Is vrijheid van meningsuiting absoluut en onbegrensd?

Om te beginnen: in de context van wat er de laatste dagen in Frankrijk is gebeurd, is het goed en betekenisvol dat zoveel mensen en media zich met Je Suis Charlie solidair betuigen met de slachtoffers van dit barbaarse geweld. Daarmee zeggen zij niet dat ze het met alle opvattingen en publicaties van het satirische tijdschrift eens zijn; de meeste mensen hebben waarschijnlijk alleen indirect wat cartoons gezien en zijn helemaal niet op de hoogte van de verdere inhoud van dit blad.

Mensen die Je Suis Charlie –bordjes omhoog houden komen daarmee principieel op voor de persvrijheid en vrijheid van meningsuiting. Zelf zou ik liever naar ander Frans voorbeeld een pen of potlood in de lucht steken, maar ieder kiest zijn eigen ‘wapen’ en ook dat is een voorbeeld van vrije meningsuiting en ruimte voor pluriformiteit.

Als statement – bijvoorbeeld ook door de dappere Rotterdamse burgemeester Aboutaleb – is de Je suis Charlie-uiting een teken van solidariteit met de vrije media en een duidelijk signaal naar degenen die onze vrijheden betwisten en willen afnemen. We laten ons niet de mond snoeren.  Eerst de rijen sluiten en krachtig protest laten horen – daarna is er tijd voor reflectie. Laat ik daar hier voor mezelf en bloglezers mee beginnen door deze vraag op te werpen: hoe ver gaat de vrijheid van meningsuiting? Is deze absoluut en onbegrensd?

GRENSVERSCHUIVING

Mag je werkelijk alles zeggen, schrijven of op andere wijze tot uiting brengen? Dat is niet het geval, al vind je zelf misschien van wel. We krijgen onherroepelijk te maken met botsende rechten en we worden wel degelijk door onze eigen wetgeving aan grenzen onderworpen. Die grenzen staan regelmatig ter discussie (denk aan het afschaffen van het verbod op godslastering in ons land in 2014), maar ze zijn zeker niet allemaal opgeheven.

Het valt op dat er geleidelijk een verschuiving optreedt in wat je wel of niet mag beweren of uiten in de publieke ruimte. Er zijn formele grenzen aan onze uitingsvrijheid – je mag niet oproepen tot moord, geen haatzaaien – maar denk ook aan het verbod op laster, smaad en majesteitsschennis.

WOORDKEUZE

Bovendien zijn er uitspraken die op grote weerstand en publieke verontwaardiging stuiten en door velen als onacceptabel worden gezien – in de categorie ‘zoiets zeg je niet!’. Denk hierbij aan ‘achterlijke cultuur’ en ‘vol is vol’ van Pim Fortuijn (later door hem slim afgezwakt tot ‘het is hier een beetje druk’), maar meer recent ook aan de oproep ‘minder Marokkanen’ uit de mond van Geert Wilders.

Er zijn bovendien situaties waarin het ook voor de rechter onacceptabel gevonden zal worden dat iemand zich in specifieke omstandigheden beroept op het recht op vrije meningsuiting. Op de Dam schreeuwen tijdens de stilte van dodenherdenking wordt – eufemistisch gesproken – niet op prijs gesteld. Kennelijk maakt het een groot verschil wanneer je gebruik maakt van dit grondwettelijk recht op vrije meningsuiting. Zo zul je je ook niet op dit recht kunnen beroepen wanneer je ‘voor de grap’ in een volle bioscoop ‘Brand! Brand!’ gaat brullen. Ook de plaats waar je iets roept doet er dus toe.

GRIJS GEBIED

De wetgever kan van alles en nog wat bepalen – er is ook nog zoiets als handhaving. De overheid kan niet elke overtreding vervolgen en er is een groot grijs gebied. Als er geen aanklacht komt, is er ook geen vervolging. Mensen kunnen dus zelf actief de grenzen van hun recht opzoeken. Ook zal de wetgever je niet verbieden om ‘Ajax, Ajax!’ te schreeuwen in een vol vak fanatieke Feijenoordsupporters (of andersom), maar ik raad het iedereen toch sterk af.

Dit is mijn punt. We moeten niet denken dat de vrijheid van meningsuiting onbegrensd is, want dat is niet zo. Zoals met alle vrijheden: jouw vrijheid houdt op waar die van een ander begint. Er zijn daarnaast ook goede omgangsvormen die we in een beschaafd land met elkaar hebben afgesproken. Denk aan het geven van een hand als begroeting en teken van respect. Ook dat is een bepaalde expressie (net als gebaren – steek bijvoorbeeld niet je middelvinger op tegen een politieagent, zou ik zeggen) en er wordt zeker grote betekenis aan toegekend. We hebben in onze eigen cultuur gemerkt dat we het hier onacceptabel vinden als een uitgestoken hand van een gezagsdrager niet op gelijke wijze wordt beantwoord. Heeft iemand het recht om een ander niet de hand te schudden en daarmee impliciet ‘een mening te geven’? Ik denk van wel. Is het verplicht om te gaan staan wanneer rechters de zittingszaal binnenkomen? Het antwoord is: niet bij wet voor iedereen, maar de advocaten zijn het wel degelijk verplicht op grond van hun eigen codes (Raad voor de Rechtspraak). Ik lees dat de dienstdoende bode je ook zal sommeren om uit respect te gaan staan (‘U dient te gaan staan’) maar als je daar fysiek niet toe in staat bent of principieel niet toe bereid bent, zul je daarmee wegkomen.

AFWEGINGEN

De afwegingen die we als samenleving moeten maken zijn (onder meer) deze: Hoe ver willen we gaan in het opeisen van ons recht op vrije meningsuiting? Willen we dat dit recht absoluut en onbegrensd kan worden opgeëist of is het juist beter / verstandiger om ons aan afgesproken of wettelijk opgelegde beperkingen of fatsoensnormen te houden? Ik neem het tweede standpunt in.

3 gedachten over “Is vrijheid van meningsuiting absoluut en onbegrensd?

  1. Net zoals je niet zomaar met je vuile schoenen bij iemand de huiskamer inwandelt, doe je dat ook niet in iemands bovenkamer. Zou logisch moeten zijn.

    Wat houden we toch van ‘vrijheid’ en ‘onbegrensd’. Zoals goedkoop inwisselbare producten uit slavenarbeid, gemaakt in verre oorden en verpakt als vrije handel, bijvoorbeeld.

Zeg iets terug op Vrijspraak

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s