Nog geen man overboord

We varen over het water op de oceaan van de tijd. We genieten van wat de zee ons geeft en overleven dankzij alles wat we ooit uit goede handen voor onze reis hebben meegekregen. Er is nog voldoende drinkwater en proviand voor iedereen, maar we maken ons zorgen over de beperkte brandstof, het wilde water en de donkere luchten. Blijft ons bootje straks stuurloos drijven? Lopen we ergens op de klippen en gaan we onder voor we ooit de overkant bereikt hebben? We hebben nog meer dan genoeg om van te genieten, maar ook voldoende redenen om ons ernstig zorgen te maken. En dat doen we, van tijd tot tijd – al is er nog geen man overboord.

Er zijn sterke verhalenvertellers in ons gezelschap. Soms gaan ze staan om ons toe te spreken. Ze hebben zelf evenmin meegemaakt hoe ons bootje van wal stak, maar ze kunnen je wel precies vertellen hoe dat ooit was, want zij hebben het oude logboek en de zeekaarten nauwkeurig bestudeerd. Met stelligheid verkondigen zij hoe het land van oorsprong eruit gezien heeft – hoe mooi het ooit was en hoe lelijk het werd. Ze praten met de autoriteit van een ooggetuige, maar iedereen weet dat ook zij alles van horen zeggen hebben.

Ik zeg dit niet om je bang te maken’, zegt een van de vertellers terwijl hij zijn gehoor indringend aankijkt, ‘maar we varen rechtstreeks onze ondergang tegemoet.

Ze kunnen wel boeiend spreken, die sterke verhalenvertellers. Ze hebben onderweg veel gelezen en diep nagedacht, zo verzekeren zij ons. Ze hebben de kaarten bekeken en de sterren gelezen. ‘We gaan spannende tijden tegemoet, de golven worden hoger…’ zo weten zij, ‘de winden worden woester, de diepzeemonsters bestaan werkelijk en zij kunnen ons met hun tien gruwelijke koppen met groot gemak verzwelgen!’

‘Ik zeg dit niet om je bang te maken’, zegt een van de vertellers terwijl hij zijn gehoor indringend aankijkt, ‘maar we varen rechtstreeks onze ondergang tegemoet. Wees maar blij dat ik aan boord ben om jullie te waarschuwen. De zee is nu al levensgevaarlijk, maar het allerergste komt nog. Storm! Donder! Bliksem! Het wordt een ware hel!’

Ik vind het niet erg geruststellend klinken en kan geen goed nieuws ontdekken in deze sombere geschiedenissen en dreigende voorspellingen. Zal ik eerlijk zijn en brutaalweg zelf eens het woord nemen? Ik geloof die mannen niet meer en kijk om me heen om te zien of ik de enige twijfelaar ben. De scepsis is duidelijk af te lezen van meer gezichten en de meeste reizigers negeren deze sterke verhalen al heel lang, maar als ik goed kijk zie ik ook veel blikken vol angst. Stel je voor dat de sterke verhalenvertellers toch gelijk hebben…, denken een paar van mijn bangste reisgenoten… mijn hemel, wat dan!?

Misschien komt het wel door mijn eigen ervaringen met de golven, de wolken en de wind. Ik laat me niet meer zo gemakkelijk op en neer, heen en weer slingeren door alles wat er aan boord wordt beweerd. Ik twijfel niet aan onze goede afkomst en vertrouw erop dat we veilig de eindbestemming zullen bereiken. Maar ik hecht weinig geloof aan de wonderlijke geschiedenissen van de sterke verhalenvertellers die altijd lang geleden of ergens ver weg hebben plaatsgevonden in landen en tijden waar anderen nooit zijn geweest en waarschijnlijk nooit zullen komen.

Vanzelfsprekend weten de verhalenvertellers het niet beter, maar ze genieten van de aandacht terwijl zij hun eigen angsten het zwijgen op proberen te leggen door zich volledig over te geven aan de bedenksels die zij onderweg zelf voor waar zijn gaan houden. Ik zie hoe ze met wijdse armgebaren vertellen over wonderen en spectaculaire gebeurtenissen. Ik hoor hoe ze kritische toehoorders de mond snoeren door te zeggen dat zij helemaal niet weten waar zij over praten. Hebben zij het logboek soms beter bestudeerd? Kunnen zij de kaarten wel goed lezen? Nee? Nou dan!

Als de kritiek desondanks niet ophoudt, worden de verhalenvertellers boos. Ze vinden de onderbrekingen storend en zeggen dat tegenstemmen geïnspireerd zijn door boze buien en duivelse donderwolken. Zij staan zelf aan de zonzijde, zij hebben de wind in de rug – wie dat niet ziet is een volstrekt onbetrouwbaar dwaallicht dat het bootje van de juiste koers zal brengen.

Goedbeschouwd zijn die wijdse armgebaren en verontwaardigde bewegingen best gevaarlijk als je in een wankel bootje gaat staan. Niet zozeer voor het handjevol toehoorders dat bang of verbaasd blijft zitten, maar wel voor de sterke verhalenvertellers zelf. Ik zie hoe zij zich steeds bozer maken en in al hun verontwaardiging over boord dreigen te vallen. In de zee die wel beter weet. In de oceaan die zoveel ouder en groter is dan wij, kleine mensenkinderen. Stipjes op het water, puntjes in de tijd.

2 gedachten over “Nog geen man overboord

Zeg iets terug op Vrijspraak

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s