Faillissement Inspirit Media teken aan de wand

Moeilijk om – een dag na de bekendmaking van faillissementsaanvraag – hier iets over Inspirit Media te schrijven. Maar ik voel dat het moet. Om te beginnen omdat ik de collega’s in Zwolle wil laten weten dat ik het heel zuur vind dat hun organisatie in deze situatie is beland en dat zoveel mensen – naar het zich laat aanzien – hun baan zullen kwijtraken. Er is weliswaar sprake van een doorstart en van overname van medewerkers en activiteiten, maar het is nog maar te bezien wat daar in praktijk van terechtkomt.

Spijtig

Voor mij is het menselijke aspect het moeilijkst te verteren. Een aantal gemotiveerde, hooggekwalificeerde uitgeefcollega’s staat nu aan de kant. Dat is in een tijd met ongunstige marktomstandigheden voor werkzoekenden heel slecht nieuws. Daarnaast is Nederland in één klap een aantal christelijke tijdschriften kwijt als het de curator niet lukt om deze (met medewerkers!) elders onder te brengen. Als CV.Koers-abonnee zou ik het echt heel spijtig vinden wanneer dit blad niet uit het faillissement gered kan worden. Het is te vroeg om vergaande conclusies te trekken, maar ik denk als uitgever in de christelijke mediabranche en als informatieconsument natuurlijk wel na over wat er gaande is. Een voorzichtige poging om wat conclusies te trekken…

Goede verhoudingen

Het Nederlands Dagblad heeft snel haar werk gedaan en komt vandaag met een achtergrondartikel bij het faillissement van Inspirit Media. Gisteren las ik een reactie van iemand die vond dat het niet kies is om nu al iets te zeggen of te schrijven over de situatie, maar daar ben ik het absoluut niet mee eens. Natuurlijk is dit het moment om te laten weten dat er wordt meegeleefd met de werknemers van Inspirit Media en ik weet dat de verhoudingen tussen mediabedrijven in onze branche goed zijn en dat we allemaal meeleven met onze collega’s in Zwolle. Maar dit is zeker ook een moment van bezinning. We moeten ons afvragen waar het mis is gegaan bij Inspirit Media en welke lessen er op korte en lange termijn getrokken moeten worden.

Sombere conclusie

Het faillissement van Inspirit Media staat helaas niet op zich. Dat is de eerste sombere conclusie die we moeten trekken. Recent viel de grootste christelijke muziekuitgever van ons taalgebied om (GMI) en insiders weten dat er op meer plaatsen in de markt hard gewerkt moet worden om uit de gevarenzone te blijven. De journalisten van het ND doen daar niet geheimzinnig over en vertellen eerlijk wat er in de markt speelt wanneer zij vandaag melden: “Inspirit Media is niet de enige christelijke uitgever die in zwaar weer verkeert: ook andere nieuwsorganisaties en boekenuitgevers hebben het zwaar. Zo kampt het Friesch Dagblad al jaren met een moeilijke financiële positie en heeft ook het Nederlands Dagblad een zwaar jaar achter de rug en moest de redactie inkrimpen.”

Op zoek naar het juiste evenwicht

Ik denk dat het onder ogen zien van de werkelijkheid advies nummer 1 is voor managers van bedrijven die door een moeilijke periode gaan. Elke ondernemer leeft uit geloof – hoe gek dit misschien ook klinkt. Een bedrijf kan niet alleen gerund worden door zorgvuldige boekhouders, er zullen mensen moeten zijn die risico’s durven te nemen, visionaire en creatieve personen die kansen zien en sprongen durven te wagen. En daar dreigt direct het grote gevaar: de ondernemende en calculerende mensen moeten elkaar in evenwicht houden, anders slaat de boot om.

Te grote risico’s

Als ik eerlijk kijk naar de recente geschiedenis van EB / Inspirit Media dan moet ik concluderen dat er te grote risico’s zijn genomen op de bladenmarkt en dat er te veel energie en geld gestoken is in nieuwe, risicovolle uitgeefprojecten. Ook dit is een balans: hoeveel investeer je in bestaande producten en welk deel van je vermogen kun je veilig gebruiken voor de ontwikkeling van nieuwe markten en uitgaven? Het lijkt erop dat dit evenwicht uit het oog verloren is en dat is de leiding / het bestuur van de organisatie aan te rekenen. De financiële malaise is zeker voor een belangrijk deel te verklaren door te wijzen naar teruglopende abonnementen en verminderde advertentie-inkomsten, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat er ook te zwaar is ingezet op nieuwe initiatieven en dat er in financieel en beleidsmatig opzicht te grote risico’s zijn genomen. Verder weet iedereen dat er de laatste jaren een voortdurende stroom van berichten naar buiten is gekomen over managementproblemen en pijnlijke arbeidsconflicten. De naamsverandering (EB Media – Inspirit Media) blijkt achteraf vooral een cosmetische ingreep te zijn geweest, de val van de organisatie bleek niet te stuiten en wie zijn ogen en oren openhield kon zelf concluderen dat de situatie zorgwekkend bleef.

Veranderende marktomstandigheden

“Wie meent te staan, zie toe, dat hij niet valle” is een bijbelse waarschuwing die ook van toepassing lijkt te zijn op bedrijven in de christelijke mediamarkt. Die markt is namelijk klein en relatief kwetsbaar omdat diverse negatieve ontwikkelingen ons parten spelen. Om te beginnen is er sprake van een verdringingsmarkt met veel spelers in een beperkte ruimte. Wanneer ik naar de landen om ons heen kijk, dan zijn we in het Nederlandse taalgebied gezegend met een groot aantal christelijke uitgevers en producenten. Dat heeft te maken met ons bevolkingsaantal en onze koopkracht (qua oppervlakte mag Nederland klein zijn, qua populatie en economische kracht zijn we dat niet), maar ook de traditie van verzuiling en ‘autonomie in eigen kring’ speelt mee. Kijk bijvoorbeeld naar politieke partijen, omroepen en onderwijsinstellingen – de zuilen brokkelen steeds verder af en die ontwikkeling zet zich ook door binnen christelijk Nederland. Je kunt je overlevingskansen proberen te vergroten door je duidelijk te blijven profileren (uitgesproken EO, bijvoorbeeld) of door samenwerkingsvormen aan te gaan met partners die complementair zijn. Ook kun je ervoor kiezen om je duidelijke profiel steeds meer los te laten en op te gaan in de algemene markt. Het probleem is echter dat die markt net zo goed turbulent en ongewis is, kijk maar naar de recente sombere berichten over seculiere uitgeefbedrijven.

Wat is er aan de hand?

Op bedrijfsniveau kunnen er ongetwijfeld veel meer – verdergaande – conclusie getrokken worden als er met deskundigheid gekeken wordt naar de faillissementen van GMI en Inspirit Media. Ik waag me daar niet aan met de beperkte kennis die ik heb. Maar ik voel me wel gedwongen na te denken en lessen te trekken. En wat mij dan het eerst opvalt is dat de digitale revolutie onstuitbaar doorzet, of we dat nu leuk vinden of niet. De muziekwereld heeft die vloedgolf al veel eerder aan zien komen en werd er desondanks keihard door getroffen. Maar ook als je die dreiging in een vroeg stadium waarneemt kan het te laat zijn om de bakens te verzetten. Het vergt namelijk heel veel van een organisatie om succesvol over te schakelen op nieuwe markten, producten, distributiemethodes en verdienmodellen. Soms word je gewoon door de stroom meegevoerd en kun je alleen proberen het hoofd boven water te houden. Ik vrees dat dit binnen onze branche vooral geldt voor hardwerkende boekhandelaren die maar heel weinig invloed kunnen uitoefenen op marktbewegingen. Hun situatie is in zekere zin te vergelijken met andere middenstanders die in het verleden werden gepasseerd door supermarkten. Je ziet het gebeuren, maar er is weinig tegen te ondernemen. Letterlijk.

Geen illusies

Het lijkt erop dat na de muziekwereld nu de kranten en tijdschriften de gevolgen van de digitale revolutie gaan ondervinden. Maar ook de omroepen, want in het nieuwe medialandschap hebben zij hun monopolieposities allang verloren en het aanbod is door de komst van digitale televisie en internet enorm geworden. Mensen doen andere dingen dan kranten lezen en televisiekijken. Ook het toenemende gebruik van sociale media moet effect hebben op de tijd die resteert om geïnformeerd of vermaakt te worden. En ik maak me geen illusies, ook de boekenuitgevers voelen de pijn en moeten de bakens verzetten om op langere termijn bestaansrecht te behouden. Een keiharde wetmatigheid in de markt is deze: wie geen waarde toevoegt verliest vroeg of laat zijn positie als schakel tussen vraag en aanbod. We moeten allemaal goed ‘op de zaak’ blijven passen.

Hoe nu verder?

Elke dreiging is een kans. Nieuwe media moeten niet worden ingezet als reddingsboeien voor oude media, we moeten de mogelijkheden van internet en mobiele (interactieve) media nóg meer ontdekken en omarmen. De uitdaging is dat er veel energie, tijd en geld geïnvesteerd moet worden en dat er geworsteld wordt met de verdienmodellen. Denk bij dat laatste onderwerp aan de betaalmuur van het ND die om begrijpelijke redenen is neergezet, maar die als je het mij vraagt niet succesvol kan blijven staan in het nieuwe medialandschap. Mensen hebben op internet weinig geduld, als je niet met een enkele klik binnen bent, ga je volgende keer een deurtje verder. Het probleem is dat in de gewijzigde marktomstandigheden de afnemers niet langer bereid lijken te zijn om te betalen voor informatie en ook voor auteursrechten verliest men steeds meer respect. Leuk of niet leuk, terecht of geheel ten onrechte, dit is wel waar wij mee te maken hebben. De muziekwereld heeft met iTunes een nieuw evenwicht gevonden en ondernemende artiesten maken gebruik van sociale media, communities en websites om een eigen publiek te bereiken en te bedienen. Geld verdienen doen zij tegenwoordig vooral met concerten (de kaartjes zijn allemaal duurder geworden) en merchandising. Uitgevers van print kunnen studie maken van de muziekwereld om te zien welke mogelijkheden er resteren en welke nieuwe kansen zich voordoen. Maar ook als zij goed hun huiswerk doen, blijven er gevaren. Je kunt niet onverhoeds overschakelen op digitale media (al hebben de allergrootste uitgevers dat jaren geleden al gedaan: VNU, Wolters Kluwer en Reed Elsevier) en de kans is groot dat nieuwkomers sneller en flexibeler reageren dan de traditionele uitgevers en producenten.

Strategische samenwerking

Ik kan hier niet openlijk al mijn ideeën en gedachten over deze ontwikkelingen gaan delen, maar het gesprek tussen christelijke media-organisaties is in volle gang en iedereen denkt na over de marktposities en -ontwikkelingen. Ondertussen moet er ook keihard gewerkt worden om te doen waar we traditioneel goed in zijn: nieuwe programma’s maken, boeken, kranten en tijdschriften uitgeven. Het is belangrijk dat er op brancheniveau wordt nagedacht en samengewerkt, zodat er in ons taalgebied een aantal gezonde christelijke uitgeefbedrijven overeind blijft en het christelijk geluid in de media niet verstomt. Verdergaande vormen van samenwerking liggen voor de hand. Daarbij moet m.i. niet uitsluitend gedacht worden in termen van fusies, maar wel in partnerschappen en strategische samenwerking op het gebied van nieuwe media, professionalisering van de branche, gezamenlijke promotie, verkoop en distributie. Uitgevers moeten daarbij iets blijven doen waar ook in nieuwe marktsituaties behoefte aan zal blijven: informatie verzamelen, ontsluiten, vermenigvuldigen en distribueren. Journalisten moeten vanuit hun gedrevenheid en expertise blijven duiden en toelichten, maar alle betrokkenen zullen zich moeten realiseren dat de gedrukte media steeds meer terrein zullen verliezen aan digitale communicatietechnologieën. We maken het definitieve omslagmoment mee van de analoge naar de digitale mediawereld. Dat is spannend, uitdagend en bedreigend. Voorlopig veroorzaakt het vooral veel onzekerheid en heeft het pijnlijke gevolgen voor  mensen die al heel lang enthousiast in de traditionele markten van het gedrukte woord actief zijn. Ik wens de collega’s veel wijsheid en sterkte toe in deze tijd. Onze arbeid is in geen geval vergeefs geweest en er komen nieuwe kansen.

4 gedachten over “Faillissement Inspirit Media teken aan de wand

  1. Ik wist ook via via al wel dat het rommelde, het artikeltje in het ND schokte me daarom aan de ene kant wel, maar kwam anderzijds niet als een volslagen verrassing.
    Ik hoop met jou dat CV-Koers kan blijven bestaan, en ook, wat mij betreft, als papieren tijdschrift.
    Ik haal veel informatie van internet,via mijn desktop, ik voorzie dat er een tijd komt dat ik ook veel zal lezen op andere manieren. Voor mij is het nog niet het moment om een laptop, notebook, I-pad, e-reader aan te schaffen, of nog iets anders, naast mijn desktop; ook nog geen smartphone.
    Ik voorzie dat die tijd wel zal komen, maar nu nog niet.
    Ik ben altijd blij als de post weer een CV-Koers brengt.
    Ik was, eerlijk gezegd, minder gelukkig met de combi met Aan de Hand, die er enkele maanden was: ik hoor totaal niet meer bij de doelgroep van Aan de Hand.

    Ik wens met jou allen die hier persoonlijk onder te lijden hebben ( dreiging van werkloosheid, het zien dat een belangrijk werk dat je hebt aangepakt mogelijk verdwijnt, alle goeds toe, en nieuwe mogelijkheden, en veel wijsheid.

  2. Ik opperde al gekscherend een fusie tussen het Katholiek Nieuwsblad en CV-Koers, protestanten en katholieken (nu al) bijeen. Maar dat is wel een beetje appels met peren vergelijken volgens mij. CV-Koers is natuurlijk een opinieblad en KN een nieuws… of toch? Zo kun je namen blijven noemen natuurlijk, als ware het voetballers en clubs op de spelersmarkt…

  3. Enorm jammer… Ook hier in Finland hebben de Christelijke bladen het moeilijk. Ik moet toegeven, dat ik meestal de koppen bekijk en alleen lees wat me erg interesseert.

  4. Verschrikkelijk voor al die mensen die er bij betrokken zijn..grote en kleine drama’s steken dan de kop op..laat ons hopen dat de mensen ergens anders aan de slag kunnen en niet in zo’n heksenketel terecht komen als bij Opel Antwerpen

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s