misverstanden over ‘evangelisch universalisme’
    Over zorgen en vragen geuit op de avond over Rob Bell – Love Wins in Utrecht.

    Op 29 juni jl. heeft Roots (van Blooming People) samen met JOP en Ark media een avond georganiseerd over het veel besproken boek ‘Love Wins’ van auteur Rob Bell. Wim Hoogendijk gaf een heldere samenvatting en analyse, waarna een zeer open gesprek tussen de aanwezigen volgde. Wim is een bekend spreker en specialist op het gebied van wat hij zelf noemt ‘evangelisch universalisme’; een opkomende beweging die wijst op het Bijbels onderricht dat oordeel nooit het laatste woord heeft. “Het laatste woord is aan God die in Jezus allen met Zichzelf verzoent”, aldus Wim.
    Met de term ‘evangelisch universalisme’ probeert Wim recht te doen aan Rob Bell die zichzelf geen ‘universalist’ wil noemen in de zin van wat we in Nederland met ‘alverzoening’ bestempelen. De term ‘alverzoening’ roept ook in Nederland allerlei onderbuik-gevoelens en vaak sterke afwijzing op. Het wordt beschouwd als een ‘ketterij’ en harde taal is vaak het gevolg.

    Wim schetste een helder beeld van het Bijbels denken van Rob Bell en zijn perspectief op hemel, hel en het lot van ieder mens dat ooit voet op deze aarde zette. Wat volgde was een vruchtbare discussie waarin al snel bekende ‘zorgen’ en ‘vragen’ naar voren kwamen, die al snel een grote rol spelen in elk debat over dit onderwerp. Zeven daarvan wil ik graag hieronder op een rijtje zetten.

    Definitie
    De beste start is een korte, heldere definitie van ‘evangelisch universalisme’. Evangelische universalisten zijn (meestal) orthodoxe, christo-centrische, bijbelgetrouwe, missionaire christenen. Dat maakt hen evangelisch. Wat hen universalisten maakt, is de overtuiging dat God onvoorwaardelijk van elk afzonderlijk mens houdt, hem of haar wil redden, Christus heeft gezonden om hem of haar te verzoenen met Zichzelf, en dat doel ook met iedere nakomeling van Adam en Eva zal bereiken.
    In een notendop; evangelisch universalisme is het perspectief dat, uiteindelijk, God alle mensen, levenden en doden, in Jezus met Zichzelf verzoent. God verzoent het al door Zijn zoon, ontleend aan Kolossenzen 1 : 19-20;
    “Want het is des Vaders welbehagen geweest, dat in Hem al de volheid wonen zou; En dat Hij, door Hem vrede gemaakt hebbende door het bloed Zijns kruises, door Hem, zeg ik, alle dingen verzoenen zou tot Zichzelven, hetzij de dingen, die op de aarde, hetzij de dingen die in de hemelen zijn.”

    Misverstand 1 : evangelisch universalisten geloven niet in de hel
    In Amerika is al veel ophef geweest over Rob Bell, de invloedrijke predikant van de Mars Hill Bible Church in Grand Rapids, naar aanleiding van zijn nieuwe boek “Love Wins”. De grootste kritiek was dat hij niet zou geloven in de hel.
    Enkele voorbeelden: ‘Rob Bell . . . denies the reality of hell’ en ‘To Hell with No Hell. To Hell with what’s being sold by Rob Bell.’
    Het rijmt leuk, maar het is te plat en te simpel.
    Historisch gezien* geloofden alle christelijke universalisten, vanaf kerkvader Origenes tot vandaag de dag Rob Bell, in de hel. Het punt is namelijk niet het wel of niet bestaan van een hel, maar de aard van die hel. Is de hel een plaats van altijddurende, bewuste pijniging? Of een plek van volkomen vernietiging (annihilatie)? Is de hel het laatste woord voor de onboetvaardige of is er hoop voorbij de hel? Is de hel altijddurend, een doel op zichzelf, of hééft het een doel en stopt de hel als het doel is bereikt?
    De meeste evangelische universalisten geloven dat de hel niet simpelweg een altijddurende vergeldende straf is, maar een – weliswaar zeer pijnlijke – opvoedende rechtzetting waardoor mensen uiteindelijk tot hun liefdevolle bestemming gebracht worden. De hel is onderdeel van Gods plan en werkt mede ten goede voor Zijn ultieme doel: God alles in allen.

    *voor een goed historisch overzicht van bekende universalistische theologen zie “All Shall Be Well”: Explorations in Universal Salvation and Christian Theology, from Origen to Moltmann.

    Misverstand 2: evangelische universalisten geloven niet wat er in de Bijbel staat
    ‘Het staat er toch gewoon: sommige/vele/ de meeste mensen gaan voor eeuwig verloren!’.
    Een veel voorkomend sentiment is dat evangelische universalisten ‘vrijzinnig’ zouden zijn, omdat ze ‘duidelijke Bijbelse waarheden’ ontkennen.
    Zijn universalisten wél bijbelgetrouw? Ja.
    De vraag voor een bijbelgetrouw christen is namelijk niet of je de Bijbel gelooft, maar hoe je de Bijbel interpreteert.
    De kern is dit: er zijn Bijbelteksten die het universalistisch perspectief ronduit lijken te bevestigen (zoals Romeinen 5: 18, 1 Corinthiërs 15: 22, Colossenzen 1: 20, Filippenzen 2: 11), maar er zijn andere Bijbelteksten die het juist ronduit lijken tegen te spreken (zoals Mattheus 25: 45, 2 Thessalonicenzen 1:6-9, Openbaring 14: 11; 20:10-15).
    Bijbelgetrouw zijn, betekent dat je trouw wilt blijven aan beide reeksen van teksten en niet de een tegen de andere reeks wegstreept. Maar hoe doe je dat? Neem je daarbij de ‘hel-teksten’ als uitgangspunt en herinterpreteer je de universalistische teksten in dat kader? Dat is de traditionele weg, die de meeste christenen hebben geleerd te nemen. Of neem je de universalistische passages als uitgangspunt en herinterpreteer je de hel-teksten in dat kader? Dat is wat universalisten doen en m.i. even ‘rechtsgeldig’.
    Óf je zegt beide reeksen van Bijbels onderwijs te geloven en ‘de spanning’ te willen laten staan. Dat kan op diverse manieren, waarbij sommigen vaak alsnog neigen naar de traditionele visie en anderen naar universalisme (‘laten we het hopen’).
    Maar dan is er toch altijd nog de diepe vraag naar bredere Bijbelse thema’s en je bijbehorend Godsbeeld. Bijvoorbeeld het bijbels onderwijs over Gods liefde, rechtvaardigheid, straffen, de betekenis van het kruis en de opstanding, het nieuwe verbond, Israël, enz.
    In hoeverre werkt die ‘spanning’ dan door op je Godsbeeld en krijg je (ongemerkt) valse tegenstellingen? Zoals: God is liefde, maar ook rechtvaardig.
    Het gaat dus niet om het vinden van ‘bewijsteksten’ om de andere interpretatie mee om de oren te slaan, maar om welke interpretatie het beste past bij de Bijbel als geheel. En als je de rode draad in de Bijbel te pakken hebt, welk einde past daar dan het beste bij? Evangelisch universalisten geloven dat de afloop waarin God de hele schepping – het al – verzoent, beter past bij de Bijbel als geheel dan de dubbele afloop van hemel en hel. Traditioneel is men het daar niet mee eens.
    Het punt is: dit debat is niet een debat tussen bijbelgetrouwe christenen en vrijzinnigen. Het is een debat tussen bijbelgetrouwe christenen onderling over hoe je het beste Gods Woord kunt verstaan.

    Misverstand 3: evangelisch universalisten ontkennen de ernst van zonde
    ‘Universalisten maken van een liefdevolle God een zwakke, lieve God die alles toch wel door de vingers ziet’. ‘Blijkbaar hoef je het niet zo ernstig te nemen, want alles komt uiteindelijk toch wel goed’.
    ‘Zondig maar raak, want het is Gods taak om te vergeven. Toch?’.
    Bovenstaande citaten verwoorden een oeroud misverstand dat zelfs Paulus al tegenkwam (Romeinen 6: 1-2). Maar de ernst van de zonde is natuurlijk nauwelijks te overschatten!
    Zonde doortrekt elk aspect van menselijk leven, het degradeert ons mens-zijn en Gods toorn erover is geheel rechtvaardig: het loon op de zonde is de dood.
    Evangelisch universalisten zullen al deze dingen bevestigen én zij zullen tegelijk geloven dat Gods Liefde, kracht en genade altijd sterker en groter zullen zijn dan de zonde. Evangelische universalisten onderbelichten niet de ernst van de zonde, maar overbelichten (als dat al kan) de genade: ” waar evenwel de zonde toenam, is de genade meer dan overvloedig geworden” (Rom. 5:20)

    Misverstand 4: evangelische universalisten geloven in Gods liefde, maar vergeten zijn rechtvaardigheid en toorn
    Christenen met een universalistisch perspectief hechten zeer aan Gods heiligheid, Zijn rechtvaardigheid en zelfs Zijn oordelen. Al deze zaken komen namelijk voort uit Gods wezen: Liefde.
    God is één in wezen en er zijn geen innerlijk tegenstrijdige kanten bij Hem in de zin van: aan de ene kant is Hij liefdevol (bijvoorbeeld: in het redden van zondaren), maar aan de andere kant is Hij rechtvaardig en toornt Hij (bijvoorbeeld: de hel).
    Nee, zij beschouwen alle daden van God als voortvloeiend uit Zijn heilige Liefde. Alles wat God doet is heilig, rechtvaardig en liefdevol; dat ligt allemaal op één lijn met elkaar.
    Dus, wat de hel dan ook mag zijn, het is in ieder geval verenigbaar met zowel Zijn rechtvaardigheid als Zijn liefde en ligt op diezelfde lijn. Dat betekent dat de hel op de een of andere manier een liefdevol doel dient, het komt immers voort uit Zijn wezen: Liefde.
    Evangelisch universalisten zien het als een groot gevaar dat traditionele visies op de hel weliswaar hoog opgeven van Gods rechtvaardigheid en toorn, maar onverenigbaar zijn met Zijn wezen: Liefde. En in het verlengde daarvan bestaat het gevaar dat God twee gezichten wordt geven: liefde voor wie Hem liefhebben, haat voor wie Hem haten.

    Misverstand 5: evangelisch universalisten denken dat alle wegen tot God leiden
    ‘Het maakt dus niet uit wat je gelooft. Moslim, Hindoe of Boeddhist, je komt er allemaal.’ Soms gaat men in dit misverstand zelfs zo ver dat een ontkenning van een altijddurende verlorenheid ‘blijkbaar’ een ontkrachting van Jezus’ offer inhoudt. ‘Waarom moest Jezus dan sterven, als toch iedereen uiteindelijk gered wordt?’
    Dit misverstand is meestal de reden dat christenen met een universalistisch perspectief zich bij voorkeur geen ‘alverzoeners’ noemen (of in de Engelstalige wereld van Rob Bell zich geen ‘universalist’ noemen). Alverzoening wordt vaak geassocieerd met de ketterij van het pluralisme; de overtuiging dat er vele wegen tot God leiden en dat Jezus slechts één van die vele wegen is. Maar evangelisch universalisten ontkennen alverzoening in die zin. Zij zijn overtuigd van het feit dat Jezus de enige weg is tot behoud, sterker nog, dat juist door Jezus alleen allen behouden worden. Hij heeft immers de losprijs voor allen betaald!

    Misverstand 6: evangelisch universalisme maakt evangelisatie overbodig
    Dit misverstand kwam tijdens de avond in Utrecht meerdere malen terug. Enkele aanwezigen snapten de redenering erachter juist helemaal niet. Zoals woutnieuwenhuis tweette: “Als iedereen in de hemel komt, waarom dan nog christen willen zijn?’ Maffe vraag. Dit maakt juist dat ik die rabbi wil volgen!”.
    Andries Knevel, bekend voorman van de EO, zij eens: “Kun je met ‘de hel’ omgaan? Ik denk in toenemende mate, van niet. Onlangs zei iemand me: er zijn drie mogelijkheden, of je gelooft in de hel en dat betekent dat je permanent psychiatrisch moet worden opgenomen, want de gedachte dat familieleden daar naartoe gaan is een niet te verdragen gedachte; of je gelooft in de hel en je hebt je baan opgegeven om dag en nacht langs de huizen te gaan om de mensen te waarschuwen; of je gelooft in de hel, maar omdat de eerste twee dingen bij jou niet plaatsvinden, geloof je er diep in je hart niet in. Ik heb mijn baan niet opgegeven en ben niet psychiatrisch opgenomen. Kan ik dus leven met de afschuwelijke werkelijkheid van de permanente marteling van vrienden, bekenden en familieleden, en dat ook nog voor altijd? Nee, dat kan ik niet meer, en ik vraag me af hoe ik dat ooit heb gekund.”
    In deze uitspraak zie je een zeer geaccepteerde motivatie om te evangeliseren; als je gelooft in de hel, is er eigenlijk maar 1 goede mogelijkheid: “je baan opgeven en dag en nacht langs de huizen gaan om de mensen te waarschuwen”.
    Dus omgekeerd redeneren mensen: als je gelooft dat God toch uiteindelijk iedereen redt, waarom zou je dan nog al die moeite doen om te evangeliseren?
    Maakt het universalistisch perspectief dus evangelisatie overbodig? Juist niet! Er zijn veel redenen om missionair te zijn en te evangeliseren, niet in het minst omdat “de liefde van Christus ons dringt, daar wij tot het inzicht gekomen zijn, dat een voor allen gestorven is.”( 2 Kor 5:14). Evangelisch universalisten putten een enorme vreugde uit hun verstrekkende interpretatie van dit feit en zullen dit zeker willen verkondigen!
    Angst voor de hel is niet de enige, en wellicht zelfs niet de beste, motivatie voor evangelisatie. Maar ook evangelisch universalisten vrezen de hel. Immers, ze zien de hel weliswaar niet als het ´hopeloze einde voor de onboetvaardigen´, maar het is zeker een vreselijk iets, dat vermeden moet worden als het ook maar enigszins kan.
    Historisch gezien hebben universalisten ook flink werk gemaakt van evangelisatie. In de woorden van de achttiende-eeuwse baptist en universalist, Elhanan Winchester, die zelf veel evangeliseerde en op latere leeftijd zeer goede vrienden was met John Wesley (Elhanan schreef een preek over John’s dood): ‘There is no business or labour to which men are called, so important, so arduous, so difficult, and that requires such wisdom to perform it [as that of the soul-winner]. The amazing worth of winning souls, makes the labour so exceeding important, and of such infinite concern’ (sermon on the death of John Wesley, 1791).

    Misverstand 7: evangelisch universalisme ondermijnt de heiliging
    ‘Evangelisch universalisme betekent dat je kan zondigen wat je wil, want… er is geen ultieme consequentie, er is geen hel.’
    Veel christenen in met name de 17de, 18de en 19de eeuw waren hier met name om bezorgd en je hoort het nog wel in de wat zwaardere christelijke hoek: de angst voor de hel houdt mensen af van (al te veel) zondigen en als die angst afneemt dan gaat het hek van de dam. Dus, zo vreesden zij, zou universalisme het nastreven van volkomen heiliging ondermijnen.
    Maar de angst voor straf is niet de enige, en wellicht zelfs een contraproductieve, reden om te proberen niet te zondigen. Zelfs als dat wél zo was, dan nog zou ook voor universalisten die reden gelden, zoals ook de dreiging van de hel voor universalisten een ernst is. Veel belangrijker voor heiliging –zelfs dé reden voor een oprecht heilig leven- is de positieve motivatie geïnspireerd door de liefde van God. Immers, “Er is in de liefde geen vrees, maar de volmaakte liefde drijft de vrees uit, want vrees houdt verband met straf en wie vreest is niet volmaakt in de liefde.” (1 Joh 4:18)
    Het is, in analogie, bijvoorbeeld onzinnig om als volgt te redeneren: ‘Ik weet dat mijn vrouw onvoorwaardelijk van mij houdt en dus kan ik haar pijn doen en haar ontrouw zijn’. Wie dit zegt, begrijpt immers niets van wat liefde is.
    Waarom zou dan een evangelisch universalist, die Gods werkelijk onvoorwaardelijke liefde denkt te verstaan, wél op een dergelijke manier redeneren?
    Integendeel, wij hebben lief omdat God ons eerst heeft liefgehad (1 Joh 4:19).

    Tot slot
    Het is van groot belang dat dit debat over evangelisch universalisme wordt gevoerd. Niet vanwege die ene auteur, of enkele predikers die in ons land dit perspectief verkondigen, maar omdat evangelisch universalisme veel sterker in de bijbels-joodse wortels van ons christendom verweven is, dan menigeen zich realiseert.
    Wie meer wil weten, horen en hierover wil studeren in Gods Woord is welkom bij In Perspectief; zie http://www.inperspectief.com
    Ik hoop op gezegende gesprekken tot eer van Zijn naam.

    Als broeder verbonden,
    Peter Hoogendijk

    1. Bedankt, Peter! Ik moet je tekst nog rustig doorlezen (zit nu op m’n werk) maar laat hier alvast weten dat Ark Media niet de organisatie van deze bijeenkomst op zich genomen heeft. Ik werk daar wel als uitgever, maar dit was een spontaan initiatief waar ik als blogger en tweep enthousiast voor was. Just so you know.

    2. Dank, Peter. Ik heb je comment even diagonaal gelezen (ik zit zoals gezegd in werktijd) en ben van mening dat wat je schrijft meer ruimte en aandacht verdient dan hier geboden wordt. Zal ik jouw comment opwaarderen tot afzonderlijke blogpost (gastblog) zodat mensen de gelegenheid hebben daar afzonderlijk op te reageren?
      Ik vraag mijn bloglezers ‘hun kruit droog te houden’ en hun reacties dus te bewaren voor die afzonderlijk gastblog. Is dat oké, Peter? Ik plaats je tekst dan dit weekend.

  12. @Paulmiller
    In de bergrede gaat het om leven als kind van het koninkrijk van God (5:3) en als kind van God (5:9). Twee dingen die je ook aan zou kunnen duiden als ‘kind van het nieuwe verbond’. Vandaar dat we juist in de bergrede leren bidden als een kind (onze Vader) en radicale onbezorgdheid ons deel wordt.
    Het nieuwe verbond zie ik als de vervulling van het oude. In het nieuwe verbond wordt de diepere intentie van het oude verbond aan het licht gebracht. Zo brengt Jezus in de bergrede de diepere intentie van de wet van Mozes aan het licht. Het gaat niet meer om wetsvervulling als zodanig, maar om leven volgens de diepste intentie van de wet –> radicale liefde voor God en de naaste. Jezus zelf heeft volgens de bergrede geleefd. De heilige Geest is de Geest van Jezus en wil ons ook op die manier leren leven.
    In de gereformeerde theologie (mijn herkomst) wordt de bergrede wel aangeduid als ‘grondwet van het koninkrijk’.

    Ik heb me bij mijn studie naar de bergrede laten inspireren door John Stott “de boodschap van de bergrede/ eenchristelijke tegencultuur”.

    J.I. Packer noemt in “knowing God” de bergrede ook wel een gezinscode. Hij ziet het als aanschouwelijk onderwijs dat ouders aan hun kinderen meegeven. Het gaat bij de voorbeelden die JEzus noemt dus niet exact om die geboden, maar meer om een manier van denken en leven (liefde) die hij aan de hand van voorbeelden (2 hemden bv) duidelijk wil maken.

    Verdere inspiratiebron is Herman Ridderbos “de komst van het koninkrijk” en Bonhoeffer: “nachfolge”.

    Geen van die schrijvers trekt de conclusie dat we doordat Jezus voor ons gestorven is de bergrede naast ons neer mogen leggen.

    De bergrede is te doen: niet voor iedereen, dat zou onze totale zondigheid ontkennen. Maar voor mensen die kind van de Vader zijn geworden en die leven door de Geest is het niet onmogelijk.

    Hoe zie jij dan de bergrede. Als een hoop geboden die Jezus geeft en die we vervolgens mogen ontduiken met een beroep op de Geest?

  13. Laat ik mijn opmerkingen besluiten met de opmerking dat ik je zienswijze globaal best wel onderschrijven kan, maar we begonnen met het verschil tussen oude en nieuwe verbond. Waar past de bergrede dan bij? John Stott heb ik gelezen, maar ik sta wel kritisch tegenover gereformeerde theologie. Daarvoor ben ik per definitie te veel Arminiaan. Maar goed, ik wil alleen maar zeggen dat mijn focus niet per se op de bergrede is, ook al is het een mooie redevoering. Ik denk dat gereformeerden liever wetten en regels zien, dan een leven door de Heilige Geest. En waarom denk jij dat de Geest ons niet in alle waarheid zou leiden? De tegenstelling die je suggereert zie ik niet.

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s