Making History – Stephen Fry > zijn we willoze acteurs in een historisch drama of bepalen we de loop van de geschiedenis zelf?

Gisteren Stephen Fry’s Making History uitgelezen. Merkwaardig om een coverontwerp te maken dat perfect aansluit bij een van de recensies, maar dat geen bal te maken heeft met het boek zelf. Een kat die een smakelijke goudvis op het oog heeft siert de cover. ‘A powerful imaginative pull that keeps the pages turning while the tea goes cold and the cat gets the goldfish’, zo omschrijft de recensent van de Independent dit boek. En dat is wel een rake formulering, moet ik zeggen.

Dit is een boek waar je al gauw te veel over zegt, met het gevaar dat je andere lezers berooft van wat clues. Maar geen spoiler alerts hier, ik verklap niets bijzonders – beloofd.
Michael Young is de hoofdpersoon van dit boek en het is me tijdens het lezen van deze dikke pil niet gelukt om daar iemand anders bij voor te stellen dan Stephen Fry zelf. Ik zie hem voor me, hoor zijn stem en heb de hele tijd het idee dat ik naar een film zit te kijken tijdens het lezen. En dat is knap, want dan lukt het je als auteur om een hele wereld tot leven te roepen in de verbeelding van je lezer.
Een paar hoofdstukken zijn geschreven in de vorm van een filmscript met aanwijzingen voor setting en invalshoek van de camera. Je kunt je voorstellen dat het hele boek op deze manier herschreven wordt om er inderdaad een speelfilm van te maken.
Door het boek heen lopen tenminste twee verhaallijnen waarin in feite de geschiedenis beschreven en herschreven wordt. In het eerste deel staat hoofdpersoon Michael Young op het punt zijn proefschrift, zijn ‘Meisterwerk’, in te leveren. Young studeert Geschiedenis in Cambridge en heeft gekozen voor een duister onderwerp: de geboorte en opkomst van Adolf Hitler. Net als Fry is Young gezegend met een rijke fantasie – te veel verbeeldingskracht voor een historicus die zich toch vooral met de wetenschappelijke interpretatie van historische gebeurtenissen en de bestudering van belangrijke personages dient bezig te houden. Maar als lezer word je door deze fantasie wel op sleeptouw genomen. Fry wisselt zijn hoofdstukken in het ‘heden’ af met beschrijvingen die uit het proefschrift van Young komen en die de lezer meenemen naar het Oostenrijkse plaatsje Brunau am Inn waar Hitler ter wereld is gekomen. De vraag die in dit boek centraal staat: wat zou er mogelijk gebeurd zijn als deze historische feiten voorkomen hadden kunnen worden?
Om deze gedachte uit te werken heeft Fry 572 bladzijden nodig, maar het is geen zware opgave om deze te lezen. Wie van de Engelse taal en Britse humor houdt kan z’n hart ophalen. En de vraag of mensen de geschiedenis maken of dat de geschiedenis bepaalde mensen voortbrengt, is een interessante.

De hoofdvraag van dit boek lijkt mij echter: zijn mensen tot het goede of kwade geneigd of worden zij door historische omstandigheden aangezet goed of kwaad te doen? En als zij goed of kwaad doen, doen zij dat dan bewust en kunnen zij de gevolgen van hun keuzes wel overzien? Het antwoord dat Fry in dit boek vindt is dat sommige mensen nu eenmaal ratten zijn en dat zij in elk denkbaar universum verschrikkelijke dingen zouden doen. Andere mensen zijn muizen, ze zijn niet tot het kwaad geneigd, maar domweg niet in staat om het kwaad een halt toe te roepen. De geschiedenis is een noodlottige samenloop van omstandigheden waarop wij, beperkte wezens, maar weinig invloed hebben.

De passage die mij – vooral door de recente gebeurtenissen in Noorwegen – het meest raakte is te vinden op de pagina’s 112 en 113:

I stared at the ceiling. ‘That man Hamilton,’ I said. ‘Remember him? In Dunblane. He walks into a primary school gymnasium with four handguns. In three minutes, fifteen five-year-olds and a teacher are dead. A human being points a gun at a child and watches the bullet explode in its skull. Picture the screams, the blood, the complete incomprehension in those children’s eyes. Yet he does it again and again and again. Aiming and pulling the trigger.’
‘I hope you aren’t bringing up that dreadful case as proof that your heart is bigger than mine, or your subject more important.’
‘No, I don’t mean that. I don’t. Really I don’t.’
‘Pup, you’re crying!’
‘It’s nothing.’

Het bloedbad van Dunblane is ook geschiedenis. Ik betrap mezelf erop dat ik denk: Dunblane, oh ja, dat was ook zo… En dat komt niet door mijn ongevoeligheid voor dramatische gebeurtenissen, maar door het ongelofelijke feit dat er sindsdien al een aantal van dergelijke waanzinnige moordpartijen op totaal onschuldigen hebben plaatsgevonden – zoals recent in Noorwegen. En ook bij deze gebeurtenissen dringen zich vragen aan ons op: wat bezielt de dader? Hoe komt het dat iemand in staat is om zo genade- en gewetenloos te handelen? Welke omstandigheden kunnen zo’n monster voortbrengen?

Er zijn omstandigheden die ervoor kunnen zorgen dat slechte mensen de meest verschrikkelijke misdaden kunnen plannen en – soms ongeremd en ongestraft – ook uitvoeren. De bereidheid om dergelijke slechte dingen te doen moet er zijn, maar de omstandigheden spelen natuurlijk ook een belangrijke rol. En dit zijn de vragen die je tijdens en na het lezen van Making History door het hoofd blijven spelen: is de geschiedenis een noodlottige serie onafwendbare gebeurtenissen? Zou je een wissel in de tijd om kunnen zetten om te voorkomen dat bepaalde historische drama’s zich voordoen of herhalen? Zijn sommige verschrikkelijke rampen ons bespaard gebleven omdat er op een bepaald moment een muis – en niet een rat – de loop van de geschiedenis bepaalde?

Tijdens mijn eigen geschiedenisopleiding stelde een leraar dat de geschiedenis onherroepelijk voorbij is. Een andere docent wees ons erop dat er voor de historicus geen feiten bestaan, maar dat alles uiteindelijk interpretatie is. Ik denk dat deze leraren vanuit menselijk perspectief gelijk hebben. Mijn vraag is of er zich dwars door de geschiedenis heen een andere, ‘boven-historische’ strijd afspeelt en of we daar bewust of onbewust aan deelnemen met alles wat we doen of laten. Mijn vraag is ook of goed en kwaad situationele, relatieve begrippen zijn of dat er werkelijk een principiële, morele keuze is die wij, sterfelijke wezens, kunnen maken tussen licht en duisternis. En als we die keuze kunnen maken, hoe vrijwillig is zo’n keuze dan? Gebeuren dingen dankzij ons of ondanks ons?

Stepen Fry komt in zijn boek uit bij liefde als de universele kracht die uiteindelijk zal overwinnen. Daar geloof ik ook in. Niet omdat ik in de wereld om mij heen daar overal bewijzen voor zie, maar omdat ik ervoor wil kiezen het goede te versterken en het kwade te bestrijden. En de vraag ‘Maakt de geschiedenis bepaalde mensen of maken bepaalde mensen de geschiedenis?’ zou ik zelf beantwoorden met: Allebei waarschijnlijk.

2 gedachten over “Making History – Stephen Fry > zijn we willoze acteurs in een historisch drama of bepalen we de loop van de geschiedenis zelf?

  1. Tsja, wellicht één van de moeilijkste vragen, waar niet zulke eenduidige en eenvoudige antwoorden op te geven zijn.
    In het algemeen gesproken, zoveel psychologie heb ik wel ‘gegeten’, kun je stellen dat je afkomst, karakter, omstandigheden, opvoeding, verwaarlozing, mishandeling en (gebrek aan) liefde, mede bepalen wie je bent of wordt.
    Maar je blijft een eigen verantwoordelijkheid houden, je hebt de keuze, telkens weer, om iets goed of fout te doen. En van je fouten kun je zelfs weer leren.
    Het blijft echter een gegeven dat van de mensen die in de ‘onderwereld’ of de gevangenis terechtkomen, het merendeel uit gebroken gezinnen afkomstig is; en ben je er eenmaal terechtgekomen, dan is de kans heel groot dat je er weer in terugkeert, de kans op recidive neemt evenredig toe. En het geweten werkt wel degelijk als een hellend vlak, van kwaad tot erger.

    Hoe diep gevallen ook, hoe gebroken, hoe verwaarloosd, hoe crimineel, er blijft altijd hoop, zolang er leven is. Indien er begeleiding en liefde en aandacht, maar ook confrontatie, regels en structuur, aangeboden worden, dan is de weg terug mogelijk.
    Als God in iemands leven binnenkomt kunnen er wel degelijk wonderen gebeuren, daarvan zijn vele getuigenissen te lezen en te horen …!

  2. Iemand die uit een slecht milieu is gestapt/ontsnapt zegt vaak dat hij/zij geluk heeft gehad. En vaak wordt dan één gebeurtenis of één persoon naar voren geschoven als beslissende factor. Dat geeft te denken. Tegelijkertijd denk ik dat ook dit weer puur de perceptie van die persoon kan zijn. Een moment later of een andere persoon had ook die invloed kunnen hebben. Boeiend en moeilijk onderwerp.

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s