Betaal de tandarts met een gedicht

Er zijn boeken en personages die in je hoofd blijven zitten – jaren nadat je ze hebt leren kennen. Philip Corvage wandelde bijvoorbeeld zo van het papier waar Simon Vestdijk hem op had vastgelegd. De lijn van het verhaal ben ik al heel lang kwijt, het is tijd om Ivoren wachters te herlezen. Dit boek moet nog ergens in de kast staan of in een doos liggen, maar dit heb ik onthouden: de hoofdpersoon had een verrot slecht gebit en dacht de tandarts te kunnen betalen met een sonnet. Toen Vestdijk dit schreef was het nog fictie. Als straks de euro valt gaat het natuurlijk echt gebeuren: bij de tandarts afrekenen met een gedicht, een dansje of een liedje. Het lijkt me leuk.

Toch nog wat geld terug

Mijn tandarts praat graag. Dat vind ik fijn, want je ligt daar toch maar in die stoel naar het plafond te staren en dan is elk beetje afleiding welkom. Toen ik nóg jonger en nóg fantasierijker was, verbeeldde ik me bij de tandarts dat ik was ontvoerd door aliens en dat die mijn gebit gingen bestuderen uit wetenschappelijke belangstelling. Vind mij maar gek, alles is beter dan zwijgend en gedachteloos in een tandartsstoel gepijnigd te worden. Zeker als je een tandarts hebt die chagrijnig is en steeds op z’n assistente zit te fitten. Maar dat was de tandarts uit mijn jeugd, niet de gezellige prater van nu, laat dat duidelijk zijn.

Ik mag de tandarts bij zijn voornaam noemen. Dat doe ik ook, zolang ik nog spreken kan, want eenmaal in de stoel kan ik meestal alleen instemmende of ontkennende hoofdbewegingen of keelgeluiden maken. Hij heeft een vorige keer verteld dat hij mijn boek had gekocht. Nou ja, dat had ik dus echt niet gedacht. Hij had er over gelezen en kocht het gewoon in de winkel. En natuurlijk weet ik dat er mensen zijn die mijn boeken kopen – gelukkig maar – alleen denk je niet dat je tandarts een van hen is. Stiekem dacht ik: kijk, dan komt er toch ook nog wat geld terug.

Uit de hand gelopen hobby

Als verrassing had ik vandaag mijn nieuwe boek meegenomen. Een cadeautje voor de tandarts – dat zal hij niet vaak meemaken. Bij binnenkomst bekijkt hij mijn boek en legt hij het lachend op de kast. ‘Ja, dat is zo. Haha. Jesus was a Fisherman’s Friend’. Ik zeg nog iets over frisse adem en gratis snoepjes – maar bedenk dat je beter niet over snoep kunt praten met een tandarts. Hij vindt het leuk dat ik een boek voor hem meegenomen heb en vertelt naderhand over zijn liefhebberij in de muziek – een uit de hand gelopen hobby. Dat is grappig, tandartsen die een hobby hebben. De tandartsen uit mijn jeugd hadden maar één passie: heel veel grote gaten boren. Die oude Chinees in de tandartsbus heeft tijdens mijn lagereschooltijd een aardig slagveld van mijn gebit gemaakt. Het zal wel nodig geweest zijn, of misschien was het in die tijd (we spreken over de late Middeleeuwen) wel het beste wat de tandheelkunde te bieden had.

De zon schijnt, dus de euro is gered

De tandarts kijkt naar buiten en stelt vast dat het mooi weer is. ‘Dat betekent dat de euro is gered’, weet hij. Al zou ik het daar niet mee eens zijn, hoe zou ik dat kenbaar kunnen maken met al die ijzerwaren en gereedschappen in mijn mond? Als ik even een adempauze krijg, vertel ik over die grappige cartoon van Fokke en Sukke die bij de bakker vragen of zij daar nog met euro’s kunnen betalen. ‘Misschien komt er een dag dat we weer zijn aangewezen op ruilhandel’, suggereer ik. ‘Dan kom ik hier niet weg met een enkel boek – ik zal dan een pallet boeken mee moeten nemen.’ Ik durf dergelijke idiote dingen bij de tandarts te zeggen, zeker als hij zojuist een logisch verband gelegd heeft tussen de stand van de economie en de actuele weersgesteldheid. Mensen die dat soort verbanden leggen zijn veilig. Daar kun je rustig bij gaan zitten om wat slap te ouwehoeren. Of laten we zeggen, vrij te associëren.

Mond vol tanden

Goed, stel het je voor. We liggen nu toch bij de tandarts in een stoel en moeten de gedachten verzetten om niet aan die vieze klomp chemische klei te denken die op de kaken aangebracht is om een goede afdruk voor een dure kroon te kunnen maken. De economie zakt in elkaar en de euro heeft een negatieve waarde gekregen. Het heeft geen zin meer om met je portemonnee te zwaaien, het geld is waardeloos geworden. Daar sta je, met je mond vol tanden. Waar ga jij nu mee betalen? Knip je de haren van de tandarts? Ruim je de tuin van de slager op? Ga je banden plakken bij de bakker of zing je een liedje op het politiebureau om die bekeuring te betalen? Ik zou er maar alvast over na gaan denken, misschien ontdek je dat je waardevolle, onbetaalbare talenten in huis hebt.

Dan dit nog…

Ik wist dus echt niet dat Wenz over een creatief ruilsysteem geschreven heeft. Dat las ik pas op Twitter via Lucas nadat ik daar alvast iets over deze blogpost prijsgegeven had. Ik ga er nog eens rustig over nadenken. Ik schrijf een liedje, jij maakt de melodie. Zoiets. Met Rob krijg ik dat wel voor elkaar, weet ik inmiddels. Misschien kunnen we ons lied nog ergens tegen ruilen? Heeft iemand straks misschien een half bruin of een potje bier over voor een gevoelig lied? Soms regent het ook buiten.

6 gedachten over “Betaal de tandarts met een gedicht

  1. In Griekenland is het al zo ver.Daar ruilen mensen dingen onderling..Jij bakt een brood voor mij en ik werk in de tuin voor u..Ik las er verleden week heel veel over..ook dat kinderen van de honger het bewustzijn verliezen op school..Waar gaat dat naar toe maar voor olympische winter of zomerspelen fortuinen uitgeven oor een stadium.Zouden wij eens niet beter gaan nadenken en eerst zorgen dat de armoede die ook welig tiert bij ons opgelost geraakt…Het gaat er hier ook niet op beteren hoor !

  2. Dat boek heeft ook indruk op mij gemaakt. Ik heb wat leesvoer nodig dus bedankt voor de tip!

    En ruilhandel is zo gek nog niet.

    Je krijgt echte waarde voor echte waarde. Natuurlijk is dit niet helemaal gelijk want van ruilen komt huien of zoiets. Natuurlijk voor 1 vd 2.

    Het wordt tijd dat geld weer geijkt wordt aan een standaard, goud was een goede.

  3. Wat een prachtig stukje proza Paul. En ook veel herkenning. 🙂
    Mijn vroegere tandarts flirte niet met z’n assistente, voor zover ik me kan herinneren dan, maar boren kon hij als de beste. Er waren perioden dat vier gaatjes per consult gewoon was. Die trend heeft zich gelukkig niet voortgezet, maar daardoor zit je nu wel eerder aan een kroon. Mijn tandarts heeft er onlangs twee aangekondigd en er fijntjes bij vermeld dat het wel gouden kronen moeten worden deze keer. En gezien de huidige hoge goudprijs, inderdaad veroorzaakt door de crisis, hoef ik daar niet blij mee te zijn. En nu maar hopen dat er komende tijd niets afbrokkelt. Maar bij deze dingen is uitstel nooit afstel, helaas.
    Maar wat die ruilhandel betreft, daar zie ik helemaal geen brood in. De gedachte sijpelt al door in christelijke kring. Waarom dat is, is mij een super groot raadsel. In tijden van nood, in kleine en overzichtelijke gemeenschappen, kan het tijdelijk een functie hebben. Maar ik denk dat misbruik en manipulatie al snel de overhand zullen krijgen. In de krant heb ik gelezen dat sexuele diensten in die situaties al heel gauw ‘im frage’ komen. Het zal leiden tot verarming en tot verloedering van omgangsvormen. Het idee van ‘voor wat hoort wat’, vind ik ook helemaal niet christelijk. Als dat de norm wordt, nou, berg je dan maar. Sorry voor deze serieuze reactie op je plesant ludieke stukje. En zeg nu niet dat mijn associaties pervers zijn. Ik heb het in een ordentelijke krant gelezen. 🙂 En last but not least. Ik kan niet knippen en geen dansjes maken. Een boek schrijven zit er ook al niet in. Heb je misschien wat tips voor de minder getalenteerden onder ons? Ik begin me echt zorgen te maken, zo onderhand…

    1. Het is inderdaad niet serieus bedoeld, meer relativerend. Het zal zo’n vaart niet lopen. Ik krijg bij ‘betalen in natura’ ook minder stichtelijke gedachten, maar dat is niet waar we met z’n alle naartoe moeten. We raken al zoveel beschaving kwijt en er worden al zoveel mensen misbruikt. We moeten leven met echte liefde en belangstelling voor mensen en geld moet een handig ruilmiddel zijn en geen doel. Daar gaat nu veel mis. Overigens schreef ik ‘fitten ‘en niet ‘flirten’ – de tandarts uit mijn jeugd deed onaardig tegen zijn assistentes en ze bleven dan ook nooit lang, als ik het mij goed herinner.
      Ieder mens heeft de wereld iets unieks te bieden. In dat opzicht is mijn stukje wel serieus bedoeld. Het is alleen jammer dat talenten zo verschillend worden gewaardeerd en beloond.

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s