Maak je eigen radio

Nog wat plaatjes uit Beeld en geluid. De oude radio- en televisietoestellen die bovenin het gebouw worden geëxposeerd roepen leuke herinneringen op. Tenminste, als je – zoals ik – nog weet hoe het was toen we voor het eerst ook het 2e televisienet konden ontvangen. Of als je ook zo’n grote lampenradio van Philips of Telefunken, Erres of Siemens in de huiskamer hebt gehad met zo’n verlichte zenderschaal met, naast Hilversum, ook namen als Luxemburg, Stavanger, München, Londen en Leningrad… De wondere wereld der techniek. Ik snapte er toen niets van en het is me vandaag de dag nog altijd een raadsel hoe geluidsgolven door de muur heen kunnen dringen of door een draadje vanuit mijn iPhone in mijn oren in een wereld vol levensechte muziek en stemgeluiden kunnen veranderen. Het fascineert me wel, maar ik snap er geen bal van. En het fascineerde mijn anderhalf jaar oudere broer Frank nog veel meer en… hij snapte het klaarblijkelijk wel.

Onbegrijpelijke wirwar

Van kleins af aan was Frank in de weer met techniek, terwijl ik tegen een balletje trapte of apen en paarden tekende. Op mijn kamer een verzameling kleren, boeken en speelgoed, maar bij Frank was de vloer vooral bezaaid met mecano en een onbegrijpelijke wirwar van kabels en technische zooi die ik nog steeds niet kan benoemen. Iets met transistors of zo.

Het plaatje van de jongen met zijn zelfbouwradio riep al die herinneringen bij me op. Frank maakte zijn eigen radio (een kristalradio die geen stroom van het lichtnet of batterijen nodig had…) met behulp van een bouwpakket en ik weet niet meer of ik hem daar nou destijds om bewonderde. Hij was gewoon mijn oudere broer dus het was niet vreemd dat hij kennis had die ik niet bezat en ik was er niet jaloers op. Hij deed zijn dingen, ik de mijne. Maar achteraf vind ik het natuurlijk superknap dat hij dat allemaal kon doen en nog altijd sta ik ervan te kijken wat zijn handen allemaal kunnen maken. Fantastisch!

Pure toverij

En wat is mijn mooiste herinnering? Stereo. Ik zat in de huiskamer toen Frank de trap af kwam om me naar boven te roepen. ‘Ik heb stereo!’ Geen idee wat het was, maar het klonk geweldig – als woord, maar naderhand ook als muziek in mijn oren. Ik denk niet dat ik direct begreep wat het verschil tussen mono en stereo was, maar het feit dat er twee boxen stonden waar verschillende en toch goed bij elkaar passende geluiden uit kwamen, vond ik bijzonder indrukwekkend. Maar stereo was pas echt interessant als je een geluid van links naar rechts kon horen gaan en dan weer de andere kant op. Pure toverij.

Later heb ik wel zelf zo’n grote lampenradio op m’n slaapkamer gehad – zelfs nog op m’n werkkamer toen ik met Lydia in Zwanenburg ging wonen. Geen idee waarom en wanneer ik dat ding ooit heb weggedaan, daar heb ik nu in ieder geval spijt van. Mijn zwager Ronald heeft er weer een in zijn huiskamer staan en ik vind dat gewoon een gezellig item om naar te kijken. Ze zien er zo grappig uit met die ronde oogjes en dat gekke bekkie met tandjes in het midden. Veel mooier dan dat platte zwarte scherm van twee vierkante meter (overdrijving is een stijlvorm) dat nu in onze kamer staat te glimmen. Als het ding uit staat, lijkt het op het somberste schilderij ooit gemaakt: een donkere lijst rondom een zwart glimmend niets. En daar betaal je nog veel geld voor ook.

Live-verbinding met de hemel

Overigens heeft Frank ook zo’n zwartgallig schilderij, maar hij heeft een installatie gemaakt die ervoor zorgt dat het scherm met een druk op de knop in de kast verdwijnt. En ja, die kast heeft hij ook zelf gemaakt. Ik verbaas me er al niet eens meer over. Maar terug naar de rommelkamer vol draadjes en magische kastjes. Daar stond op een bepaald moment ook een Thorens platenspeler met contragewichtjes aan de arm met naald. Ja, want die heb je nodig voor de juiste balans, moet u weten. En ook die draaitafel was geloof ik hydraulisch afgeveerd en draadloos verbonden met de zon om het ongewenste bijeffect van de aardrotatie te compenseren. En dat verschil was hoorbaar in de speakers die door de heren Bowers en Wilkins persoonlijk geassembleerd waren – als ik mij niet vergis. Zelf vond ik zo’n koffergrammofoontje ook wel voldoende, al was ik erg gelukkig met de Philips radiocassetterecorder (jawel!) die ik voor mijn verjaardag kreeg toen ik 14 werd of zo. En de eerste nummers dat ik uit mijn speakers liet knallen waren van Matthew Ward – It’s Allright en Angels Unaware.* En toen klonk dat echt als een live-verbinding met de hemel.

* Toward Eternity staat nu ook op iTunes – nog altijd onovertroffen – echt, geloof mij.


Zeg iets terug op Vrijspraak

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s