Alle boodschappen aan huis – dat waren nog eens tijden…

Tijdens het avondeten raakten we aan de praat over het verdraaid handige 1-2 open dekseltje van Hak…

Dekselse uitvinding
Met een zoon aan tafel die zich bekwaamt in industrieel ontwerp is zo’n dekselse uitvinding een interessant gespreksonderwerp. Het deksel heeft een rand gekregen die onafhankelijk draait van het binnenste deel. Je kunt met betrekkelijk weinig kracht een pot appelmoes (in dit geval) opendraaien. Goed nieuws voor mensen die geen ijzeren greep in hun knuisten hebben. Een innovatie die er op het oog eenvoudig uitziet, maar hier zit veel ‘engineering achter’, weet mijn zoon. Wij zouden gewoon zeggen dat er goed over is nagedacht, maar dat is niet genoeg. Er moeten machines gemaakt worden die dit soort deksels kunnen produceren en er is een campagne nodig om zo’n ‘simpel’ idee aan de man en vrouw te brengen.

Er staan ook kartonnen pakken op de eetkamertafel. De pakken hebben een plastic dop aan de bovenkant – je hoeft deze verpakking dus niet meer als een (inmiddels) klassiek kartonnen melkpak open te vouwen (een handeling die ook niet altijd probleemloos verloopt), je draait gewoon een ronde witte dop los die je daarna ook weer keurig terug kunt schroeven. Handig en hygiënisch. (Maar niet zo goed voor het milieu… bedenk ik nu). SRV-wagen ‘Ik kom nog uit de tijd van de flessen’, vertel ik als oude man in dit gezelschap. Sterker nog, ik kan me nog herinneren dat de melkboer de melk los aan huis kwam brengen (dit maakt mij in de ogen van mijn gezinsleden nog antieker dan ik al ben). Maar het is echt zo. Vroeger kwam Kramer, onze SRV-man, met zijn kar langs de huizen. In de gang stond een witte pan met een zwarte handgreep, een wit deksel waarin ronde gaten zaten en midden op dat deksel een zwarte knop. In deze melkpan werd de melk getapt vanuit een kraantje aan de achterkant van de SRV-wagen. Als ik het vertel kan ik het bijna niet meer geloven, maar ik weet toch zeker dat het zo gebeurde. Maar al snel kwamen daarvoor de flessen in de plaats. Die waren van de Sierkan uit Haarlem. Later leerde ik van mijn Franse juf het ezelsbruggetje dat je ‘accent circonflexe’ (ook wel bekend als het dâkje) kon onthouden door te denken aan ‘accent sierkanfles’. De Sierkan was gevestigd aan de Zijlweg, hoek Leidsevaart. Rijksdaalder Ik weet ook nog dat we later schoolmelk kregen en dat je daarvoor ‘melkgeld’ mee naar school kreeg. Van dat geld kon je ook muntendrop kopen (ik weet dat ik dat zeker een keer gedaan heb). Later had je – meen ik – een melkkaart. Ik denk nog aan kleine driekantige kartonnen melkpakjes en een wat zurige lucht, geen idee of die herinnering klopt… Verder heb ik een tijdje de melkboer geholpen. Ik ging dan met hem mee op de kar om de lege flessen op te halen en in de kratten te zetten. Ik denk dat ik meer in de weg liep dan dat ik echt hielp, maar mijnheer Kramer was aardig – maakte met veel mensen even een praatje aan de deur – en gaf me aan het eind van de middag een ijsje en een rijksdaalder. Kramer zat vlak bij ons in de buurt (Sterrenbuurt, Haarlem) aan de Steenbokstraat. Daar had je ook de groentewinkel van Haasbeek en – een stuk verderop bij het Junoplantsoen – een zuivelwinkel van Schavenmaker. Is er iemand die toevallig ook nog herinneringen heeft aan deze winkels? Zou grappig zijn… Maanzaadbroodjes Maar terug naar ons gesprek aan tafel. Ik vertelde dat er een bakker aan de deur kwam (Plantinga, in een volkswagenbus met zo’n schuifdeur aan de zijkant). We zeurden hem altijd aan z’n hoofd om ‘een broodje, een broodje!’. Hij wilde er pas aan toe geven toen onze buurvrouw hem toebeet dat hij best wat aan die kinderen kon geven. Hij bewaarde steenharde maandzaadbroodjes (ik had nog nooit maanzaad gegeten…) voor ons die hij dan als een soort rijdende voedselbank uitdeelde. Niet dat we het nodig hadden, we hadden geen gebrek aan brood. Er kwam ook een groenteboer – ik denk Van de Nouwland – aan de deur. Verder werd de schillenemmer geleegd door de schillenboer die – als ik me niet vergis – nog met paard en wagen kwam in onze straat. Ook kwam er wel eens een voddenboer met een bel (‘vodde, vodde!’) en een enkele keer een scharensliep. Schoorsteenvegers en glazenwassers gingen ook langs de huizen. En in ons geval stopte er eens in de zoveel tijd een grote tankwagen voor de deur – ik geloof van de firma Bos. Een grote zwarte slang, zoals bij een tankstation, ging dan van de voordeur naar de achtertuin waar een grote olietank stond die bijgevuld kon worden. Binnen zorgde de oliehaard voor een aangename warmte. Omdat ik als kind vaak last van astma had, hing ik wel boven die haard met mijn armen op de schoorsteen. De warmte en de droge lucht vond ik aangenaam. Supermarkten en werkende vrouwen Sorry voor deze sentimentele rondleiding in mijn verleden, maar iemand moet het opschrijven. En ik ben benieuwd of jullie, lezers van dit blog, ook oud genoeg zijn om dergelijke herinneringen te hebben. Lydia vertelde aan tafel dat haar moeder het moeilijk vond om zo’n koopman aan huis te vertellen dat ze eigenlijk geen gebruik meer wilde maken van zijn diensten. De supermarkten hebben al dit soort ‘venters’ en ‘kooplieden’ van de straat verdreven. Maar ik denk dat het niet alleen aan de opkomst van supermarkten ligt, het heeft ook alles te maken met emancipatie. Huisvrouwen die overdag de boodschappen aan huis kunnen kopen zijn er niet zo veel meer. Een rijdende supermarkt kan nog steeds een goed idee zijn, maar dan ’s avonds als iedereen weer thuis is en er ‘vergeten boodschappen’ gekocht zouden kunnen worden. We hebben nu natuurlijk pizzakoeriers en Albert (wij maken er nooit gebruik van), maar verder moet je voor alles naar de winkel toe. Met één uitzondering in ons geval: wij hebben de fietsenmaker aan huis van de firma Mobike. Hartstikke handig – je hoeft nooit met een kapotte fiets naar de rijwielhandel te zeulen. Trouwens, rijwielhandels, er blijven er maar weinig over in Hoofddorp…

15 gedachten over “Alle boodschappen aan huis – dat waren nog eens tijden…

  1. Hehe. En je bent zeker weten nog maar 50? Eens bij mijn vader checken of dit allemaal wel klopt (en die is ouder…) 😉

    Wij hebben nog een poosje een groenteboer aan huis gehad, maar die was echt heel duur, dus in het kader van budget heeft mijn moeder ook dat maar weer stop gezet. Wel gezellig overigens, even een kletspraatje enzo. Bij mijn opa en oma werd één keer in het jaar de tank uit de tuin opgegraven, daar zat de afvoer van de wc aan. En dat heb ik wel eens mee gekregen… dat stonk!

  2. Ik heb vergelijkbare herinneringen.
    Bij ons kwam een melkboer aan huis, met melk in een reservoir, je kon de melk zien, achter glas. De melk ging in een melkkoker.
    Mijn moeder kookte de melk dan, om hem goed te kunnen houden: nog geen koelkast. Vooral ’s zomers was de kans dat de melk zuur werd groot; we woonden op een bovenhuis, dus ook geen kelder.

    De bakker kwam ook nog lang aan de deur.

    Verder kwam eens in de week de kruidenier langs; mijn moeder had een boekje waarin ze de boodschappen schreef die nodig waren, en die werden dan vervolgens thuisbezorgd. Hij had ook een winkel waar je naar toe kon om boodschappen te halen. Dat deden we een enkele keer als er iets was vergeten.

    Groente en vlees kochten we wel in de winkel, bij een groenteboer en een slager.

    De bakker hield er het eerst mee op, toen moesten we zelf ons brood gaan kopen in een winkel, mijn moeder vond dat echt een achteruitgang.

    Niet lang daarna verhuisden we van de stad Groningen naar Amsterdam Buitenveldert. Daar kwam een melkboer langs, en ook nog heel lang een groenteboer. En apart een kaasboer.
    Voor zover ik weet heeft die groenteboer het nog het langst volgehouden.

    In die Groninger tijd was er al een De Gruyter, met het snoepje van de week. En later nog één, ik weet niet meer welke keten, misschien Simon de Wit.

    De melk zat toen in flessen met een metalige dop, en soms ook in plastic zakken. Die plastic zakken hebben niet lang in het assortiment gezeten denk ik.
    Die metalige doppen werden bijvoorbeeld gebruikt om een lekker ratelend geluid te maken als je fietste, door ze om de spaken vast te maken.

    Ik denk dat het voor leveranciers niet meer lonend was om langs de huizen te gaan, toen er steeds minder mensen overdag thuis waren. Die groenteboer in Buitenveldert kwam denk ik aan het begin van de avond; ik weet niet of hij ook een fysieke winkel had, of misschien overdag op een markt stond met zijn waar.

  3. Tsja, ik kwam dan niet uit de grote stad maar groeide op in een klein dorpje. Bij ons hadden we de melkboer Steketé met zijn volkswagenbusje. De tijd van de melkflessen met aluminium dop. Met enige training kon je die open krijgen zonder dat er een gat in kwam. De doppen spaarden we voor de zending, die gingen naar Afrika :-). En de flessen werden, compleet met briefje nieuwe bestelling, bij de deur gezet. Afrekenen gebeurde eens in de week, geloof ik. En dan had je de eierboer. Mijn zus hielp hem met rondbrengen en kreeg dan “kneusjes” mee naar huis. 5, 7 of 8 cent per ei, afhankelijk van de grootte, een dubbeltje voor een dubbeldooier. Wij hadden de kolenboer die de gang en de keuken zwart maakte omdat het kolenhok achter de schuur stond. Later werd dat aardappelhok, we kregen een gaskachel. Piet Vis hield de straat schoon, gaf snoepjes aan de kinderen (en we noemden hem kinderlokker). De scharensliep en schoorsteenveger herinner ik me ook wel, al kwamen die niet zo vaak. De bakker kwam niet langs, maar zat midden in het dorp. En de slager op de hoek slachtte zelf, soms ontsnapte er wel eens een stier. Dorp op zijn kop. De andere slager (we hadden er twee op het dorp, Wisse en Poleij) had een varkenskot bij de molen, daar konden we de varkens pesten als we uit school kwamen. Wat een stank, dat afbranden in de steeg tussen de slagerij en de winkel ernaast. Er was een hoefsmid op het dorp. Met schoolmelk deden we niet mee, dat was te duur. We kregen melk mee in tupperware bekers. Tsja, zure lucht, geen koelkast op school…

    En ik ben nog geen 50!

    1. En toen ik jaren later ging studeren, *1984 kwam ik daar weer een schillenboer tegen. En zelfs tot een paar maanden terug ging daar nog de SRV wagen langs de bejaardenhuizen. Werd gretig gebruik van gemaakt.

      Wageningen is ook maar een kleine stad.

  4. Paul, wat herkenbaar allemaal! Prachtig: accent Sierkan fles, had ik nog nooit gehoord. Bij ons kwam Theo uit de Populierstraat, met zo’n kraantje voor een halve of hele liter melk; eenmaal vertelde ik (7?) hem dat hij een lekke band had, maar dat was op 1 april. De melk moest idd gekookt worden, want we hadden eerst ook geen koelkast. Plantinga kwam ook bij ons, de schillenboer, met paard ja; de kolenboer, ook bij ons moesten de zakken naar de achterschuur. Schoolmelk, waarvan de doppen voor de zending waren, ja die komen nu ook weer bekend voor. maar ik ben dan ook 54.

  5. Vroeger werd alles aan de deur verkocht maar nu zou dat handeltje niet meer draaien omdat er ook al zoveel wekende moeders zijn en die zijn er overdag niet.Nostalgie is dit van de bovenste plank..de tijden veranderen nu nog vlugger..voor we het weten praten we tegen onze ijskast of onze wasmachines..we geven opdrachten en die worden dan uitgevoerd

  6. Wat een heerlije blog, Paul. ik ben 54 jaar en woonde in een klein gehuchtje in Groningen. Onnen….mijn familie bestond uit keuterboertjes(mijn vader was dat niet). Onze fiest stond als we naar school gingen altijd bij tante Annie die tegenover de school woonde en waar mijn moeder uit school zat met haar lege “Raak”flessen met schroefdop waar tante Annie de melk in deed. Melk rechtstreeks van de koe. Zou ik dat nu nog lusten?
    Op vrijdagochtend kwam Jan Vrieling, de kruidenier van het dorp. Hij kwam het boodschappenboekje op halen, die mijn moeder ingevuld had, en tegen de middag bracht hij de doos met boodschappen. En dat terwijl toen de SRV-kar ook al bij ons kwam. En ook daar deed mijn moeder boodschappen. Ook herinner ik mijn de petroleumman. die kwam ook eens in de zoveel tijd zijn petroleum verkopen en kwam helemaal uit Groningen, de STAD ( echt de STAD, nog steeds voor mij) . Wat leek dat ver weg, terwijl ik later op de fiets naar de STAD naar school ging. Gouden tijden…..maar of ik terug zou willen? Geen idee. Maar Paul bedankt dat ik even door jou terug gevoerd werd in de tijd.

  7. Erg leuke nostalgische blog Paul! Voor mij allemaal zeer herkenbaar, zelfs tot en met de schillenboer, de scharensliep en niet te vergeten de grote olietank in de achtertuin. Maar ik ben dan ook zelfs nog wel een stukje ouder dan jij… 😉 Het enige verschil is dat het zich niet afspeelde in Haarlem, maar in Rotterdam. (Toen was geluk heel gewoon…)
    Met heel veel plezier gelezen!
    Groet, Marja

  8. Herkenbaar weer Paul, ook bij ons kwamen ze allemaal langs. Alleen hadden wij een kolenkachel en dus een ‘kolenboer’. Die pakjes schoolmelk zijn de oorzaak van een levenslange afkeer van melk. Bevroren op de verwarming gezet, met lauwe melk vol koude klontjes tot gevolg. Blehhh.
    En dat in de tijd van Joris driepinter!
    De melkdoppen tussen de spaken -die gelukkig ook op de yoghurt zaten- ik zie het ineens weer voor me. Volgens mij waren de yoghurt doppen groen, net als de pakken nu bedenk ik mij ineens. Zou daar een marketing gedachte achter hebben gezeten?

    Laura

  9. O ja, een kolenboer, die hadden wij ook, kolenmannen die al die zakken met steenkool een paar trappen opsjouwden, naar het kolenhok – afgedekt met asbest – op het balkon.

  10. Wat een herinneringen! Omdat we samen opgroeiden en maar anderhalf jaar schelen, lopen ze goeddeels parallel met de mijne, dus ik kan ze een beetje aanvullen…

    De driehoekige melkpakjes van de schoolmelk stonken inderdaad altijd naar zure melk – waarschijnlijk gewoon omdat er regelmatig eentje lekte. Er zaten losse rietjes bij de pakjes, best modern eigenlijk. En slim, want ze konden heel compact in dozen verpakt worden. Voor die pakjes kregen we melk in glazen melkflesjes.
    Hier (http://www.jr-sr.com/fileadmin/media-archive/corporate/pressroom/Campina_op_School/Tijdbalk_Historie_Schoolmelk.pdf) kun je onder de tekst van “1958” zien hoe die er uit zagen, ik herinner ze me nog goed. De driehoekjes zie je bij 1971.

    Van de groenteboer die bij ons aan de deur kwam herinner ik me vooral zijn Volkswagenbus, een T1 pick up, precies in deze kleur groen (http://www.flickr.com/photos/kathandtheo/3963009583/). De kleppen van de laadbak hingen altijd naar beneden en op de laadvloer was een stalen frame geplaatst waarop plastic kratten schuin geplaatst waren. Ik twijfel of het Van den Nouwland was. De kinderen van die groenteboer zaten wel bij ons op de Irene Mavo en de winkel zat in de Cronjéstraat. Ik zat bij Paul van den Nouwland in de klas. Zijn oudere broer Rinus heeft de zaak destijds van hun vader overgenomen en hij is pas vorig jaar met het bedrijf gestopt, lees hier: http://www.haarlemsdagblad.nl/nieuws/regionaal/haarlemeo/article9948061.ece/Groenteboer-Van-den-Nouwland-weg-uit-Cronj%C3%A9.
    Wij kochten volgens mij geen groenten aan huis; wij gingen naar de groentewinkel van Haasbeek – en later naar de snackbar Hatro, die hij naast de groentewinkel, in zijn voormalige garage, dreef. Patat voor een dubbeltje… Als je bij hem aan de toonbank stond sprak hij je altijd aan met ‘Heertje, wat mag het zijn?’. Wat had ik een hekel aan dat ‘Heertje’!

    Melkboer Kramer had een winkel op de hoek van de Pleiadenstraat en de Steenbokstraat. Zijn vrouw stond in de winkel, hij reed de melkwijk. Hij had pas op het eind van zijn carriere een grote SRV wagen – het assortiment van de SRV was veel groter dan alleen zuivelproducten en ook zijn winkel had dus later ook een groter assortiment en heette vanaf toen ‘verswinkel’.

    Kramer kwam eerst met een driewielige Spijkstaal melkkar aan de deur. Het merk bestaat nog steeds. Hier (http://www.spijkstaal.nl/spijkstaal/over%20ons/historie) staat een stukje historie. De eerste melkkar van Kramer die ik me herinner was er precies zo eentje als in het Vlaamse filmpje te zien is waarnaar op de site verwezen wordt. Later had hij er een zoals op de foto links boven op de Spijkstaalsite zichtbaar is. Beide karren hadden een driehoekige stuurstang (in het filmpje goed te zien). Kramer kwam eens aan de deur met een sterk scheef hangende kar. Één van zijn achterbanden was lek en hij had een reservewieltje dat veel groter was dan het gewone wiel. Vandaar…

    Ik dacht tot vandaag dat De Sierkan een typisch Haarlems bedrijf was, maar ik kwam op het www dit Haagse stukje tegen: http://www.shie.nl/industrieel_erfgoed/echos_van_de_werkvloer/overzichtslijst/b_zuidwijk_de_sierkancampina

    De melkwinkel van Schavemaker op de hoek van de Steenbokstraat en het Junoplantsoen was maar honderd meter verderop. De winkel was ruimer en zag er mooier uit, met een toonbank met marmeren platen. Maar zijn melkkar was van het type dat op de hierboven genoemde Haagse Sierkan verhaal te zien is: een laadbak met een voorwiel met een ‘mechanische hond’ – een pruttelend verbrandingsmotortje. De melkwijk van Schavenmaker lag aan de andere kant van de Zaanenlaan, het Junoplantsoen werd nog door Kramer bediend. Schavemaker had een struise, volgens mij Friese, vrouw die in de winkel stond. En hij had tenminste één dochter – die was onwaarschijnlijk blond.

    De olieman die langs kwam heette Bos. Hij kwam met een grote tankwagen de straat in en rolde een dikke slang uit door het huis naar het groen geschilderde olievat dat op zijn kant in de tuin lag, op een houten onderstel. Je moest een stalen dop losdraaien en in de opening ging een vulpistool dat leek op dat van een benzinepomp voor autobenzine. Achterop de tankwagen stond een losse pomp die met veel lawaai ons olievat vulde. Er liep een olieleiding over de plint van de woonkamer naar de kachel bij de schoorsteen in de achterkamer. In de voorkamer hadden we geen verwarming, er was wel een schoorsteen. Ik weet nog goed dat ik erg trots was dat ik elke dag als eerste opstond en de oliehaard aanmaakte. Zo eentje als op deze foto (http://img.2ememain.be/f/normal/112425753-olie-haard-voor-diesel-of-petrol.jpg), hoewel het front rondom de deur volgens mij iets anders was: boller. Hij was ongetwijfeld van hetzelfde merk, want de rest van de omkasting; de deur en de brander zijn precies zoals ik ze mij herinner. Het verchroomde grendeltje links in de deur scharnierde aan de bovenkant en viel grotendeels in de deur. Je moest het stukje dat uit de deur stak optillen om de deur te openen. Het grendeltje werd bloedheet als de kachel brandde! Aan de rechterkant zat een grote draaiknop, waarmee je de hoeveelheid olie regelde.

    Van Plantinga herinner ik me niet dat hij zo stuurs was en de harde maanzaadbroodjes zeggen me ook niets! Was ik dan toch minder vervelend als jij? Ik vond hem altijd wel aardig, hij was erg enthousiast over zijn broden. Ik herinner me hoe hij een keer zei dat je brood pas moest aansnijden als je het ging opeten, met een goed kartelmes. Voorgesneden brood vond hij maar niets. Hij had een winkel aan de Middenweg (het smalle stuk, rechts van de Zaanenlaan) en als we hem aan de deur gemist hadden moesten we naar de winkel om brood te kopen….

  11. Leuk, Paul en Frank! Hier van jullie nog oudere broer (straks al 67…) : ik weet me nog de kolenboer te herinneren. Toen we op het Meidoornplein woonden, kwam er ook een groetenboer langs met een prachtige wagen. Die werd door een bruin paard getrokken.

    Het Meidoornplein was best leuk (op één vervelende buur na). Aan de andere kant had iemand een mooi geschilderde antieke auto.

    Interessant was ook Herman Mens, die vliegers maakte en zo nu en dan een zomerhut. Gewoon, voor de deur!

    In één van de hoeken van het plein woonde het vriendelijke echtpaar, dat de eerste tv had. Daar mochten we naar “de dikke en de dunne” kijken.

    Schavemaker had inderdaad een Friese vrouw. Ik werkte kort voor ze toen hun dochter net geboren was.

    Aan die één derde liter melkflesjes op school (Marnixschool) had ik om een andere reden de pest. De jongens moesten om de beurt die flesjes verdelen. Een hoop gesjouw!

    Veel “boeren” kwamen langs, maar we hadden toch als kinderen nog lekker de ruimte. “Stoepen” was mogelijk zonder de Trabant van buurman de Vries te raken. Ik kon eind zestiger jaren nog gewoon mijn Renault 4 op straat van een nieuwe aandrijfas voorzien.

    Veel goeie herinneringen!

  12. Als PS: achteraf gezien is vanuit Finland bekeken nog het mooiste, dat de huisarts langs kwam. Hier moeten patienten naar de dokter toe, eventueel met de ambulance.

    Dat huisarts systeem werkt nog steeds, neem ik aan. Ik vind het een beter idee dan bv mensen met allerlei aandoeningen tussen anderen te laten wachten tot de dokter tijd heeft.

    1. Bij ons komt de huisarts alleen in bijzondere gevallen langs – wij gaan gewoon naar hem toe… En er zijn artsenposten waar je heen kunt als de huisarts niet bereikbaar is.

Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s